vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 127324 / HA ZA 06-1495 Vonnis van 5 december 2007 in de zaak van [x], wonende te [woonplaats], eiser in conventie, verweerder in reconventie, procureur mr. A.H.J. Damminga, advocaat mr. M.C.J. Freijters te Koekange, tegen [y], wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, procureur mr. J.P. van Dijk, thans mr. R.K.E. Buysrogge.
- De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie - de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie - de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie - de conclusie van dupliek in reconventie. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald.
- De feiten 2.
- [x] had in en rond het jaar 2001 een zakelijke band met [Dhr. A]. [x] en [Dhr. A] hebben als kopers op 28 februari 2001 een koopovereenkomst gesloten met [bedrijf], gevestigd te Zürich (Zwitserland) en vertegenwoordigd door [Dhr. B], als verkoper, met betrekking tot een bedrijfspand aan de [adres] te [woonplaats] voor een bedrag van ƒ 1.100.000,=. Partijen zijn destijds overeengekomen dat de juridische eigendomsoverdracht zou plaatsvinden bij akte van levering op 1 november 2001 of zoveel eerder of later als partijen nader zouden overeenkomen, en dat [x] en [Dhr. A] aan [bedrijf] een gebruiksvergoeding van ƒ 40.000,= dienden te voldoen voor gebruik van het bedrijfspand tot 1 november
- 2.
- Op 23 november 2001 is de akte van levering van het bedrijfspand verleden. Hierin is opgenomen, anders dan in februari 2001 was overeengekomen, dat [x] en [Dhr. A] de rechten en verplichtingen voor hen voortvloeiend uit de koopovereenkomst hebben overgedragen aan [y], zulks met medewerking van [bedrijf], “zodat in casu sprake is van contractsoverneming als bedoeld in artikel 6:159 van het Burgerlijk Wetboek.” 2.
- Op 20 november 2001 is tussen [y] als verhuurder en [x] en [Dhr. A] als huurders een huurovereenkomst ter zake het bedrijfspand ondertekend. In deze overeenkomst is opgenomen: “Gedurende de looptijd van deze overeenkomst, echter voor 31 december 2002, hebben huurders het recht het gehuurde te kopen. De koopsom is nu voor alsdan vastgesteld op een bedrag groot ƒ 1.250.000,=.” 2.
- Op 23 maart 2002 heeft [y] de helft van het bedrijfspand overgedragen aan de echtgenote van [x] voor een bedrag van ƒ 550.000,= te vermeerderen met een bedrag van ƒ 33.000,= aan overdrachtsbelasting. Vervolgens hebben [y] en de echtgenote van [x] het bedrijfspand op 10 november 2006 geleverd aan een derde. [x] heeft conservatoir beslag gelegd op gelden van [y] onder mr. D. Westinga, notaris te Hoogeveen aan de Hoofdstraat
- Het geschil in conventie 3.
- [x] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [y] tot betaling van EUR 68.067,= vermeerderd met rente en kosten zoals onder punt 9 van de dagvaarding gespecificeerd, alsmede de wettelijke rente over een bedrag van EUR 22.689,= vanaf 1 juli 2001 (subsidiair vanaf de dag der dagvaarding) tot de dag der algehele voldoening alsmede in de kosten van dit geding, die van beslaglegging daaronder begrepen. 3.
- [y] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.
- [y] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [x] om het gelegde conservatoir beslag onder genoemde notaris mr. Westinga binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op te heffen, op verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,= voor iedere dag dat [x] in gebreke blijft om aan dit vonnis te voldoen, met veroordeling van [x] in de kosten van het geding in reconventie. 3.
- [x] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
- De beoordeling in conventie 4.
- Allereerst maakt de rechtbank uit de overgelegde stukken op dat in het kader van de samenwerking van [x] en [Dhr. A] in de periode 2001-2002 diverse constructies zijn uitgevoerd om de aankoop dan wel het gebruik van het bedrijfspand in [woonplaats] (op een zo goedkoop mogelijke manier) te realiseren. Daarvoor zijn diverse mensen ingeschakeld, zoals [y] en de echtgenote en de vader van [x], en zijn er allerlei afspraken gemaakt. 4.
- In dit kader is, nadat was gebleken dat [x] en [Dhr. A] de financiering niet (geheel) rond konden krijgen, afgesproken dat het bedrijfspand aan [y] zou worden geleverd omdat zij in staat was dit te financieren. Op deze manier zouden [x] en [Dhr. A] meer tijd krijgen alsnog de financiering te realiseren om het bedrijfspand voor 31 december 2002 alsnog geleverd te krijgen en in de tussentijd als huurders het pand kunnen gebruiken. 4.
- [x] stelt in deze procedure dat hij ƒ 50.000,= en zijn vader ƒ 100.000,=, in totaal ƒ 150.000,=, als voorschot aan de verkoper hebben voldaan in de periode maart-november
- [x] vordert deze ƒ 150.000,= van [y] omdat zij de rechten en verplichtingen uit de koopovereenkomst van [x] en [Dhr. A] heeft overgenomen. Er zijn geen expliciete afspraken gemaakt ten tijde van de contractsoverneming door [y] maar er is impliciet een overeenkomst van geldlening tussen [x] en [y] tot stand gekomen ten bedrage van ƒ 150.000,=, aldus [x]. 4.
- Nu zal worden bezien of er voor [y] een verplichting tot betaling aan [x] is ontstaan vanwege de contractsoverneming ex artikel 6:159 BW door [y]. De contractsoverneming betreft de verhouding [bedrijf] aan de ene zijde en [x] en [Dhr. A] aan de andere zijde, zoals die blijkt uit de koopovereenkomst en binnen welke verhouding de koperspositie door [y] van [x] en [Dhr. A] is overgenomen. Overneming door [y] van de positie van [x] en [Dhr. A] impliceert dus dat [y] alle verplichtingen ten opzichte van [bedrijf] krijgt die [x] en [Dhr. A] hadden. Aan de orde is derhalve de vraag of [x] en [Dhr. A] op grond van de koopovereenkomst met [bedrijf] verplicht waren tot terugbetaling van een bedrag van ƒ 150.000,= aan [x]. De koopovereenkomst is echter niet door partijen overgelegd. Wel is door [x] als productie 9 het concept van de akte van levering van 23 november 2001 overgelegd. Nu [y] niet anderszins heeft gesteld gaat de rechtbank er vanuit dat de inhoud van het concept overeenstemt met de minuutakte. Uit de akte van levering blijkt niet dat een terugbetalingsverplichting van [x] en [Dhr. A] aan [x] onderdeel was van de overeenkomst. Ook overigens is hiervan niet gebleken zodat de vordering, voor zover gegrond op contractsoverneming, zal worden afgewezen. 4.
- Verder stelt [x] dat een impliciete overeenkomst van geldlening tussen hem en [y] is tot stand gekomen, voor wat betreft: - een bedrag van ƒ 50.000,= dat door [x] op de rekening courant van Polyprojet te Baarn is gestort (zoals door [y] is gesteld en niet door [x] is betwist); - een bedrag van ƒ 100.000,= dat door de vader van [x] aan [bedrijf] is betaald. Door [x] zijn geen feiten gesteld waaruit blijkt dat tussen hem en [y] overeenstemming bestond met betrekking tot het door hem aan [y] bij wijze van geldlening ter beschikking stellen van gelden. Voormelde betalingen die zijn verricht aan anderen dan [y] wijzen juist op het tegendeel. De vordering voorzover gegrond op een (impliciete) overeenkomst van geldlening, dient ook te worden afgewezen. 4.
- Nu de vorderingen van [x] worden afgewezen behoeven de overige weren van [y] geen bespreking meer. 4.
- [x] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [y] worden begroot op: - vast recht 1.120,00 - salaris procureur 1.788,00 (2,0 punten × tarief EUR 894,00) Totaal EUR 2.908,00 in reconventie 4.
- Gelet op de afwijzing van de vordering in conventie, zal de vordering in reconventie tot opheffing van het conservatoir beslag worden toegewezen. 4.
- De gevorderde dwangsom zal als na te melden worden beperkt. 4.
- [x] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [y] worden begroot op: salaris procureur 894,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 894,00) Totaal EUR 894,00
- De beslissing De rechtbank in conventie 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- veroordeelt [x] in de proceskosten, aan de zijde van [y] tot op heden begroot op EUR 2.908,00, in reconventie 5.
- veroordeelt [x] om het gelegde conservatoir beslag op gelden van [y] onder mr. D. Westinga, notaris te Hoogeveen, aan de Hoofdstraat 3, op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,= per dag dat [x] aan dit gebod niet voldoet, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van betekening van dit vonnis, tot een maximum van EUR 100.000,=, 5.
- veroordeelt [x] in de proceskosten, aan de zijde van [y] tot op heden begroot op EUR 894,00, 5.
- verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2007.