vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 137661 / HA ZA 07-1299 Vonnis van 29 oktober 2008 in de zaak van [A], wonende te [woonplaats], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. J.C.F. Kooijmans, tegen [B], wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.G. Geerdes. Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het incidenteel vonnis van 19 juli 2006 - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie - de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie - de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie - de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten in conventie en reconventie 2.1. [A] was eigenaar van het pand aan de [adres], alwaar zij Café [naam] exploiteerde. In die hoedanigheid heeft zij de gehele bedrijfsinventaris in 2003 aan Warsteiner Brauerei Haus Cramer KG (hierna Warsteiner) tot zekerheid verpand. 2.2. Op 19 augustus 2004 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de horecaonderneming “Café [naam]” inclusief de inventaris. De overeenkomst vermeldt onder meer: KOOPOVEREENKOMST (…) Artikel 2 De koopsom voor bovengenoemde goederen bedraagt EUR 47.000,00 (…). Artikel 3 De betaling van de koopsom vindt plaats bij de eigendomsoverdracht. (…) ALS ONTBINDENDE VOORWAARDEN GELDEN: 1. (…) 2. Het verkochte dient te voldoen aan de eisen van de milieudienst en aan de gemeentelijke normen voor een café bedrijf. 3. Koper dient een financiering te realiseren groot EUR 37.400,-- zegge (…) af te geven door Warsteiner brouwerij en Coinco Games BV speelautomatenexploitant. (…) 2.3. Vervolgens hebben partijen op 9 september 2004 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de goodwill en inventaris van “Café [naam]”, waarin onder meer is bepaald: KOOPOVEREENKOMST: (…) Artikel 2 De koopsom voor bovengenoemde goederen bedraagt EUR 47.000,00 (…). (…) Artikel 5 1. Zolang koper de koopsom niet volledig zal hebben betaald, blijft verkoper eigenaar van de overgedragen goederen, zoals omschreven in het aanhangsel. 2. Verkoper verklaart, dat de goederen ten tijde van ondertekening van deze overeenkomst zijn uitsluitend en onbezwaard eigendom waren en zich in goede staat bevonden. (…) (…) Artikel 9 Partijen wijzen ingeval van geschillen met betrekking tot de inhoud en uitvoering van deze overeenkomst ieder een deskundige aan, die tezamen een derde deskundige benoemen. Deze deskundigen doen uitspraak bij wege van bindend advies. (…) Bijzonderheden: (…) Op heden voldoet koper aan verkoper een bedrag groot EUR 10.000,-- (…), waarop in mindering de reeds gedane aanbetaling groot EUR 4.700,-- (…), het restant van de koopsom wordt als volgt verrekend en/of uitbetaald door onderstaande financiers: Een bedrag groot EUR 15.000,-- (…) van Warsteiner Bierbrouwerij Een bedrag groot EUR 10.000,-- van Coinco Games BV. Verkoper geeft aan koper een financiering af conform aangehechte schuldbekentenis voor een bedrag groot EUR 12.000,-- (…) 2.4. De door beide partijen ondertekende schuldbekentenis bepaalt onder meer: De ondergetekende: [B] (…) verklaart wegens ter een ontvangen gelden verschuldigd te zijn Aan mede-ondergetekende: [A] (…) een som geld ter grootte van: EUR 12.000,00 (…) Artikel 1. De hoofdsom moet worden terugbetaald in 18 (…) achtereenvolgende maandelijkse termijnen ieder groot EUR 704,22 (…) ingaande op 1 december 2004 (…) (…) Artikel 2. De debiteur moet over de hoofdsom een rente betalen van 7 procent per jaar (…) Artikel 3. De hoofdsom of het eventuele restant daarvan is te allen tijde terstond en zonder enige waarschuwing of ingebrekestelling opeisbaar met de rente tot de dag der betaling, indien a. de debiteur de verschuldigde aflossing en/of rente niet prompt op de verschijndag voldoet (…) 2.5. De onderneming is in oktober 2004 in de macht van [B] gebracht. 2.6. Bij brief van 13 juni 2005 heeft de gemeente Amsterdam aan [B] medegedeeld: (…) Op 27 november 2003 heeft bureau Viroh een bezoek gebracht aan de horeca-inrichting gelegen aan de [adres]. Tijdens dit bezoek is een aantal voorzieningen geconstateerd dat getroffen moest worden voor het verkrijgen van een gebruiksvergunning. Vervolgens heeft mevrouw [A] op 5 mei 2004 een brief ontvangen waarin de te treffen voorzieningen vermeld waren en een termijn van twaalf weken werd verleend om deze voorzieningen te treffen. Inmiddels hebben wij vernomen dat u de nieuwe exploitant bent. De volgende voorziening dient nog uitgevoerd te worden: - de toegangsdeur dient met de vluchtrichting mee te draaien. Voor oplossingen verwijzen wij naar de bijgevoegde bijlage. (…) (…) Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum kan uw aanvraag om een gebruiksvergunning, indien u niet voldoet aan de voorschriften, weigeren. (…) 2.7. [B] heeft op 29 juni 2005 aan Coinco Games BV (hierna Coinco) een volmacht gegeven, waarbij zij Coinco heeft gemachtigd tot de financiële afwikkeling van de verkoop van het café-bedrijf. De onderneming is aan een derde verkocht. 2.8. [A] heeft conservatoir derdenbeslag gelegd. 3. Het geschil in conventie 3.1. [A] vordert samengevat - veroordeling van [B] tot betaling van EUR 29.711,11, vermeerderd met rente en kosten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij op grond van de koopovereenkomst van 9 september 2004 een bedrag van EUR 27.000,-- te vorderen heeft. De overeenkomst van 9 september 2004 is in de plaats gekomen van de overeenkomst van 19 augustus 2004. Dit blijkt uit de afwijkende essentialia. De ontbindende voorwaarden van de overeenkomst van 19 augustus 2004 hebben geen gelding meer. Het risico van het al dan niet verkrijgen van financiering rust op [B]. Het pand voldeed wel degelijk aan de eisen. Dat de gebruikersvergunning niet werd verleend bleek te maken te hebben met de draairichting van de deur. Dit rechtvaardigt geen ontbinding. Van een tekortkoming in de nakoming door [A] is geen sprake. Zij is nimmer in gebreke gesteld en ook niet op andere wijze in verzuim geraakt. [B] heeft voorts niet binnen bekwame termijn geprotesteerd tegen de gestelde tekortkomingen en gebreken, zodat haar rechten en bevoegdheden dienaangaande zijn vervallen. [B] heeft de onderneming aan de derde verkocht in strijd met het daarop rustende eigendomsvoorbehoud. De verkoopopbrengst van EUR 32.500,00, is ten goede aan [B] gekomen. 3.2. [B] heeft - kort en zakelijk weergegeven- als volgt verweer gevoerd. Op grond van de bindend-adviesclausule als vervat in artikel 9 van de overeenkomst van 9 september 2004 dient - zo begrijpt de rechtbank - [A] niet ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. Voor zover [A] wel ontvankelijk moet worden geacht, geldt dat partijen op 19 augustus 2004 een koopovereenkomst hebben gesloten. De overeenkomst van 9 september 2004 diende als aanvulling op de overeenkomst van 19 augustus 2004, zodat de hierin vervatte afspraken onverminderd van kracht bleven. Door het intreden van de ontbindende voorwaarden is de koopovereenkomst in november 2004 ontbonden. Deze ontbinding vond plaats toen bleek dat [B] geen financiering van Warsteiner kon krijgen, dan wel op het moment dat de brief van de gemeente [B] bereikte, waaruit bleek dat het pand niet aan de normen voldeed die de gemeente aan een café stelt. [A] heeft willens en wetens onjuiste informatie verstrekt. Zo heeft zij verzwegen dat het pand niet aan de eisen van de gemeente voldeed en is de waarde van de goodwill en bezwaarde inventaris te hoog vastgesteld, zodat het geleverde niet beantwoordt aan de overeenkomst. Ook heeft zij in strijd met de waarheid medegedeeld dat de inventaris haar uitsluitend en onbezwaard eigendom was. [B] heeft een bedrag van EUR 14.450,-- contant in mindering op de koopsom voldaan. Daarnaast heeft zij door middel van een geldlening van Coinco een bedrag van EUR 10.000,-- aan [A] betaald. [A] heeft met Coinco en Almeco Beheer BV onder één hoedje gespeeld. [B] is hiervan het slachtoffer geworden. in reconventie 3.3. [B] vordert samengevat - een verklaring voor recht dat de gesloten koopovereenkomst is ontbonden. Subsidiair vordert zij ontbinding en meer subsidiair vernietiging van de koopovereenkomst op grond van bedrog c.q. dwaling. Daarnaast vordert [B] veroordeling van [A] tot betaling van een bedrag van EUR 34.500,-- aan schadevergoeding die door de onrechtmatige gedraging van [A] is ontstaan. 3.4. [A] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling in conventie en reconventie 4.1. Gelet op de mate van verwevenheid van de stellingen in conventie en reconventie, worden deze gezamenlijk besproken. 4.2. [A] heeft nakoming van de overeenkomst van 9 september 2004 gevorderd. Als meest verstrekkend verweer heeft [B] bij conclusie van dupliek aangevoerd dat, gelet op het bindend-adviesbeding als vervat in artikel 9 van de overeenkomst, [A] niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering. [A] heeft daartegen ingebracht dat dit verweer voor alle weren gevoerd had moeten worden en niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid. Vooropgesteld wordt dat een beroep op een bindend-adviesbeding niet kan worden aangemerkt als een exceptief verweer. Het gevolg van een geslaagd beroep op dit beding is immers niet onbevoegdheid van de rechter, maar niet ontvankelijkheid van de eiser. De regel dat een exceptief verweer voor alle weren moet worden gevoerd, is op het onderhavige verweer dan ook niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat [A]s beroep op het bindend-adviesbeding onder de gegeven omstandigheden tardief is. [B] heeft het bindend-adviesverweer eerst bij conclusie van dupliek gevoerd, derhalve na het wisselen van diverse processtukken en ruim twee jaar nadat zij de dagvaarding heeft ontvangen. Daar komt bij dat [B] eerder in de procedure wel een onbevoegdheidsincident heeft opgeworpen en bij die gelegenheid het bindend-adviesverweer niet heeft gevoerd. Gelet op deze omstandigheden wordt geoordeeld dat het gevoerde principale verweer in een zo laat stadium van de procedure in strijd moet worden geacht met de beginselen van behoorlijke procesorde, zodat het verweer niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van [A]. 4.3. [B] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat de koopovereenkomst tussen partijen door vervulling van twee ontbindende voorwaarden is ontbonden, op grond waarvan [A] niets meer van haar zou hebben te vorderen. [A] heeft aangevoerd dat de overeenkomst van 9 september 2004 de overeenkomst van 19 augustus 2004 heeft vervangen en dat de ontbindende voorwaarden uit de laatstgenoemde overeenkomst tussen partijen niet meer gelden. Anders dan [B] kennelijk meent, leidt het vervullen van een ontbindende voorwaarde opgenomen in de overeenkomst van 19 augustus 2004 niet tot een ontbinding van de overeenkomst van 9 september 2004. In deze tweede overeenkomst zijn de ontbindende voorwaarden immers niet van toepassing verklaard. Gesteld noch gebleken is verder dat partijen de bedoeling hebben gehad deze ontbindende voorwaarden ook op de tweede overeenkomst van toepassing te laten zijn. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat óók in het geval dat de overeenkomst van 19 augustus 2004 na ondertekening van de overeenkomst van 9 september 2004 haar gelding heeft behouden, de overeenkomst van 9 september 2004 als aanvulling op de eerdere overeenkomst moet worden beschouwd én (een van) de ontbindende voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.