vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht Locatie Zwolle zaaknummer / rolnummer: 176421 / KG ZA 10-460 Vonnis in kort geding van 27 oktober 2010 in de zaak van 1. [eiser], wonende te [woonplaats], 2. [eiseres], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. F. Lijffijt te Zwolle, tegen 1. de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ ZORG, gevestigd te Zwolle, met het adres [adres] Alkmaar, 2. de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V., gevestigd te Nijmegen, met het [adres] Arnhem, 3. de naamloze vennootschap IZZ ZORGVERZEKERAAR N.V., gevestigd te Nijmegen, met het [adres] Arnhem, 4. de naamloze vennootschap IZA ZORGVERZEKERAAR N.V., gevestigd te Nijmegen, met het [adres] Arnhem, 5. de naamloze vennootschap N.V. ZORGVERZEKERAAR UMC, gevestigd te Nijmegen, met het [adres] Arnhem, 6. de naamloze vennootschap TRIAS ZORGVERZEKERAAR N.V., gevestigd te Nijmegen, met het [adres] Arnhem, 7. de naamloze vennootschap ZORGVERZEKERAAR CARES GOUDA N.V., gevestigd te Nijmegen, met het [adres] Arnhem, 8. de coöperatie VGZ-IZA-TRIAS U.A., gevestigd te Gorinchem, met het [adres] Arnhem, 9. de coöperatie UVIT U.A., gevestigd te Gorinchem, met het [adres] Arnhem, gedaagden, advocaat mr. J. van Rhijn te Alkmaar. Partijen zullen hierna [eiser], [eiseres], [eiser] c.s. en UVIT genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 21van de zijde van [eiser] - de producties 1 tot en met 12 van de zijde van UVIT - de mondelinge behandeling - de pleitnota van [eiser] - de pleitnota van UVIT. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [eiser] heeft sinds 1981 als vrijgevestigd fysiotherapeut op contractsbasis samengewerkt met UVIT en haar rechtsvoorgangers, laatstelijk op basis van de door partijen op 4 december 2008 gesloten “Zorgovereenkomst Fysiotherapeutische zorg Univé-VGZ-IZA-Trias 2009” (hierna: de zorgovereenkomst). 2.2. Artikel E van Deel 1 van de zorgovereenkomst luidt: “Deze overeenkomst geldt voor bepaalde tijd, van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009. Deze overeenkomst wordt stilzwijgend verlengd, telkens voor de duur van 1 jaar, tenzij een der partijen de overeenkomst schriftelijk opzegt. Partijen dienen hierbij een opzegtermijn van 3 maanden in acht te nemen.” 2.3. In artikel 9 lid 1 aanhef en onder g van de Algemene Bepalingen bij de zorgovereenkomst is bepaald: “Deze zorgovereenkomst kan al dan niet met onmiddellijke ingang, zonder rechterlijke tussenkomst, geheel of gedeeltelijk worden opgezegd door de Zorgverzekeraar indien de Zorgaanbieder niet voldoet aan de eisen die door wet- en regelgeving aan uitoefening van zijn/haar beroep of bedrijf worden gesteld.” 2.4. In Bijlage 2 bij de zorgovereenkomst is in artikel 2 lid 2 onder meer bepaald: a. De zorg dient adequaat verleend te worden en mede gericht te zijn op het vermijden van over- en ondergebruik van zorg. Om de doelmatigheid van zorg te monitoren voert de Zorgverzekeraar jaarlijks een doelmatigheidstoets uit. [..] Indien de gemiddelde behandelkosten fysiotherapie per verzekerde van de praktijk meer dan 20% hoger liggen ten opzichte van de gemiddelde behandelkosten fysiotherapie per verzekerde bij de Zorgverzekeraar, kan de Zorgverzekeraar de praktijk voordragen voor deelname aan het Proces kwaliteitsborging fysiotherapeutische zorg. b. Het Proces kwaliteitsborging fysiotherapeutische zorg heeft als voornaamste doel het borgen van de kwaliteit van methodisch fysiotherapeutisch handelen in relatie tot de noodzakelijkheid van zorg. Het proces bestaat uit een verplichte eerste audit, eventueel gevolgd door een scholingstraject en een tweede audit. Elke audit vindt plaats door één van de door de beroepsvereniging KNGF en de Zorgverzekeraar gezamenlijk aangewezen, onafhankelijke auditbureau’s. De praktijk maakt de keuze uit de auditbureau’s. c. Als uit de eerste dan wel tweede audit blijkt dat de kwaliteit van zorg voldoende is, wordt het proces afgesloten zonder verdere gevolgen voor de praktijk. Als uit de eerste audit blijkt dat de kwaliteit van zorg onvoldoende is, wordt de praktijk voorgedragen voor deelname aan een scholingstraject. d. De Zorgverzekeraar neemt de kosten voor de eerste audit voor haar rekening. Alle overige kosten van het Proces kwaliteitsborging zijn voor rekening van de praktijk.” 2.5. Bij schrijven van 5 oktober 2009 heeft UVIT [eiser] meegedeeld dat zijn praktijk behoort tot de 25 praktijken met de grootste afwijking in zorgkosten en daarom verplicht wordt de kwaliteit van zorg te laten onderzoeken door middel van een audit. In de brief is voorts meegedeeld: “Wanneer de praktijk onvoldoende uit de audit komt, heeft u acht maanden de tijd voor een verbetertraject. UVIT laat de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het verbetertraject aan de praktijk. Na acht maanden zal de audit opnieuw worden uitgevoerd op kosten van de praktijk.” In de brief zijn de kosten voor een eerste audit en een eventuele tweede audit vermeld, te weten EUR 1.200,00 per audit. 2.6. Genoemde eerste audit is op 2 december 2009 uitgevoerd door auditbureau QSN. In het auditbevindingenformulier is aangegeven dat de praktijk (onder meer) niet voldoet aan: 1. criterium 1.6 (Voorzieningen in relatie tot ongevallen) 2. criterium 3.2 (Klachtenregeling kenbaar maken aan patiënten) 3. criterum 4 (methodisch handelen) Ten aanzien van de onvoldoende score op criterium 4 is in de rapportage aangegeven: “Voor alle bekeken dossiers geldt dat gegevens van voor 1 oktober 2009 ontbreken. Alle dossiers die zijn gestart na 1 oktober zijn volledig gebleken, de doorlopende dossiers zijn opgepakt in de dagjournaals en vanaf dat punt volledig” en “Gemiddeld genomen is de invulling van de dossiers tussen 1 juli 2009 en heden onvoldoende. Dossiers van voor 1 oktober zijn leeg of niet bestaand. Alle bekeken dossiers van behandelingen die gestart zijn na 1 oktober 2009 zijn volledig. Alle dossiers van eerder gestarte, maar doorlopende dossiers worden nu begeleid door middel van dagjournaals die voldoen aan de gestelde eisen.” 2.7. Bij brief van 21 december 2009 heeft UVIT meegedeeld dat zij de zorgovereenkomt met ingang van 1 februari 2010 opzegt op grond van artikel 9.1 g van deze zorgovereenkomst. Hierbij heeft UVIT gewezen op de constatering van het auditbureau dat het methodisch handelen van voor oktober 2009 niet inzichtelijk is en dat dossiers van voor oktober 2009 niet bestaand of leeg zijn. 2.8. In reactie op de opzegging heeft mr. T. van den Ende namens [eiser] bij brief van 6 januari 2010 - kort weergegeven - UVIT te kennen gegeven dat [eiser] ten onrechte geen verbetertermijn is gegund conform hetgeen UVIT [eiser] c.s. heeft toegezegd, zodat de opzegging van UVIT onhoudbaar en niet rechtsgeldig is. 2.9. UVIT heeft de tussentijdse opzegging ongedaan gemaakt. In haar brief van 11 januari 2010 schrijft UVIT hierover: “De vraag die beantwoord moet worden is of dit alles op zichzelf voldoende grond oplevert voor een tussentijdse opzegging van de overeenkomst. U bent de mening toegedaan dat dit niet het geval is. UVIT laat dit voor dit moment verder in het midden. Hieruit moet echter niet de conclusie worden getrokken dat naar onze mening een grond voor tussentijdse opzegging ontbreekt. Niettemin is besloten de tussentijdse opzegging ongedaan te maken. Het contract blijft daarmee in stand. Op grond van het contract zal te zijner tijd de praktijk van uw cliënt een heraudit moeten ondergaan waarvan de kosten voor rekening van uw cliënt komen.” 2.10. Bij schrijven van 27 januari 2010 is namens [eiser] gewezen op artikel 2 lid 2 onder c van Bijlage 2 bij de zorgovereenkomst en is UVIT verzocht om nadere informatie over het in dat artikellid genoemde scholingstraject. 2.11. Op 2 februari 2010 heeft mevrouw [A] (zorginkoper paramedische zorg bij UVIT) per e-mail laten weten dat de invulling van de scholing/het verbetertraject vrij wordt gelaten aan de praktijk. Mevrouw [A] heeft voorts aangegeven dat op dat moment geen uitsluitsel kon worden gegeven over de periode waarin de tweede audit plaatsvindt en de omvang van de tweede audit. In ieder geval zal de tweede audit, aldus mevrouw [A], niet eerder plaatsvinden dan 8 maanden na 14 januari. [eiser] zal hierover tijdig worden geïnformeerd. 2.12. In een e-mail van 4 februari 2010 zijn van de zijde van [eiser] een aantal in een telefoongesprek van die dag gemaakte afspraken bevestigd. In aanvulling daarop heeft [eiser] gevraagd of het - gelet op de kosten en efficiency - mogelijk is 2 auditors te sturen die tegelijk ieder 5 dossiers bekijken in plaats van samen 10. [eiser] heeft er voorts op gewezen dat hij als opdrachtgever van de tweede audit het recht op inzage in het rapport van de auditors heeft. 2.13. Mevrouw [A] heeft op 24 februari 2010 per e-mail meegedeeld dat de tweede audit zich zal richten op zaken die tijdens de eerste audit niet in orde waren. In genoemde e-mail heeft zij voorts opgemerkt dat het verzoek van [eiser] om twee mensen tegelijk dossiercontrole te laten doen niet opgaat en heeft zij uitgelegd waarom niet. Mevrouw [A] heeft voorts aangegeven dat het auditbureau de rapportage direct na de tweede audit aan de praktijkaanbieder zal aanbieden ter ondertekening en ter beschikking zal stellen aan de praktijk waarna het bureau de rapportage zal doorsturen naar UVIT. 2.14. Bij brief van 24 februari 2010 is namens [eiser] onder meer aangegeven: “Het bevreemdt cliënt dat twee auditors niet tegelijkertijd de dossiers zouden kunnen inzien. [..]. Voor zover slechts één auditor de dossiers inhoudelijk zou kunnen bekijken is het cliënt onduidelijk wat de toegevoegde waarde is van de tweede auditor. [..] Zonder een nadere onderbouwing zal cliënt niet akkoord gaan met de te in rekening te brengen kosten voor de tweede auditor.” 2.15. UVIT heeft in een brief van 17 maart 2010 meegedeeld dat de inrichting van de audit niet door of mede door de praktijk wordt bepaald en dat UVIT niet over de inrichting van de tweede audit in discussie wil treden. UVIT heeft in haar brief van 17 maart 2010 voorts opgemerkt er van uit te gaan dat [eiser] zijn medewerking zal verlenen aan de tweede audit volgens de kenbaar gemaakte voorwaarden. 2.16. Bij brief van 27 mei 2010 heeft [eiser] opnieuw het kostenaspect aan de orde gesteld. Namens [eiser] is daarbij meegedeeld dat hij van mening is dat een rekening van EUR 1.200,00 niet in verhouding staat tot de door het auditbureau te verrichten werkzaamheden bij de tweede audit, en dat [eiser] er daarom vanuit gaat dat UVIT de kosten voor de tweede audit zal verlagen naar een marktconforme prijs van maximaal EUR 495,00. Voorts is namens [eiser] bevestigd dat de audituitslag eerst aan hem zal worden verzonden en dat deze pas ná zijn toestemming zal worden doorgestuurd aan UVIT. 2.17. In haar brief van 16 juni 2010 heeft UVIT meegedeeld dat zij het verzoek van [eiser] om de kosten van de tweede audit te verlagen niet zal honoreren in verband met door UVIT ten aanzien van audit en tweede audit gemaakte contractuele afspraken met de auditbureaus. Zij heeft daarbij opgemerkt verdere discussie op dit punt niet te zullen aangaan. UVIT heeft voorts meegedeeld dat zij niet akkoord kan gaan met het eerst verzenden van de uitslag van de tweede audit aan [eiser] en het pas na zijn toestemming daarvoor verzenden van de uitslag aan UVIT. UVIT heeft benadrukt dat haar standpunten in deze niet meer zullen wijzigen en aangegeven er vanuit te gaan dat de tweede audit op de meermalen gecommuniceerde voorwaarden kan plaatsvinden. 2.18. [eiser] is bij brief van 28 juni 2010 op de hoogte gesteld van de criteria die bij de tweede audit getoetst zullen worden en de wijze waarop de audit zal worden uitgevoerd. 2.19. Bij brief van 12 augustus 2010 heeft mr. Lijffijt namens [eiser] - onder meer en kort weergegeven - meegedeeld dat: - hij zich niet kan vinden in de toetsing van criterium 1.6 en 3.2, aangezien niet eerder met hem is gecommuniceerd dat hij aan deze criteria niet zou voldoen; - hij er vanuit gaat dat UVIT slechts de dossiers van UVIT-verzekerden zal controleren nu UVIT dit aan een andere praktijk heeft toegezegd; - hij contact heeft gehad met auditbureau HCA en dat dit bureau bereid is een heraudit uit te voeren voor EUR 490,33; - hij door UVIT wenst te worden geïnformeerd over de weging van de tweede audit, in die zin dat inzichtelijk wordt gemaakt hoe zwaar de verschillende items wegen en hoeveel procent moet worden behaald voor een voldoende resultaat. 2.20. In reactie op de brief van 12 augustus 2010 heeft UVIT bij schrijven van 16 september 2010 meegedeeld: “Al geruime tijd ervaren wij dat uw cliënt niet de intrinsieke wil heeft om te voldoen aan de richtlijnen en de eisen die tot doel hebben om de kwaliteit van zorg te borgen. Het feit dat uw cliënt ook nu weer de regiefunctie niettemin naar zich toe wil trekken en de inhoud en omvang van de tweede audit zelf voor een belangrijk deel wenst te bepalen, maakt dat het reeds geschonden vertrouwen in plaats van beter slechter is geworden. Hierdoor hebben wij geen vertrouwen meer in een verdere goede samenwerking met uw cliënt. Het zorgcontract is op grond van punt E Persoonsgebonden Deel van bepaalde duur en expireert op 31 december 2010. Hiermee willen wij uw cliënt mededelen dat wij geen gebruik zullen maken van de mogelijkheid om het contract te verlengen. Met inachtneming van de daarvoor gestelde termijn delen wij dit thans formeel mee dan wel zeggen wij het contract met ingang van 1 januari 2011 op. Om deze reden spreekt het voor zich dat de tweede audit geen doorgang meer hoeft te vinden. Wij zullen onze verzekerden van de beëindiging van de samenwerking in kennis stellen. Wij hanteren de volgende overgangsregeling: Behandelingen die in 2010 of eerder zijn gestart kunnen onder de bestaande voorwaarden worden voortgezet, doch tot uiterlijk 1 maart 2011. Behandelingen die op of na laatstgenoemde datum plaatsvinden worden niet door de UVIT-zorgverzekeraars aan de praktijk vergoed.” 3. Het geschil 3.1. [eiser] c.s. vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij vooraad: 1. UVIT zal gebieden de tussen haar en [eiser] c.s. geldende zorgovereenkomst en het overeengekomen verbetertraject na te komen, waaronder het laten uitvoeren van een tweede audit vóór 13 oktober 2010, althans binnen een nieuw vast te stellen termijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,00 per dag dat UVIT hiermee in gebreke blijft, 2. UVIT zal gebieden om na en op basis van de tweede audit een beslissing te nemen over het voortzetten van de zorgovereenkomst dan wel over het aangaan van een nieuwe overeenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,00 per dag dat UVIT hiermee in gebreke blijft, 3. UVIT zal verbieden patiënten van [eiser] c.s. te berichten dat de zorgovereenkomst is beëindigd dan wel patiënten op een andere voor [eiser] c.s. nadelige wijze te benaderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,00 per gedraging die hiermee in strijd is, 4. althans een zodanige voorziening zal treffen die zij in goede justitie geraden acht, 5. UVIT hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van het geding. 3.2. UVIT voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Naar ter zitting is vastgesteld, is [eiseres] geen partij bij de zorgovereenkomst. Zij kan daarom niet in de vorderingen worden ontvangen. 4.2. Van een spoedeisend belang van [eiser] bij de vorderingen is in voldoende mate gebleken. 4.3. [eiser] baseert zijn vorderingen op het bestaan van nadere afspraken, waarbij partijen zich jegens elkaar hebben verbonden de (uitkomsten van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.