← Nederland

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ3923

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Zwolle zaaknr.: 534889 CV EXPL 11-161 datum : 3 mei 2011 Vonnis in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, verder te noemen “Ziggo”, gemachtigde LAVG Gerechtsdeurwaarders, tegen [GEDAAGDE PARTIJ], wonende te [woonplaats], gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie, verder te noemen “[gedaagde partij]”, procederend in persoon. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - de dagvaarding d.d. 15 december 2010 - de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie - de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie - de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie - de conclusie van dupliek in reconventie. Het geschil in conventie Na aanvankelijk veroordeling van [gedaagde partij] te hebben gevorderd tot betaling van een hoofdsom van € 75,25, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, heeft Ziggo naar aanleiding van het verweer van [gedaagde partij] verzocht om de procedure tegen hem te royeren. [gedaagde partij] heeft verweer gevoerd en verzocht Ziggo in de proceskosten te veroordelen. in reconventie [gedaagde partij] vordert de veroordeling van Ziggo tot betaling van een bedrag van € 675,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten. Ziggo heeft verweer gevoerd en verzocht [gedaagde partij] in de proceskosten te veroordelen. De beoordeling In conventie en reconventie

  1. Gelet op de samenhang van de vordering in reconventie met de vordering in conventie, zullen de geschillen samen worden beoordeeld.
  2. Bij conclusie van repliek in conventie heeft Ziggo verzocht om doorhaling van de procedure. Een zogeheten “royement” van de procedure kan ingevolge artikel 246 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) enkel op verlangen van beide partijen geschieden. Bij conclusie van dupliek in conventie heeft [gedaagde partij] aangegeven niet met het verzoek om doorhaling in te stemmen. Daarom kan aan het verzoek van Ziggo geen gevolg worden gegeven. Nu gelet op de strekking van het verzoek tot doorhaling kan worden aangenomen dat Ziggo haar vordering jegens [gedaagde partij] niet langer wenst te handhaven, zal haar vordering om die reden worden afgewezen.
  3. Ziggo zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij in aanmerking zal worden genomen dat [gedaagde partij] in persoon procedeert.
  4. [gedaagde partij] heeft aan zijn tegenvordering ten grondslag gelegd dat hij door het onrechtmatig handelen van Ziggo omzetschade heeft geleden ten bedrage van € 675,
  5. Volgens [gedaagde partij] hebben de werkzaamheden die hij aan de onderhavige zaak heeft besteed tijdens kantooruren moeten plaatsvinden, waardoor hij de betreffende tijd niet declarabel heeft kunnen besteden.
  6. Het enkele feit dat Ziggo [gedaagde partij] ten onrechte in rechte heeft betrokken geeft, behoudens bijzondere omstandigheden, geen grond om te oordelen dat Ziggo onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde partij] (zie onder meer Hoge Raad 27 juni 1997, LJN ZC2404). Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld dan wel gebleken, is Ziggo niet gehouden om de door [gedaagde partij] beweerde omzetschade te vergoeden. Voorts is er geen aanleiding om de door [gedaagde partij] gestelde kosten op grond van artikel 238 Rv voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Artikel 238 Rv bepaalt weliswaar dat noodzakelijke reis-, verlet- en verblijfskosten voor de in persoon procederende partij voor vergoeding in aanmerking komen, maar als voorwaarde geldt daarbij dat deze kosten moeten samenhangen met het bijwonen van zitting(en). Vaststaat dat [gedaagde partij] in de onderhavige zaak geen zitting heeft bijgewoond. Het voorgaande leidt er toe dat de vordering van [gedaagde partij] zal worden afgewezen.
  7. [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie worden veroordeeld in de proceskosten. De beslissing De kantonrechter: In conventie I wijst de vordering af; II veroordeelt Ziggo in de proceskosten, voor zover gevallen aan de zijde van [gedaagde partij] tot op heden begroot op nihil; In reconventie III wijst de vordering af; IV veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, voor zover gevallen aan de zijde van Ziggo tot op heden begroot op € 200,
  8. Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 3 mei 2011, in de tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.