ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ0161
beschikking RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rekestnummer: 123227 / KG RK 06-607 Beschikking van 16 oktober 2006 in de zaak van [verzoeker], wonende te [plaats], verzoeker, procureur mr. H.M. van Eerten, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AGROPLANT HOLLAND B.V., gevestigd te Medemblik, verweerster, advocaat mr. W.M. Bijloo.
2.2. Artikel 1 van voornoemd arbitragereglement bepaalt, voor zover van belang:
2.3. De ingevolge het arbitragereglement opgestelde lijst vermeldt thans 41 actieve arbiters. Een aantal daarvan is of was verbonden aan telercoöperaties.
3.2. Verweerster heeft zich op het standpunt gesteld dat aan haar geen bevoorrechte positie is toegekend, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.
4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is van een dergelijke bevoorrechte positie sprake indien (de wijze) van benoeming leidt tot een samenstelling van het scheidsgerecht waarvan de onpartijdigheid op goede gronden in twijfel kan worden getrokken. Daarvan kan sprake zijn indien één der partijen een overwegende invloed heeft (gehad) op de totstandkoming van de lijst van mogelijk te benoemen arbiters of op de benoeming van de arbiter(s) in de aanhangige arbitrage.
4.3. Door verzoeker is niet weersproken de stelling van verweerster dat zij als lid (naast 310 andere leden) van de Nederlandse Aardappelorganisatie (NAO) geen overwegende invloed kan uit op de totstandkoming van de lijst van mogelijk te benoemen arbiters. Evenmin is door verzoeker weersproken de stelling van verweerster dat zij op de benoeming van arbiters in dit concrete geval een overwegende invloed kan uitoefenen. Van één van de onder 4.2 genoemde gronden is derhalve geen sprake.
4.4. Ook indien, zoals door verzoeker is betoogd, dient te worden aangenomen dat aan één der partijen een (ontoelaatbare) bevoorrechte positie is toegekend indien op grond van het geldende arbitragereglement slechts uit kringen van één der partijen arbiters op de lijst worden geplaatst, dan wel feitelijk een situatie bestaat dat slechts uit kringen van één der partijen arbiters op de lijst zijn geplaatst of worden benoemd, leidt dat niet tot een voor verzoeker gunstige beslissing op het verzoek.
4.5. De in rechtsoverweging 2.2 genoemde regeling dwingt immers niet tot een benoeming die uit hoofde van artikel 1028 Rv kan worden aangetast, aangezien in de regeling slechts minima van op de lijst te plaatsen personen worden genoemd. Het komt derhalve niet in strijd met de regeling indien (ook) arbiters op de lijst worden geplaatst die niet uit één van de aldaar vermelde kringen afkomstig zijn.
4.6. Evenmin is gebleken van een feitelijke constellatie die voor één der partijen een bevoorrechte positie meebrengt. Op verzoek van partijen zijn door de secretaris van het Nederlandse arbitragebureau Aardappelen, mr. L. Eijssen, vijf op de lijst geplaatste arbiters genoemd afkomstig uit kringen van coöperaties van aardappeltelers. De genoemde arbiters worden overigens blijkens de lijst eveneens aangemerkt als afkomstig uit één van de in artikel 1 van het arbitragereglement (zie rechtsoverweging 2.2 )genoemde sectoren. Aangenomen moet worden dat voornoemde coöperaties de belangen van de bij hen aangesloten telers vertegenwoordigen en arbiters uit hun midden op één lijn kunnen worden gesteld met arbiters uit de kringen van telers zelf. Dat dergelijke coöperaties met de bij hen aangesloten telers ook teelcontracten afsluiten maakt dit niet anders.
4.7. Het verzoek zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen.
4.8. Verzoeker zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.
Deze beschikking is gegeven door mr. Th.A. Ariëns en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2006.