vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 115782 / HA ZA 05-1576 Vonnis van 25 februari 2009 in de zaak van de naamloze vennootschap VODAFONE LIBERTEL N.V., gevestigd te Maastricht, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. M.F.H.M. van Haastert, tegen [A] wonende te Nagele, gemeente Noordoostpolder, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. R.K.E. Buysrogge. Partijen zullen hierna Vodafone en [A] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beslissing van deze rechtbank van 13 december 2006, - de akte wijziging van eis en overlegging van producties van [A], - de antwoordakte van Vodafone, - de akte overlegging productie van Vodafone, - de antwoordakte met productie van [A], - de antwoordakte van Vodafone. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten in conventie en in reconventie 2.1. Vodafone is een aanbieder van mobiele telecommunicatiediensten en heeft in Nederland haar eigen netwerk. Dit netwerk bestaat uit onder meer zendmasten. Voor het plaatsen van zendmasten sluit Vodafone overeenkomsten met eigenaren van onroerende zaken tot het vestigen van een opstalrecht. 2.2. Op 15 maart 2005 hebben Vodafone en [A] een akte ondertekend tot vestiging van het recht van opstal met betrekking tot het perceel van [A] te Nagele aan de [adres], kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder [nummer] De op te richten zendmast zendt GSM- en UMTS-frequenties uit. 2.3. Overeenkomstig artikel 1.1 van de akte verleent [A] aan Vodafone het recht van opstal voor het oprichten en onderhouden van een zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatiedoeleinden. De looptijd van de overeenkomst is 15 jaar, ingaande op de dag van het passeren van de notariële akte (artikel 2.1 en 2.2). [A] ontvangt een vergoeding voor het gebruikrecht van Vodafone van EUR 3.000,00 per jaar (artikel 3). In artikel 11.2 is bepaald dat de overeenkomst door beide partijen om zwaarwichtige redenen schriftelijk kan worden opgezegd met een opzegtermijn van 12 maanden. Onder zwaarwichtige redenen wordt voor [A] verstaan herbestemming van het perceel. 2.4. [A] heeft geweigerd mee te werken aan de vestiging van het opstalrecht. 2.5. Bij besluit van 22 maart 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder aan Vodafone een lichte bouwvergunning verleend voor de oprichting van een GSM-mast voor mobiele communicatie op het perceel van [A]. Tegen dit besluit heeft onder meer [A] een bezwaarschrift bij het college van burgemeester en wethouders ingediend. Dit bezwaar is ongegrond verklaard. 2.6. Tegen de ongegrondverklaring heeft onder meer [A] beroep ingesteld bij de sector bestuursrecht van deze rechtbank. Bij beslissing van de rechtbank van 5 september 2006 is dat beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat het college van burgemeester en wethouders met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen, op het bezwaar dient te beslissen. 2.7. Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft het college van burgemeester en wethouders hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ingesteld. Bij beslissing van 4 juli 2007 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. 3. Het geschil in conventie 3.1. Vodafone vordert [A] te gebieden mee te werken aan de vestiging van het opstalrecht, op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,00 per dag, met een maximum van EUR 250.000,00, met bepaling dat het vonnis zonodig voor de door [A] te verlenen medewerking in de plaats kan treden, met veroordeling van [A] in de proceskosten. 3.2. [A] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. [A] vordert na eiswijziging -: 1 primair voor recht te verklaren dat geen overeenkomst/verbintenis/rechtshandeling tot stand is gekomen, wegens het feit dat de geuite wil en de verklaringen van partijen niet overeenstemden bij sluiting van het contract; 2 subsidiair voor recht te verklaren dat de overeenkomst/verbintenis/rechtshandeling nietig is omdat qua inhoud en strekking een ongeoorloofd karakter heeft en in strijd is met de wet, goede zeden, en de openbare orde ex. artikel 3:40 BW en artikel 2 EVRM; 3 meer subsidiair voor recht te verklaren dat de overeenkomst aan een gebrek leidt en dus vernietigbaar is omdat sprake was van een wilsgebrek ex. artikel 3:44 en 6:228 BW zoals misbruik van omstandigheden en dwaling; 4 nog meer subsidiair voor recht te verklaren dat de gesloten overeenkomst wordt ontbonden door opzegging per datum dagvaarding althans enige andere door de rechtbank juist geachte datum om zwaarwichtige redenen conform de inhoud van het contract (artikel 11); 5 nog meer subsidiair voor recht te verklaren dat de overeenkomst wordt ontbonden wegens (niet) toerekenbare tekortkoming en deze tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt omdat Vodafone in strijd met het geldende bestemmingsplan handelde door een bouwplan in te dienen in strijd met het geldende bestemmingsplan en dus handelde in strijd met de wet en de goede zeden alsmede omdat nakoming onmogelijk is wegens het feit dat er geen bouwvergunning voor is; 6 nog meer subsidiair voor recht te verklaren dat de ontbindende voorwaarde uit artikel 11.2 ingaat wegens zwaarwichtige redenen en herbestemming van het perceel van gedaagde met ingang van 17 januari 2007; 7 nog meer subsidiair voor recht te verklaren dat de uitleg van de overeenkomst/verbintenis/rechtshandeling zodanig moet zijn, dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ex. artikel 6:2 en 6:248 BW in casu met zich meebrengt dat alvorens de zendmast wordt geplaatst een betrouwbaar en onafhankelijk volledig gevaarloosheid garantie leverend gezondheidsonderzoek heeft plaatsgevonden naar de verbanden tussen de dosis verspreide zenderstraling en de effecten van die straling op de mens; 8 met veroordeling van Vodafone in alle kosten van de procedure. 3.5. Vodafone voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1. Vanwege de grote samenhang tussen de eisen en verweren in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden beoordeeld. 4.2. Vodafone vordert veroordeling van [A] mee te werken aan het vestigen van het opstalrecht en daarmee nakoming van de door haar gestelde overeenkomst tussen partijen. geen overeenkomst tot stand gekomen 4.3. Als primair verweer tegen de vordering van Vodafone heeft [A] gesteld dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen. 4.4. De rechtbank oordeelt op dit verweer als volgt. Naar zeggen van [A] hebben hij en Voorpostel, verbonden aan Vodafone, in 2004 drie gesprekken gehad over plaatsing van een zendmast op zijn terrein. Dit heeft geresulteerd in de onder 2.2 genoemde akte waarin met zoveel woorden is vermeld dat het gaat om een zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatiedoeleinden. Partijen hebben die akte ondertekend. Vervolgens heeft [A] meegewerkt aan voorbereidingshandelingen van (de aannemer van) Vodafone voor de plaatsing van de zendmast, zoals Vodafone onweersproken heeft gesteld. Uit deze feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen tot het plaatsen van een zendinstallatie. 4.5. [A] heeft zich er ook op beroepen dat (artikel 1 van) de overeenkomst onduidelijkheid laat bestaan over de sterkte van de zendmast die in de toekomst op zijn perceel geplaatst kan worden, zodat de overeenkomst geen effect kan sorteren. 4.6. Op dit punt is van belang dat Vodafone onweersproken heeft gesteld dat zij [A] heeft geïnformeerd over het gebruik van de zendmast en over de communicatie door middel van elektromagnetische velden. [A] heeft ook erkend een folder daarover te hebben gekregen. Derhalve kon hij weten dat er verschillende typen zendmasten bestaan met verschillende sterktes. [A]s beroep dat de overeenkomst op dit punt onvoldoende duidelijk is, faalt dan ook. artikel 2 EVRM 4.7. [A] heeft verder als verweer opgeworpen dat de overeenkomst in strijd is met artikel 2 van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens en Fundamentele Vrijheden. Deze stelling faalt. Dit artikel legt aan de verdragspartijen c.q. de Nederlandse overheid de plicht op om het recht van een ieder op leven te beschermen door de wet. Dit betekent dat in Nederland bij de rechter uitsluitend tegen een doen of nalaten van de overheid, deze bepaling uit het EVRM kan worden ingeroepen. De overheid is echter geen partij in deze procedure noch richt [A] zich hier tegen een beslissing van de overheid. Zijn bezwaren betreffen immers de privaatrechtelijke overeenkomst met Vodafone. strijd met de wet, de goede zeden en de openbare orde ex. artikel 3:40 BW 4.8. [A] heeft verder gesteld dat de overeenkomst in strijd is met de wet, de goede zeden en de openbare orde ex. artikel 3:40 BW. Echter, hij heeft nagelaten aan te geven met welke specifieke wet(ten) (plaatsing van) de zendmast strijdig is. Dat verzuim is van betekenis, omdat Vodafone onweersproken heeft gesteld dat zij zich zal houden aan de veiligheidsvoorschriften die door de Nederlandse overheid zijn opgesteld voor het in gebruik nemen van zendmasten alsmede dat deze eisen gebaseerd zijn op en daarmee voldoen aan internationale aanbevelingen en Europese regelgeving. Zij heeft verder gesteld dat zij handelt in overeenstemming met de toepasselijke Arbo-normen; [A] heeft ook deze stelling niet (voldoende) weersproken. Derhalve is onvoldoende gesteld ter zake van nietigheid van de overeenkomst wegens strijd met de wet. 4.9. Volgens [A] is het verder in strijd met de goede zeden en de openbare orde dat Vodafone begonnen is met plaatsing van zendmasten voordat de effecten van straling op de mens zijn onderzocht. 4.10. [A] heeft daartoe gesteld, kort en in essentie weergegeven en geadstrueerd met een groot aantal artikelen en rapporten, dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.