RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummers: 16/656218-12; 16/600592-11; 16/601175-11 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 december 2012 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1962] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht. Raadsman: mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 december 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging met bovenvermelde parketnummers behandeld. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 1 september 2012 in Utrecht goederen heeft gestolen bij Albert Heijn. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De raadsman heeft aangevoerd dat er weliswaar wettig bewijs in het dossier aanwezig is, maar dat de overtuiging ontbreekt. Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd: Verdachte ontkent dat hij de goederen wilde stelen. Hij wilde enkel informatie over de betreffende batterijen. Om die reden, en omdat het druk was in de winkel, is verdachte langs de kassa naar de informatiebalie gelopen. Deze informatiebalie is direct bij de in- en uitgang van Albert Heijn gepositioneerd. De looprichting van verdachte in de richting van de uitgang van de winkel is dus logisch te verklaren. Daarbij had verdachte de goederen gewoon in zijn handen, toen hij langs de kassa liep. De goederen waren niet aan het zicht onttrokken. De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het aan hem ten laste gelegde feit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte twee pakjes batterijen heeft gestolen bij Albert Heijn. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met de pakjes batterijen langs de kassa van Albert Heijn is gelopen. Door beveiliger [beveiliger A] werd op 1 september 2012 gezien dat verdachte een pak Duracell- en een pak GP batterijen uit Albert Heijn te Utrecht pakte en daarmee de kassa passeerde zonder te betalen. Ook zag hij dat verdachte zich begaf in de richting van de uitgang van Albert Heijn. Hierop heeft [beveiliger A] verdachte aangesproken. Tijdens het uitkijken van de camerabeelden van Albert Heijn te Utrecht werd door verbalisant [verbalisant] gezien dat verdachte op 1 september 2012 voorbij de kassa liep. In zijn rechterhand hield hij een product vast. Terwijl verdachte voorbij de kassa liep, keek hij constant de caissière aan. Vervolgens zag verbalisant [verbalisant] op de camerabeelden dat verdachte richting de uitgang liep. Bij de uitgang werd verdachte tegengehouden door een beveiligingsmedewerker van Albert Heijn. Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich een pak Duracell batterijen en een pak GP batterijen wederrechtelijk heeft toegeëigend, door hiermee langs de kassa in de richting van de uitgang te lopen zonder de goederen ter betaling aan te bieden. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 1 september 2012 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen pakken batterijen (merk Duracell en GP) toebehorende aan Albert Heijn. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 5 De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert het navolgende strafbare feit op. Diefstal 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen acht primair gevorderd aan verdachte de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren op te leggen. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft bij Albert Heijn twee pakjes batterijen weggenomen. Een dergelijk feit brengt schade mee voor de benadeelde. Niet alleen lijdt de winkel schade doordat een product wordt weggenomen, tevens zien winkeleigenaren zich steeds vaker genoodzaakt om maatregelen te treffen om diefstallen tegen te gaan dan wel winkeldieven in de kraag te vatten. Ook dat brengt, naast de overlast die winkeldieven voor winkels en winkelend publiek veroorzaken, een grote kostenpost met zich mee. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte de afgelopen vijf jaren veelvuldig is veroordeeld wegens winkeldiefstal. Zijn laatste veroordeling stamt van 27 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.