← Nederland

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7247

beslissing RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Wrakingskamer rekestnummer: 2011 / 1394 Beslissing van 3 mei 2011 in de zaak van [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker tot wraking, gemachtigde [gemachtigde], medewerker Buro Bezwaar en Beroep te Almere, tegen MR. [A], in zijn hoedanigheid van rechter.

  1. De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 2 februari 2011 gedateerde en op 3 februari 2010 door de rechtbank ontvangen schriftelijke wrakingsverzoek; - het schriftelijke verweer van 5 februari 2011 van mr. [A]; - de mondelinge behandeling op 10 februari 2011, waarbij deze wrakingskamer is gewraakt; - de beschikking van 8 april 2011 (rekestnummer 2011 / 1416), waarbij het wrakingsverzoek van 10 februari 2011 is afgewezen; - de op 19 april 2011 voortgezette behandeling van het op 2 februari 2011 gedateerde wrakingsverzoek. 1.
  3. Ten slotte is de beslissing bepaald op heden.
  4. Vaststaande feiten 2.
  5. Op 2 februari 2011 is bij deze rechtbank het door [gemachtigde] namens [verzoeker] ingesteld beroep behandeld inzake het op 6 januari 2010 door burgemeester en wethouders van [woonplaats] genomen besluit op het bezwaarschrift inzake het Wob-besluit. Behandelend rechter van dit beroep (bij deze rechtbank aanhangig onder nummer Awb 10/1012 Wob) is mr. [A]. 2.
  6. Bij een op [datum] gedateerde fax heeft [gemachtigde] namens [verzoeker] gemeld mr. [A] te wraken. Dit wrakingsverzoek is na de onder 2.1 bedoelde terechtzitting ingediend.
  7. Het wrakingsverzoek 3.
  8. Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de 'benadering' ter terechtzitting van 2 februari 2011 door mr. [A] 'niet alleen onvriendelijk maar ook onprofessioneel' is. Voorts zijn er 'misplaatste opmerkingen' gemaakt, waardoor gemachtigde [gemachtigde] zich gelukkig prijst met de aanwezige mogelijkheid van hoger beroep. Dit is door [gemachtigde] ook ter zitting meegedeeld, waarop de behandelend rechter heeft opgemerkt of die mededeling moest worden opgevat als dreigement. 3.
  9. Mr. [A] heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft bij schrijven van 5 februari 2011 verweer gevoerd. Door mr. [A] is onder meer aangevoerd dat hij bij de terechtzitting van 2 februari 2011 'een wat lossere stijl van leidinggeven van de zitting' heeft gehanteerd, nu de gemachtigde [gemachtigde] zonder cliënt ter terechtzitting was verschenen. Het verweer wordt hierna zover nodig besproken.
  10. De beoordeling 4.
  11. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. De vrees dat dit het geval zal zijn, dient objectief gerechtvaardigd te zijn. Dat betekent dat sprake moet zijn van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. 4.
  12. Verzoeker heeft geen concrete feiten en omstandigheden genoemd waaruit de rechtbank vooringenomenheid van mr. [A], of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kan afleiden. De klachten van verzoeker betreffen in wezen de manier waarop hij door mr. [A] is bejegend. Voor dergelijke klachten is de wrakingsprocedure niet bedoeld. 4.
  13. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat er geen grond is voor het oordeel dat het fungeren van de rechter in de hoofdzaak tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen leiden. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
  14. De beslissing De rechtbank 5.
  15. wijst het verzoek tot wraking af. Deze beslissing is gegeven door de mrs. M.C.P. de Ridder, A. van Holten en H. Manuel in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Stokvis en in het openbaar uitgesproken op 3 mei
  16. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt deze beslissing ondertekend door de oudste rechter. de griffier de oudste rechter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.