RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector Bestuursrecht Registratienummer: Awb 10/1905 en Awb 10/2005 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen Bewonerstaakgroep Hemeltjenskamp e.o., M.E.I. Brienen verzoekster 1, en (…), verzoekster 2, en het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 28 oktober 2010 heeft verweerder het verzoek van verzoekster 1 om handhavend op te treden tegen werkzaamheden met betrekking tot een skatebaan aan de Brinkerinckbaan te Diepenveen afgewezen. Verzoekster 1 heeft daartegen bezwaar ingesteld. Op 11 november 2010 heeft verzoekster 1 verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de bouw van de skatebaan met onmiddellijke ingang wordt stilgelegd, minstens totdat partijen in onderling overleg tot een oplossing zijn gekomen. Verweerder heeft verweer gevoerd. Op 29 november 2010 is een verzoek om voorlopige voorziening ontvangen van verzoekster 2, waarin eveneens is verzocht de bouw van de skatebaan stil te leggen. De verzoeken zijn ter zitting van 7 december 2010 behandeld. Voor verzoekster 1 zijn verschenen (…) en (….). Verzoekster 2 is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.I. Duivenvoorde en R. Boomkamp. Overwegingen Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure. Formeel Van de zijde van verweerder is ter zitting aangevoerd dat de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening, maar dat de sector civiel in deze kwestie bevoegd is. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat het verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft op een weigering van verweerder om handhavend op te treden. Gevraagd is om een bouwstop op te leggen omdat onrechtmatig wordt gebouwd. Nu het gaat om een handhavingverzoek met betrekking tot bouwen is de bestuursrechter wel bevoegd om van dit verzoek om voorlopige voorziening kennis te nemen. Verweerder heeft gesteld dat verzoekster 1 niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzoek om voorlopige voorziening omdat de bewonerstaakgroep Hemeltjenskamp e.o. als zodanig niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt. De voorzieningenrechter laat dit in het midden. Naar voorlopig oordeel vormt de bewonerstaakgroep in ieder geval een bundel van individuele belang hebbende omwonenden, waarvan (…) die zowel het bezwaar- als verzoekschrift heeft ondertekend zeker als belanghebbende kan worden aangemerkt. Verweerder heeft eveneens gesteld dat verzoekster 2 niet-ontvankelijk is in haar verzoek om voorlopige voorziening, nu van haar geen bezwaarschrift is ontvangen, zodat niet aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan. Verzoekster 2 heeft op 1 december 2010 de rechtbank laten weten zich te voegen bij het bezwaarschrift van verzoekster
- Ter zitting heeft zij aangegeven dit bezwaarschrift nog te zullen ondertekenen en aan verweerder te doen toekomen. Het mede ondertekende bezwaarschrift is na de zitting ook ontvangen. Nu de bouw van de in geding zijnde skatebaan inmiddels is gestart wordt eveneens aan het vereiste van spoedeisendheid voor het treffen van een voorlopige voorziening voldaan. Materieel Op 23 september 2009 heeft de gemeenteraad van Deventer besloten tot de realisatie van een uitdagende speelvoorziening aan de Brinckerinckbaan te Diepenveen. Deze uitdagende speelvoorziening is een skatebaan. De aanleg van deze skatebaan is begonnen op 22 september
- Bij brief van 23 september 2010 heeft verzoekster verweerder verzocht handhavend op te treden tegen de aanleg van de skatebaan, omdat deze niet volgens afspraak verdiept wordt aangelegd maar in zijn geheel minimaal 1.00 meter boven het bestaande maaiveld zal komen te liggen. Bij besluit van 28 oktober 2010 heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Het gaat om de afwijzing van het verzoek om handhavend op te treden tegen de bouw van de skatebaan. Ter beoordeling van de voorzieningenrechter staat of derhalve of er sprake is van onrechtmatige bouw. De bestuurlijke keuze de skatebaan aan te leggen en de zorgvuldigheid van de procedure die heeft geleid tot die keuze en het vasthouden aan die keuze al of niet in gewijzigde vorm staat in dit geschil in beginsel niet ter beoordeling. Zo kan de voorzieningenrechter alleen maar vast stellen dat volgens artikel 12 van de voorschriften van vigerende bestemmingsplan Kom-Diepenveen voor het realiseren van bouwwerken of gebouwen op gronden met de bestemming ‘Groen’ geen aanlegvergunning is vereist. In dit opzicht is de bouw van de skatebaan dan ook niet onrechtmatig. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit artikel 8 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht blijkt dat een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo niet vereist is, indien die activiteiten betrekking hebben op het bouwen van een bouwwerk dat reeds was aangevangen voor de inwerkingtreding van de Wabo en op het tijdstip waarop met dat bouwen is begonnen daarvoor krachtens de Woningwet geen bouwvergunning was vereist. Ingevolge artikel 3.25, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening blijven de regels van een bestemmingsplan buiten toepassing voor zover deze betrekking hebben op het bouwen waarvoor krachten artikel 43, eerste lid, van de Woningwet geen bouwvergunning vereist is. Artikel 43 van de Woningwet bepaalt ondermeer dat geen bouwvergunning vereist is voor het bouwen dat bij algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als van beperkte betekenis. Deze algemene maatregel van bestuur is het Besluit bouwvergunningvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). Artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van het Bblb bepaalt dat als bouwen van beperkte betekenis wordt aangemerkt een speeltoestel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van het Warenwetbesuit attractie en speeltoestellen, mits de hoogte, gemeten vanaf de voet, minder is dan 3 meter. Ingevolge artikel 1, onderdeel c, van de Warenwetbesluit wordt onder speeltoestel verstaan een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Onder een dergelijke speeltoestel wordt ook verstaan een skatebaan. Nu gelet op bovenstaande bepalingen voor een skatebaan geen bouwvergunning vereist is, heeft verweerder naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter terecht geweigerd handhavend op te treden tegen de aanleg van de skatebaan, zodat het besluit van verweerder in bezwaar in stand zal blijven. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De verzoeken daartoe worden derhalve afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter - wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, en door hem en Y. van der Zaan-van Arnhem als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 14 december
- Afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.