← Nederland

ECLI:NL:RBZLY:2007:BA9566

vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 129026 / HA ZA 07-150 Vonnis in incident van 16 mei 2007 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ZWARTEWATERLAND, zetelend te Hasselt, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, procureur mr. W.E.M. Klostermann, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE KOEMAAT B.V., gevestigd te Steenwijk, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur mr. C. Borstlap, advocaat mr. R.M. Goudberg te Heerenveen. Partijen zullen hierna de Gemeente en de Koemaat genoemd worden.

  1. De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring - de incidentele conclusie van antwoord. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
  4. De beoordeling in het incident 2.
  5. De Koemaat vordert dat haar wordt toegestaan de besloten vennootschap BDL Heerenveen B.V. (voorheen h.o.d.n. Bisscom Heerenveen), gevestigd te Heerenveen (hierna aangeduid als BDL), in vrijwaring op te roepen. De Gemeente heeft hiertegen geen bezwaar. 2.
  6. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. Volgens de Koemaat is de overeenkomst waarvan de Gemeente in de hoofdprocedure nakoming eist tot stand gekomen tussen de Gemeente en BDL. Door de Koemaat is aangevoerd dat de persoon die betrokken is geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst met de Gemeente (dhr. [A]) daarbij namens BDL gehandeld en niet namens de Koemaat. Op dat moment bestond er weliswaar een arbeidsverhouding tussen de Koemaat en [A], maar [A] heeft daarnaast ook werkzaamheden voor BDL verricht. Tussen de Koemaat en de Gemeente is volgens de Koemaat in het geheel geen overeenkomst gesloten. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een verweer dat in de hoofdprocedure aan de orde dient te komen. Als deze stelling juist is, dan zal dit er immers toe leiden dat de vordering van de Gemeente tegen de Koemaat zal worden afgewezen en is het niet nodig dat BDL de Koemaat vrijwaart. 2.
  7. Mocht in de hoofdprocedure wel komen vast te staan dat er tussen de Gemeente en de Koemaat een overeenkomst is gesloten, op grond waarvan de Koemaat gehouden zal zijn tot betaling van de door de Gemeente gevorderde geldsom, geldt het volgende. In dat geval moet het ervoor worden gehouden dat [A] wel namens de Koemaat is opgetreden bij de totstandkoming van de overeenkomst. Niet kan worden ingezien op grond waarvan in dat geval BDL gehouden zou zijn om de Koemaat te vrijwaren voor de negatieve gevolgen van het eventuele verlies van de Koemaat in de hoofdzaak. 2.
  8. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
  9. De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  10. wijst het gevorderde af. 3.
  11. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, in de hoofdzaak 3.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 juni 2007 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2007.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.