RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnummer : 07.790001-08 Uitspraak : 28 oktober 2008 Vonnis in de zaak van: het openbaar ministerie tegen [verdachte], [geboortedatum] [geboorteplaats], [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2008, waarbij verdachte is verschenen. De officier van justitie, mr. W.S. Ludwig, heeft ter terechtzitting gevorderd: - de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden; - de benadeelde partij [slachtoffer] niet ontvankelijk te verklaren in de vordering. TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: (volgt tenlastelegging) Voor wat betreft het onder 3 cumulatief tenlastegelegde zal de rechtbank het gedeelte vóór “en/of” aanmerken als “3a” en het gedeelte na “en/of” als “3b”. BEWIJS De rechtbank overweegt dat voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde de rechtbank ambtshalve is gebleken dat het tenlastegelegde feit ook in Spanje strafbaar is. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2, 3a en 3b ten laste is gelegd, met dien verstande dat: (volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding) Van het onder 1, 2, 3a en 3b meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht. STRAFBAARHEID Het bewezene levert op: Feit 1: Medeplegen van een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of anderen de beschikking de beschikking over die goederen te verzekeren, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij de artikelen 47 en 326a van het Wetboek van Strafrecht. Feit 2: Medeplegen van een gewoonte maken van witwassen, strafbaar gesteld bij de artikelen 420ter en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Feit 3a en 3b, telkens: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, strafbaar gesteld bij artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. De feiten en de verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten. OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een gedeeltelijke onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijke verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.