RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnr. : 07.450167-07 en 07.440241-07 (gevoegd ter terechtzitting) Uitspraak: 10 juli 2008 Vonnis in de zaak van: het openbaar ministerie tegen [verdachte], geboren op [geboorteplaats], wonende te [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting van de zaak met parketnummer 07.450167-07 heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2007, 15 januari, 6 maart en 26 juni 2008, achter gesloten deuren. Het onderzoek ter terechtzitting van de zaak met parketnummer 07.440241-07 heeft plaatsgevonden op 15 januari, 6 maart en 26 juni 2008, achter gesloten deuren. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr L.M.J. Leerkes, advocaat te Deventer. De officier van justitie, mr. A.J. de Loor heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het met parketnummer 07.450167-07 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het met parketnummer 07.440241-07 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot jeugddetentie van 1 jaar, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering, hetgeen mede kan inhouden behandeling bij de FPK De Tender te Deventer, althans een soortgelijke instelling en tevens kan inhouden het ondergaan van alcohol-, urine- en bloedcontroles. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd de toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 420, [benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 449 en [benadeelde partij 3] tot een bedrag van € 25, met het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: (volgt tenlastelegging) BEWIJS Parketnummer 07.450167-07: De verdachte dient van het onder 1 primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 subsidiair en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat: (volgt bewezenverklaring; zie aangehechte en uitgestreepte kopie dagvaarding). Parketnummer 07.440241-07: De verdachte dient van het onder 3 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. Door de verdediging is aangevoerd, dat ter zake van het onder 1 ten laste gelegde geen sprake is van afpersing, nu geen sprake is van dreiging met geweld. Het lijkt erop, aldus de verdediging, dat verdachte zélf als dwangmiddel wordt ervaren, hetgeen onvoldoende zou zijn voor afpersing. De rechtbank verwerpt dit verweer. Verdachte heeft, ook volgens zijn eigen verklaringen, meermaals op agressieve en dreigende toon het slachtoffer [benadeelde partij 1] om geld gevraagd en daarbij zodanige gebaren gemaakt, dat ondenkbaar moet worden geacht dat het daarbij zou gaan om een lening zonder dwang. De rechtbank merkt daarbij op dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte ooit een geldbedrag aan [benadeelde partij 1] heeft terugbetaald. Verdachte heeft bovendien, ook volgens zijn eigen verklaringen, bewerkstelligt dat [benadeelde partij 4] een geldbedrag aan hem heeft afgegeven, door tegen [benadeelde partij 4] te zeggen dat [benadeelde partij 1] anders grote problemen zou krijgen. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen verdachtes gedragingen en gebezigde bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan als dreiging met geweld. Tevens heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld, dat de verklaringen van verdachte die zijn afgelegd op 6 oktober 2007 buiten beschouwing moeten worden gelaten. Dit nu verdachte onder druk zou zijn gezet door de rechercheur en de verklaringen daarbij niet goed getoetst kunnen worden, nu deze niet in vraag/antwoord vorm zijn opgemaakt. De rechtbank verwerpt ook dit verweer. Verdachte heeft, blijkens het daartoe opgemaakte en door verdachte ondertekende proces-verbaal van verhoor, onder meer verklaard dat hij [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 4] op een intimiderende en agressieve manier heeft benaderd en dat het niet zijn bedoeling was het verkregen geld terug te betalen.Van enige ontoelaatbare druk bij de totstandkoming van deze verklaring is niet gebleken. Verdachte heeft, zoals ook blijkt uit de verklaring van 7 oktober 2007, de volledige vrijheid gehad om anders te verklaren. Het feit dat de verklaringen niet zijn opgemaakt in vraag/antwoord vorm doet daaraan niet af. Het proces-verbaal van verhoor voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat: (volgt bewezenverklaring; zie aangehechte en uitgestreepte kopie dagvaarding). Van het in de zaak met parketnummer 07.450167-07 en in de zaak met parketnummer 07.440241-07 onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht. STRAFBAARHEID Het bewezene levert op: Parketnummer 07.450167-07: Het onder 1 subsidiair bewezene levert op: Mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 Wetboek van Strafrecht. Het onder 2 bewezene levert op: Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, strafbaar gesteld bij artikel 141 Wetboek van Strafrecht. Parketnummer 07.440241-07: Het onder 1 en 2 bewezene levert op: Afpersing, meermalen gepleegd, Strafbaar gesteld bij artikel 317 Wetboek van Strafrecht. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten. OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met: - een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 6 juni 2008; - een de verdachte betreffend pro justitia rapport d.d. 15 februari 2008 uitgebracht door drs. M. Hulst, gz-psycholoog; - een adviesrapport van Tactus Reclassering d.d. 18 juni 2008 - de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier. Uit de pro justitia rapportage d.d. 15 februari 2008 blijkt dat verdachte lijdt aan een ernstige gedragsstoornis. Hiermee samenhangend is er sprake van impulsregulatieproblemen en was er ten tijde van het onderzoek in het kader van de pro justitiarapportage sprake van alcohol- en drugsmisbruik. Verdachte vertoonde daarbij zodanige antisociale en narcistische kenmerken dat voor uitgroei naar een cluster B persoonlijkheidsstoornis gevreesd moet worden. Naar aanleiding van deze rapportage is een behandeling bij De Tender gestart, in afwachting van een plaats in een behandelkliniek. Uit de voorlichtingsrapportage van Tactus d.d. 18 juni 2008 blijkt dat verdachte zich, sinds de schorsing voorlopige hechtenis, houdt aan de afspraken met de Verslavingsreclassering van Tactus Verslavingszorg. Tevens blijkt dat verdachte weinig gemotiveerd is voor opname in een verslavingskliniek, maar wel gemotiveerd is voor een langdurige behandeling bij De Tender. Tactus adviseert dan ook dat een voorwaardelijke straf wordt opgelegd, met als bijzondere voorwaarde een toezicht bij de afdeling Verslavingsreclassering van Tactus Verslavingszorg te Zwolle, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling bij De Tender en meewerken met urine- en /of bloedcontroles. De rechtbank neemt dit advies over en maakt dit tot het hare. De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg. Benadeelde partij Parketnummer 07.450167-07: Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats], rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 subsidiair bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.