vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 128393 / HA ZA 07-71 Vonnis in verzet van 14 november 2007 in de zaak van [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gedaagde in het verzet, procureur mr. G.J.A.M. Gloudi, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, eiser in het verzet, procureur mr. W.F. Wienen. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 februari 2007 - de uitlating met producties van [gedaagde] - het proces-verbaal van comparitie van 9 mei 2007 - de pleitaantekeningen van [eiseres] - de akte uitlating verder procederen tevens vermeerdering van eis van [eiseres] - de akte uitlating verder procederen tevens akte uitlating vermeerdering van eis, tevens vermeerdering van eis van [gedaagde] - de antwoordakten van beide partijen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten en het geschil 2.1. Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest tot 5 oktober 2005. Zoals blijkt uit het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 9 mei 2007 hebben partijen bij wijze van vaststellingsovereenkomst acht afspraken gemaakt over de wijze van afwikkelen van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap na het verzet van [gedaagde] tegen het verstekvonnis van 15 november 2006 waarbij de vorderingen van [eiseres] merendeels zijn toegewezen. 2.2. De afspraken 2 tot en met 8 van genoemde vaststellingsovereenkomst hebben een voorwaardelijk karakter: indien het transport van de voormalig echtelijke woning in verband met de toedeling van de woning en de hypothecaire geldlening aan [gedaagde] niet uiterlijk op 15 juli 2007 zal hebben plaatsgevonden, vervallen genoemde afspraken met uitzondering van de afspraak onder 1 van de vaststellingsovereenkomst en treedt in werking een in de vaststellingsovereenkomst nader omschreven verkoopprocedure voor de woning. 2.3. Partijen zijn in de vaststellingsovereenkomst onder 1 het volgende overeengekomen: De man verleent zijn medewerking en geeft de vrouw hierbij de onherroepelijke volmacht om de volledige netto afkoopwaarde van het RVS-spaarplan met polisnummer [nummer] aan de vrouw te laten uitkeren, zonder dat partijen deze uitkering op enigerlei wijze met elkaar verrekenen wegens overbedeling dan wel onderbedeling. 2.4. [gedaagde] is ondanks verleend uitstel door [eiseres] niet in staat gebleken de woning te (her)financieren en het transport te doen plaatsvinden. 2.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3. De beoordeling 3.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. 3.2. RVS-spaarpolis De in de vaststellingsovereenkomst onder 1 tussen partijen gemaakte afspraak is onverkort geldig gebleven. 3.3. Verdeling overige vermogensbestanddelen De rechtbank zal de verdeling van de overige vermogensbestanddelen in grote lijnen vaststellen conform hetgeen partijen in de vaststellingsovereenkomst reeds zijn overeengekomen. 3.4. Inboedel Omdat de inboedel van [gedaagde] inmiddels executoriaal is verkocht, ziet de rechtbank geen aanleiding te bepalen dat [eiseres] alsnog aanspraak maakt op een vergoeding wegens onderbedeling. De rechtbank zal conform de vaststellingsovereenkomst van partijen zonder vergoedingverplichting tussen partijen de inboedel toedelen aan elk van partijen voor zover ieder van partijen feitelijk reeds beschikt over zaken uit de inboedel. 3.5. ABN AMRO rekening [nummer] De rechtbank zal deze rekening, die inmiddels op naam van [eiseres] staat, conform de vaststellingsovereenkomst toedelen aan [eiseres], zonder vergoedingsverplichting tussen partijen. 3.6. Opbrengst Dodge De rechtbank deelt de opbrengst van de door [gedaagde] verkochte Dodge toe aan [gedaagde] zonder vergoedingsverplichting tussen partijen. Omdat [gedaagde] zijn verweer niet heeft onderbouwd dat zijn verkoop van de Dodge van partijen ‘slechts’ EUR 8.000,= heeft opgebracht, zal de rechtbank wegens overbedeling van [gedaagde] ten aanzien van de Dodge, ten aanzien van onderstaande belastingschulden beslissen zoals hieronder vermeld. 3.7. Openstaande belastingschulden over de huwelijkse periode van partijen De rechtbank deelt de openstaande belastingschulden over de huwelijkse periode van partijen zonder vergoedingsverplichtingen tussen partijen toe aan [gedaagde]. 3.8. De twee RVS-verzekeringen en de AEGON-verzekering De rechtbank deelt de beide RVS-verzekeringen toe aan [eiseres] en de AEGON-verzekering toe aan [gedaagde], een en ander zonder vergoedingsverplichtingen tussen partijen over en weer. 3.9. De voormalige echtelijke woning Vaststaat dat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van de herhaalde mogelijkheid om de woning op zijn naam te doen zetten onder de tussen partijen overeengekomen voorwaarden. Tevens onweersproken is dat [gedaagde], in weerwil van de door hem ter zitting geschetste financiële gang van zaken, een aanzienlijke achterstand in betaling van de hypotheekrente heeft. Tenslotte is onbetwist dat [gedaagde] inmiddels (ook) de kinderalimentatie niet meer betaalt, reden waarom het LBIO beslag heeft gelegd onder de werkgever van [gedaagde]. In het licht van deze nieuwe feiten en omstandigheden zal de rechtbank, in afwijking van de vaststellingsovereenkomst van partijen doch met inachtneming van de akten vermeerdering van eis van partijen over en weer, beslissen dat [gedaagde] zijn medewerking dient te verlenen aan verkoop en overdracht van de woning via een door [eiseres] aan te wijzen notaris, waarbij onder verkoop mede moet worden begrepen het aanstellen van een makelaar door [eiseres] en het tekenen van het koopcontract door [gedaagde]. 3.10. Op de verkoopopbrengst van de woning strekken in mindering alle zakelijke lasten verbonden aan de woning. Deze komen zonder verrekening tussen partijen voor rekening van [gedaagde]. Hij heeft immers sinds 9 november 2004 het alleengebruik van de woning. Tevens komen zonder verrekening tussen partijen voor rekening van [gedaagde] alle achterstanden ten aanzien van te betalen (achterstallige) hypotheekrente en/of verplichte aflossingen met ingang van 9 november 2004 eveneens tot datum levering van de woning, een en ander onder de verplichting dat [gedaagde] [eiseres] vrijwaart voor aanspraken van de ING Bank ter voldoening van eventuele achterstanden. 3.11. Indien de woning na aftrek van de verkoopkosten en (voornoemde achterstallige rentebetalingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.