R E C H T B A N K Z W O L L E sector kanton – locatie Zwolle Zaaknr.: 243678 VV 04-73 Datum : 25 augustus 2004 Vonnis van de kantonrechter te Zwolle in kort geding tussen: [EISERES], wonende te [woonplaats], eiseres, verder te noemen: "[eiseres]", gemachtigde mr. W. Hoekstra, advocaat te Zwolle, tegen de besloten vennootschap AUTOMOBIELBEDRIJF POUW ZWOLLE B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle, gedaagde, verder te noemen: "Pouw", gemachtigde mw. mr. B.J. Zippelius, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Arnhem. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het exploot d.d. 2 augustus 2004 inhoudende een vordering tot een voorziening bij voorraad met aangehechte producties; - de door Pouw bij faxbrieven d.d. 18 en 19 augustus 2004 toegezonden producties. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2004. Verschenen zijn: - [eiseres], bijgestaan door mr. Hoekstra, en - namens Pouw: de heren H. van Dorp, financial controller, M.W. Selles, business unit manager, bijgestaan door mw. mr. Zippelius. Het geschil De vordering van [eiseres] luidt dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Pouw zal veroordelen om [eiseres] binnen twee dagen na betekening van het te deze te wijzen vonnis toe te laten tot haar eigen werk bij Pouw als gastvrouw aan de Klipperweg 1 te Zwolle, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag; met veroordeling van Pouw in de kosten van de procedure. Pouw heeft de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit. Vaststaande feiten Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast: a. [eiseres], geboren op [datum], is op [datum] bij Pouw in dienst getreden als “gastvrouw” en als zodanig werkzaam op de vestiging (showroom) te Zwolle aan de Klipperweg. Dit betreft een functie waarbij de telefoon wordt bediend, lichte administratieve werkzaamheden worden verricht en bezoekers van Pouw worden ontvangen en in contact worden gebracht met een verkoopadviseur. Op deze vestiging zijn zestien mensen werkzaam, waaronder één gastvrouw. b. In de tussen partijen opgemaakte arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald: “Indien werkgever zulks nodig acht, dient werknemer bereid te zijn in een andere vestiging, behorend tot dezelfde onderneming / houdstermaatschappij, zijn werkzaamheden te verrichten.” c. [eiseres] is op 7 april 2003 uitgevallen wegens depressieve klachten in verband met gezond-heidsproblemen van haar dochtertje. Zij is tot januari 2004 volledig arbeidsongeschikt geweest. d. Pouw heeft in januari 2004 geweigerd [eiseres] in haar functie te laten reïntegreren en haar aangegeven dat zij het werk diende te hervatten in een administratieve functie binnen de hoofdvestiging tevens werkplaats aan de Mozartlaan te Zwolle. [eiseres] heeft daarop onder protest op arbeidstherapeutische basis in laatstgenoemde functie het werk hervat. [eiseres] is sinds 18 mei 2004 volledig arbeidsgeschikt. e. Bij brief, gedateerd 14 juni 2004, heeft het UWV aan [eiseres] bericht dat zij van oordeel is dat het werk in de functie van administratief medewerkster voor haar passend is. In de bijlage is daarnaast weergegeven: “(..) De eerste optie is echter reïntegratie, gericht op hervatting in de eigen functie, daar er in onze optiek geen sprake van medische belemmering daartoe is.” f. In april 2003 heeft [eiseres] haar affectieve relatie met [de ex] beëindigd, die bij Pouw werkzaam is als verkoopadministrateur op de vestiging aan de Klipperweg. Na deze beëindiging is tussen [eiseres] en [de ex] een twist ontstaan over onder meer de afwikkeling van de tussen hen gevormde gemeenschap van goederen. g. Pouw heeft op 28 juni 2004 aan [eiseres] meegedeeld dat zij [eiseres] niet in haar functie in de vestiging aan de Klipperweg willen laten hervatten aangezien die hervatting op weerstand van [de ex] stuit en overigens ook tot spanningen tussen en met de andere werknemers van die vestiging zal leiden. De beoordeling 1. De spoedeisendheid van de zaak is in voldoende mate komen vast te staan. 2. Kern van het geschil tussen partijen is het antwoord op de vraag of Pouw gehouden is om [eiseres] weer te werk te stellen als “gastvrouw” in haar vestiging aan de Klipperweg te Zwolle, zoals [eiseres] vordert en Pouw bestrijdt. 3. De kantonrechter stelt voorop dat een overplaatsing naar een andere vestiging, waarmee een taakwijzing samenhangt, een ingrijpende maatregel is, waartoe een goed werkgever als bedoeld in artikel 7:611 BW pas zal mogen overgaan indien hij daarvoor, voor de werknemer kenbaar, een zwaarwegende redelijke grond heeft. Daarbij behoort de werkgever niet alleen zijn belangen van een goede bedrijfsvoering in zijn overwegingen te betrekken maar ook de belangen van de werknemer bij (verdere) uitoefening van de functie en in hoeverre een verder functioneren van de werknemer tot een onwerkbare situatie zal leiden. 4. Onomstreden is dat er bij [eiseres] geen medische beperkingen (meer) zijn om haar werk als “gastvrouw” in de vestiging aan de Klipperweg te kunnen hervatten, zodat zulks (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.