RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Zwolle Zaaknr. : 512332 HA VERZ 10-206 Datum : 14 september 2010 Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COMSTAD B.V., gevestigd te Heemstede, verzoekende partij, verder te noemen Comstad, gemachtigde mr. J. Brons, tegen [VERWEERSTER], wonende te [woonplaats], verwerende partij, verder te noemen Verweerster, gemachtigde mr. C.M.J. Ruijters. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek- en verweerschrift en de overgelegde producties. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 augustus
- Namens Comstad zijn verschenen: […] (directeur) en […] (leidinggevende), bijgestaan door mr. Brons. Verweerster zelf is niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemach-tigde, mr. Ruijters. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. Daarna is de uitspraak op van-daag bepaald. Het geschil Comstad verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Verweerster wegens verande-ringen in de omstandigheden. Verweerster weerspreekt het verzoek en heeft in geval van toewijzing aanspraak gemaakt op een vergoeding. De beoordeling
- Verweerster, geboren in 1979, is op 24 juli 2000 in loondienst getreden van Winter’s Tankservi-cestation B.V. te Genemuiden. Op 1 oktober 2009 is door Verweerster een nieuwe arbeidsover-eenkomst gesloten met Comstad B.V., de rechtsopvolger van Winter’s Tankservicestation B.V. De functie van Verweerster is shopmedewerker tankstation. Het salaris bedraagt, naar Verweer-ster onweersproken heeft gesteld, met ingang van 1 juli 2010 € 1.618,10 bruto per maand, ex-clusief vakantietoeslag en andere emolumenten.
- Comstad legt aan haar verzoek, kort samengevat, de volgende stellingen ten grondslag. Hoewel Verweerster zich eerst ziek heeft gemeld met een griep, is later gebleken dat sprake is van een uitsluitend zakelijk conflict. Verweerster is echter niet bereid geweest mee te werken aan een oplossing, hetzij door een beëindigingsovereenkomst met toekenning van twee maandsalarissen, hetzij door een mediationtraject. Beide opties zijn door Verweerster van de hand gewezen. De enige mogelijkheid die Verweerster heeft geopperd, te weten ontslag van […] (leidinggevende) en […] (directe collega), is voor Comstad niet aanvaardbaar.
- Verweerster heeft zich, kort samengevat, met de volgende stellingen verweerd. Er is slechts sprake van een zakelijk conflict tussen partijen. Comstad heeft jegens Verweerster volstrekt onredelijk gehandeld om Verweerster een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden aan te bieden en niet te voldoen aan haar reïntegratieverplichtingen.
- De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is onomstreden dat in de gegeven omstandigheden een vruchtbare samen-werking niet meer mogelijk is. De onderlinge verhoudingen zijn, althans in de visie van Verweerster, zo ernstig verstoord dat zij om die reden de zitting niet heeft bijgewoond. Na-mens Verweerster heeft haar gemachtigde ter zitting het verzet tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst opgegeven. De kantonrechter is van oordeel dat de verzochte ontbin-ding kan worden toegewezen en wel met ingang van heden.
- Met betrekking tot de vergoeding stelt Comstad zich op het standpunt dat aan Verweerster geen vergoeding moet worden toegekend. Verweerster heeft sinds 30 januari 2010 geen ar-beid meer verricht, terwijl zij niet ziek was. De loonbetaling is echter niet opgeschort of ge-staakt, zodat Verweerster al voldoende compensatie heeft ontvangen.
- Verweerster vordert daarentegen een vergoeding van € 12.695,77 bruto (C = 1,5). Het con-flict tussen partijen vloeit volgens Verweerster voort uit het feit dat haar collega een hoger salaris geniet terwijl hij dezelfde functie als Verweerster heeft. En daar komt nog eens bij, dat [collega] de kantjes eraf loopt en het meeste werk op Verweerster neerkomt. Comstad heeft veel te laat, immers pas in maart 2010, haar arbodienst ingeschakeld en heeft, alvorens de mediator in te schakelen, ten onrechte op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst aangestuurd.
- Comstad heeft toegegeven dat [collega] meer verdient dan Verweerster maar heeft, mede verwijzend naar de toepasselijke CAO, betoogd dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Ook met [collega] bestaat namelijk al een jarenlange arbeidsrelatie en toen hij bij de rechtsvoorganger van Comstad in dienst trad was hij beduidend ouder en had hij meer erva-ring dan Verweerster. Comstad heeft betwist dat [collega] zich minder zou inspannen dan Verweerster. Volgens Comstad functioneert [collega] naar behoren.
- De kantonrechter stelt vast dat Verweerster niet aannemelijk heeft gemaakt dat [collega] een mindere arbeidsprestatie levert dan zij. Haar stelling dat zij, gegeven de toepasselijke CAO, te laag is ingeschaald is door Comstad gemotiveerd weersproken en evenmin aannemelijk gemaakt. Verweerster kan worden toegegeven dat Comstad op een eerder moment dan zij heeft ge-daan, en voordat zij Verweerster een beëindiging van de arbeidsovereenkomst aanbood, haar arbodienst had kunnen en behoren in te schakelen. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de bedrijfsarts, gegeven het feit dat sprake is van een conflict en niet (meer) van een ziekte, weinig aan de situatie had kunnen toevoegen. Het logische advies van de bedrijfsarts een mediationtraject in te slaan, is door Comstad opgevolgd. Vaststaat dat Verweerster zelf de mediation na haar eerste gesprek met de mediator heeft beëindigd. De daarvoor aangevoerde gronden, te weten de mediator had eerst een gesprek met alleen Comstad gevoerd en Ver-weerster had geen vertrouwen meer in Comstad, zijn onvoldoende. Het is niet ongebruikelijk dat een mediator eerst gesprekken met partijen afzonderlijk voert, en mediation was nu juist bedoeld om te trachten het conflict alsnog (ook) ten genoegen van Verweerster op te lossen en haar vertrouwen in Comstad te herstellen. Het definitief opzeggen van het vertrouwen in de werkgever en het afbreken van mediation was onder de geschetste omstandigheden pre-matuur. Er bestaat onder deze omstandigheden geen grond aan Verweerster een vergoeding toe te kennen.
- De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het ontbindingsverzoek niet in verband staat met een opzegverbod. De proceskosten zullen worden gecompenseerd. De beslissing De kantonrechter:
- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van heden;
- compenseert de proceskosten in die zin dat beide partijen hun eigen kosten dragen. Aldus gegeven door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en in het bijzijn van de griffier uitge-sproken in de openbare terechtzitting van 14 september 2010.