ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989
vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht Locatie Zwolle zaaknummer / rolnummer: 179992 / KG ZA 10-609 Vonnis in kort geding van 28 december 2010 in de zaak van [eiser], wonende te [plaats], eiser, advocaat mr. I.S.J. Bruijn te Zwolle, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WINPLUS B.V., gevestigd te Boxtel, 2. [gedaagde sub 2], wonende te [plaats], gedaagden, advocaat mr. G.J. Schras te Spijkenisse.
Partijen zullen hierna [eiser] en Winplus genoemd worden.
2.2. Winplus voert verweer.
De door [eiser] geschetste en door Winplus en [gedaagde sub 2] niet expliciet weersproken omstandigheden roepen de vraag op of wel aan de in artikel 592 Rv genoemde vereisten, namelijk dat behoudens verlof tot dadelijke tenuitvoerlegging lijfsdwang niet ten uitvoer kan worden gelegd dan een dag na betekening van het vonnis waarin de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang is toegestaan en dat het exploot tevens een bevel tot nakoming inhoudt, is voldaan.
Die vraag zal echter worden daargelaten, gelet op de in rechtsoverweging 3.1. gegeven motivering van het vonnis van 23 december 2010, dat zelfstandig de beslissing tot ontslag van [eiser] uit de gijzeling kan dragen.
3.2. Aan de vordering tot opheffing van het executoriale derdenbeslag heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat deze niet, althans niet op het juiste adres is aan hem overbetekend. [eiser] heeft ter zitting meegedeeld dat hij zich op 8 november 2010 heeft doen inschrijven op zijn nieuwe adres ([adres 1] te [plaats]) en dat hij daarvoor was ingeschreven op het adres [adres 2] te [plaats]. Winplus en [gedaagde sub 2] hebben doen opmerken dat de deurwaarder, zoals te doen gebruikelijk, alvorens tot overbetekening over te gaan, de GBA zal hebben geraadpleegd.
3.3. Vooralsnog moet worden aangenomen dat overbetekening op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Uit de in het geding gebrachte betekeningsstukken blijkt dat op 24 september 2010 overbetekening heeft plaatsgevonden aan het adres [adres 2] te [plaats], zijnde het adres waar [eiser] volgens zijn eigen stellingen was ingeschreven. In de wijze waarop de overbetekening heeft plaatsgevonden kan derhalve geen grond worden gevonden voor opheffing van het executoriaal derdenbeslag. Nu evenmin van andere gronden is gebleken zal deze vordering derhalve worden afgewezen.
3.4. Nu partijen over en weer deels in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren als na te melden 4. De beslissing De voorzieningenrechter 4.1. wijst de vorderingen sub 3 en 4 af;
4.2. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij met haar eigen kosten belast blijft.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2010.