RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnr. : 07.976406-07 Uitspraak: 29 oktober 2010 Vonnis in de zaak van: het openbaar ministerie tegen [Verdachte D], geboren op [datum] 1972 te [geboorteplaats], wonende te [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 september
- De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N.F. Hoogervorst, advocaat te Amsterdam. De officieren van justitie, mr. L.N. Stempher en G.R.C. Veurink, hebben ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, [Slachtoffer N] - bij wijze van voorschot - tot een bedrag ad € 33.000,--. TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: (volgt nadere aanpassing tenlastelegging) HERVATTING VAN HET ONDERZOEK De rechtbank is van oordeel dat nog nader onderzoek nodig is. Zij acht zich thans onvoldoende geïnformeerd om tot een verantwoorde beslissing te kunnen komen. In (onder meer) het Kluivingsbos-onderzoek heeft het openbaar ministerie een verhoorprotocol opgesteld waarin niet alleen de rol van de politie, de ervaringsdeskundige en de dominee is beschreven, maar waarin ook is aangegeven op welke wijze de gesprekken met c.q. verhoren van vermeende slachtoffers dienen plaats te vinden. De ervaringsdeskundige en de dominee zijn bij enkele getraceerde slachtoffers ook daadwerkelijk ingezet. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal slachtoffers bereid was te verklaren over wat hen was overkomen. Bij de gesprekken, die de ervaringsdeskundige met de slachtoffers heeft gevoerd, is gebruik gemaakt van geluidsapparatuur. Gelet op hetgeen de verdediging in de zaken van het Kluivingsbos-onderzoek heeft aangevoerd met betrekking tot mogelijke beïnvloeding van en/of ongeoorloofd uitgeoefende druk op de vermeende slachtoffers door de ervaringsdeskundige, acht de rechtbank het noodzakelijk de beschikking te hebben over de inhoud van het gesprek dat de ervaringsdeskundige heeft gevoerd met het hierna te noemen slachtoffer, teneinde te kunnen toetsen of bij de totstandkoming van de aangifte (en nadere verhoren) van enige druk dan wel beïnvloeding door de ervaringsdeskundige sprake is geweest. De rechtbank acht het onderzoek in zoverre onvolledig en zal derhalve het onderzoek heropenen en terstond schorsen en de stukken in handen stellen van de rechter-commissaris, teneinde - voorafgaande aan een nader te bepalen terechtzitting - met behulp van een tolk/vertaler een in de Nederlandse taal gesteld proces-verbaal van de gemaakte audio-opname van het gesprek van de ervaringsdeskundige met het vermeende slachtoffer [Slachtoffer N] verbatim te laten uitwerken. BESLISSING Het onderzoek wordt heropend en terstond voor onbepaalde tijd geschorst. De rechtbank stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde bovenbedoelde proces-verbaal aan de stukken toe te voegen. Aldus gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en J.W.M. Bunt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek en W.F. Grotenhuis, griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober
- Mr. Van der Maden voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.