RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Zwolle Zaaknr. : 462779 HA VERZ 09-301 Datum : 23 september 2009 Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [VERZOEKENDE PARTIJ], gevestigd te [vestigingsplaats], verzoekende partij, verder te noemen [verzoekende partij], gemachtigde mr. E.H. van Stigt Thans, tegen [VERWERENDE PARTIJ], wonende te [woonplaats], verwerende partij, verder te noemen [verwerende partij], gemachtigde mr. E.L.W. Oyen. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek- en verweerschrift en de overgelegde producties. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 september 2009. Partijen en hun ge-machtigden zijn verschenen en hebben hun standpunten toegelicht. Daarna is de uitspraak op vandaag bepaald. Het geschil [verzoekende partij] verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende par-tij] wegens veranderingen in de omstandigheden. [verwerende partij] weerspreekt het verzoek en heeft in geval van toewijzing aanspraak gemaakt op een vergoeding van € 247.632. De beoordeling 1. [verwerende partij], geboren [datum], is op [datum] in loondienst van [verzoekende partij] ge-treden. De functie van [verwerende partij] is productiemedewerker op de afdeling ‘backing’. Het salaris bedraagt € 2.948 bruto per maand inclusief vakantietoeslag en andere emolumenten. [verwerende partij] heeft zich op [datum] ziek gemeld en was tot en met [datum] volledig ar-beidsongeschikt. Met ingang van [datum] is [verwerende partij] voor vier uren per dag arbeids-geschikt verklaard. 2. [verzoekende partij] legt aan haar verzoek, kort samengevat, de volgende stellingen ten grond-slag. [verwerende partij] is bovenmatig ziek, hetgeen tot problemen op de werkvloer leidt. Er is spra-ke van een aan [verwerende partij] toe te rekenen vertrouwensbreuk en de verhouding met de directie en collega’s van [verwerende partij] is verstoord. Op het standpunt van [verwerende partij] wordt, voor zover nodig, hierna ingegaan. 3. De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is onmiskenbaar sprake van een hoog ziekteverzuim. In de periode vanaf 1 januari 2001 heeft [verzoekende partij] het ziekteverzuim exact bijgehouden. In die periode, gerekend tot en met 15 juli 2009, heeft [verzoekende partij] onweersproken 588 ziektedagen genoteerd, een percen-tage van 26,53. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het ziekteverzuim voornamelijk aaneengesloten heeft plaatsgevonden en dan langdurig van aard is. In de afgelopen vijf jaren deed zich in 2007 en in 2009 (gerekend tot 15 juli 2009) een langdurig, aangesloten ziekteverzuim voor van respectie-velijk 233 en 108 dagen. In 2008 zijn slechts 3 ziektedagen genoteerd, in 2006 in totaal 13 (3 +10) ziektedagen, in 2005 in totaal 46 (18+9+4+6+9) ziektedagen en, tot slot, in 2004 27 (3+5+4+15) ziektedagen. Aannemelijk is dat kort, vaak weerkerend ziekteverzuim, waarbij een werknemer met relatief korte tussenpozen arbeidsongeschikt is, organisatorisch gezien tot grotere problemen leidt dan langdurig, aaneengesloten ziekteverzuim. Bij laatstbedoeld ziekteverzuim kan de werkgever immers een vervangende arbeidskracht aantrekken die, eenmaal ingewerkt, voor langere tijd aan de onderneming verbonden kan blijven. 4. Het ontbindingsverzoek is ingediend terwijl het opzegverbod tijdens ziekte van kracht is en mede gebaseerd op het hoge ziekteverzuim van [verwerende partij]. Het ontbindingsverzoek is dus zowel tijdens als (mede) wegens de ziekte van [verwerende partij] ingediend. Dit betekent, gelet op de reflexwerking van de opzegverboden en de vergewisplicht van artikel 7:685 lid 1 BW, dat het ontbindingsverzoek niet kan worden ingewilligd, tenzij zich omstandig-heden voordoen die een zodanig gewichtige reden vormen dat de arbeidsovereenkomst billijk-heidshalve toch behoort te eindigen, aldus de wetsgeschiedenis (Eerste Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 263, nr. 132d, p.15). Bedoelde omstandigheden kunnen naar het oordeel van de kantonrechter ook samenhangen met de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte van [verwerende partij]. [verzoekende partij] dient dan wel aannemelijk te maken dat het ziekteverzuim zodanig ingrijpende gevolgen heeft voor haar productie- en bedrijfsprocessen dat, mede gelet op alle overige omstandigheden van het geval zoals de frequentie en de duur van het ziekteverzuim, de oorzaak ervan en het uitzicht op gene-zing, het dienstverband billijkheidshalve moet eindigen. Blijkens de wetsgeschiedenis (Tweede Kamer, vergaderjaar 1996–1997, 25 263, nr. 6, p. 24) kan de rechter ermee rekening houden in-dien een werkgever door de ziekte van een werknemer in financiële moeilijkheden raakt. Daarvan uitgaande kunnen ook andere omstandigheden verband houdend met de ziekte een rol van betekenis spelen. [verzoekende partij] heeft wel gesteld dat het hoge ziekteverzuim tot organisatorische proble-men heeft geleid en nog steeds leidt, en een voortdurend beroep doet op de collegialiteit van de overige werknemers --hetgeen tot op zekere hoogte ongetwijfeld juist zal zijn-- maar [verzoe-kende partij] heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat aan be-doelde maatstaf is voldaan. Het verzoek tot ontbinding kan daarom niet op grond van (de gevolgen van) het ziekteverzuim worden toegewezen. 5. [verzoekende partij] heeft aan haar stelling dat sprake is van een vertrouwensbreuk de volgende feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd. Naar aanleiding van geruchten dat [verwerende partij] niet, althans minder arbeidsongeschikt zou zijn dan hij deed voorkomen, heeft [verzoe-kende partij] op 2 april 2009 een recherchebureau ingeschakeld om die geruchten te verifiëren. Op 9 april 2009 is [verwerende partij] door de heer [H], medewerker administratie en organisa-tie bij [verzoekende partij], thuis bezocht. [verwerende partij] heeft toen volgens [H], kort sa-mengevat, verklaard niet te kunnen en niet te mogen lopen, ook niet met krukken. Ongeveer één uur na dit bezoek werd [H] door de rechercheur ervan in kennis gesteld dat hij [verwerende partij] zonder enige zichtbare beperking zijn honden had zien uitlaten. [verwerende partij] liep daarbij zelfs zonder krukken. Nadien heeft de rechercheur op meerdere dagen gezien dat [ver-werende partij] zijn honden uitliet. [verwerende partij] liet gedurende gemiddeld 10 minuten zijn honden na elkaar uit, aldus de rechercheur. In een gesprek met [verwerende partij] op 15 mei 2009 is hij met de bevindingen van de recher-cheur geconfronteerd, maar hij bleef bij zijn verklaring dat hij tot eind april 2009, behoudens een enkele uitzondering, niet of nauwelijks zonder krukken had kunnen lopen. Vooral vanwege de discrepantie tussen de waarnemingen van de rechercheur enerzijds en bedoelde uitspraken van [verwerende partij] anderzijds, is [verzoekende partij] het vertrouwen in [verwerende partij] volledig kwijtgeraakt. 6. De kantonrechter oordeelt op dit punt als volgt. [verwerende partij] heeft een ‘Overzicht journaalregels’ van zijn huisarts overgelegd, waaruit blijkt dat [verwerende partij] onder meer op 13 maart 2009 zijn huisarts heeft geconsulteerd die een slijmbeursontsteking bij de knieschijf heeft gediagnosticeerd. De huisarts heeft [verwerende partij] geadviseerd de ‘Knie (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.