← Nederland

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7497

RECHTBANK UTRECHT Parketnummer: 16/655707-12 Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het wetboek van strafrecht. In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen: [verdachte], geboren op [1980] te [geboorteplaats], thans zonder vaste woon- of verblijfplaats, heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven. 1 De procedure. De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - het vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 31 juli 2012; - een advies tenuitvoerlegging van het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering d.d. 17 oktober 2012, opgemaakt door L.H. van den Heuvel, waaruit blijkt dat de veroordeelde zich niet aan de opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden; - de vordering van de officier van justitie d.d. 23 oktober 2012; - de overige stukken; Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Voorts zijn de raadsvrouw van veroordeelde, mr. S. Dogan, advocaat te Utrecht, en L.H. van den Heuvel, Leger des Heils, gehoord. De veroordeelde is behoorlijk opgeroepen maar niet ter terechtzitting verschenen. 2 De beoordeling. Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 124 dagen gevangenisstraf, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en daarbij de bijzondere voorwaarde van verplicht reclassering contact, onder andere inhoudende: - dat veroordeelde zich op 1 augustus 2012 zal melden bij het Leger des Heils, Jeugdzorg en reclassering en zich zal blijven melden zo frequent en zolang het Leger des Heils dit noodzakelijk acht; - dat veroordeelde dient mee te werken aan een ambulante behandeling door of namens Forensisch FACT LVB of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling. Voormeld vonnis is onherroepelijk geworden op 4 augustus 2012. Blijkens inlichtingen van het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering d.d. 17 oktober 2012 heeft veroordeelde zich niet gehouden aan die bijzondere voorwaarden. L.H. van den Heuvel heeft ter zitting aangegeven dat veroordeelde op 1 augustus 2012 telefonisch contact met het Leger des Heils heeft opgenomen. Voorts heeft veroordeelde op 8 augustus 2012 een intake gesprek bij Altrecht gevoerd. Altrecht heeft daarop, omdat betrokkene als zorgmijdend bij hen overkwam, een vervolggesprek met L.H. van den Heuvel gevoerd. Vanaf dat moment is het Altrecht en het Leger des Heils niet meer gelukt om contact met veroordeelde te krijgen en reageert hij ook niet op ingesproken voice-mail berichten. Voorts is het niet bekend waar veroordeelde op dit moment verblijft. De raadsvrouw heeft aangegeven dat veroordeelde al jaren dakloos is en hij daarom eens in de zoveel tijd bij haar kantoor langs komt en informeert wat er speelt. Na zijn vrijlating op 1 augustus 2012 heeft zij geen contact meer met veroordeelde gehad. De raadsvrouw heeft verzocht de zaak voor enkele maanden aan te houden, omdat zij verwacht dat hij in de komende tijd mogelijk contact met haar zal zoeken. De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd in haar vordering, maar staat, subsidiair, niet onwelwillend tegenover een eventuele laatste kans voor veroordeelde. De rechtbank overweegt dat veroordeelde, ondanks dat hij er van op de hoogte is dat hij zich bij het Leger des Heils en/of Altrecht dient te melden, sinds 8 augustus 2012 voor genoemde instanties onbereikbaar is en zich daarna ook niet meer heeft gemeld bij deze instanties. Voorts heeft de raadsvrouw van veroordeelde al drie maanden geen contact met veroordeelde gehad en is het voor haar ook niet mogelijk om contact met veroordeelde op te nemen. Gelet op het bovenstaande staat vast dat de veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden, zodat de vordering voor toewijzing gereed ligt. De rechtbank acht geen termen aanwezig de zaak thans aan te houden en zo de veroordeelde een laatste kans te bieden, omdat de rechtbank er geen vertrouwen in heeft dat de veroordeelde zich in de nabije toekomst wel aan de voorwaarden zal houden, gelet op zijn onbereikbaarheid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat thans de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie dient te worden toegewezen. De rechtbank heeft gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht. 3 De beslissing. De rechtbank gelast dat de voorwaardelijke gevangenisstraf die bij vonnis d.d. 21 juli 2012 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16/655707-12 ten uitvoer zal worden gelegd. Deze beslissing is gegeven door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. M.A.A.T. Engbers en mr. M.A.E. Somsen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier G. van Engelenburg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 november 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.