RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Zwolle zaaknummer : 554729 VV 11-38 datum : 28 juni 2011 Vonnis in het kort geding van: [EISENDE PARTIJ], wonende te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen: ‘[eisende partij]’, gemachtigde mr. Z. Alkan, advocaat te Almelo, tegen [GEDAAGDE PARTIJ], gevestigd en zaakdoende te [vestigingsplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: ‘[gedaagde partij]’, gemachtigde mw. mr. J.Th. Waterman, advocaat te Zwolle. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het exploot d.d. 18 mei 2011 met bijlagen, houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad, - de producties, gevoegd bij het door [gedaagde partij] ingediende verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eisende partij]; - de bij het verweerschrift van [eisende partij] ter zake gevoegde producties en - de bij faxbrief van 14 juni 2011 door [eisende partij] ingezonden vervangende productie De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 juni 2011, waarbij tevens is behandeld het door [gedaagde partij] jegens [eisende partij] ingediende verzoekschrift tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst (560606 HA VERZ 11-140). Verschenen zijn: - [eisende partij], bijgestaan door mr. Alkan voormeld, en - namens [gedaagde partij] haar directeur, de heer [O], en haar adviseur personeelszaken, de heer [L], beiden bijgestaan door mw. mr. Waterman voormeld. [eisende partij] en [gedaagde partij] hebben op deze zitting hun standpunten doen toelichten ([eisende partij] aan de hand van pleitaantekeningen, die aan de kantonrechter zijn overgelegd) respectievelijk toegelicht en geantwoord op vragen van de kantonrechter. Het geschil De vordering van [eisende partij] tot het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat [gedaagde partij] wordt bevolen om [eisende partij] toe te laten tot zijn werkzaamheden als coördinator werkplaats op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag, onder veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en onder veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten. [gedaagde partij] heeft de vordering bestreden en de afwijzing bepleit. De vaststaande feiten Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast. a. [gedaagde partij] drijft sinds 3 april 2007 een onderneming gericht op enerzijds de productie, verkoop en onderhoud van elektra, hydraulische en mechanische apparaten en anderzijds de detachering van technische medewerkers. [gedaagde partij] heeft in dat kader de activiteiten overgenomen van de vennootschap [vennootschap], welke onderneming per 3 oktober 2005 de activiteiten heeft voortgezet van de voordien gefailleerde vennootschap [vennootschap]. b. [eisende partij], geboren op 25 februari 1967, is in 1992 in dienst getreden bij [vennootschap]. Na het faillissement van die vennootschap is [eisende partij] per 3 oktober 2005 in dienst getreden bij [vennootschap]. Vanaf 3 april 2007 is [eisende partij] bij [gedaagde partij] in dienst en is [O] voormeld zijn leidinggevende. c. [eisende partij] was werkzaam op de metaalafdeling, waarbinnen hij onderhoud en constructie-werkzaamheden verrichte. Op enig moment - in ieder geval vanaf april 2007 - is [eisende partij] binnen de werkplaats coördinerende werkzaamheden gaan verrichten. d. Op 5 april 2011 heeft [gedaagde partij] aan [eisende partij] medegedeeld dat hij voortaan tewerkgesteld zal worden als senior monteur en als zodanig elders gedetacheerd zal worden. [gedaagde partij] heeft dit bij brief van 4 april 2011 aan [eisende partij] bevestigd, waarin is weergegeven: ‘De afgelopen 4 jaren hebben wij meerdere keren intensief met elkaar gesproken over jouw rol als coördinator van onze werkplaats en de invulling die jij daar aan geeft. De laatste keer dat wij elkaar hierover hebben gesproken was in februari. In onze gesprekken hebben wij in het bijzonder gesproken over jouw functioneren als coördinator waarbij ik meerdere malen heb aangegeven onvoldoende tevreden daarover te zijn. Punten die verbetering behoefden waren onder andere: - uitdragen (‘kar-trekker’) van de bedrijfsvisie richting medewerkers; - zorgdragen voor planning en (proactief) richting geven aan de werkzaamheden van de medewerkers in de werkplaats, - realiseren (handhaven) van orde en netheid binnen de werkplaats, - overdragen van kennis en ervaring (‘opleiden’) van nieuwe (jonge) medewerkers, - tijdig verantwoorden van de (eigen) uren als ook het invullen van werkorders. Hoewel ik enige verbetering dacht te constateren in de eerste maanden van 2010, heb ik de afgelopen maanden wederom geconstateerd dat er onvoldoende verbetering optreedt in de situatie. Mijn conclusie is dan ook dat wij zo niet verder kunnen. Gezien het feit dat [gedaagde partij] techniek een betrekkelijk kleine organisatie is en wij er met elkaar alles aan moeten doen om er een succes van te maken waarbij de rol van coördinator werkplaats voor mij cruciaal is heb ik daarom besloten jou van maandag 4 april in de rol van senior monteur binnen [gedaagde partij] te laten functioneren. Voor de functie van coördinator werkplaats zal ik een andere invulling zoeken. Senior monteur - detachering Gezien de beperkte omvang van onze werkplaats en het verleden dat je met je meeneemt als voormalig coördinator zie ik voor jou geen - structurele - rol meer weggelegd binnen de werkplaats. Je zult dan ook vanaf heden bij onze klanten worden gedetacheerd en zodoende (externe) werkzaamheden verrichten. Arbeidsvoorwaarden Hoewel de nieuwe rol minder (eind-)verantwoordelijkheid met zich meeneemt heb ik besloten om (vooralsnog) jouw arbeidsvoorwaardenpakket niet aan te passen. Evaluatie ná drie maanden Na 3 maanden (medio juni) wil ik met jou je functioneren als (extern) monteur weer bespreken. Dan ook wil ik beoordelen hoe wij verder met elkaar gaan. Mocht jij tussentijds een andere invulling wensen te geven aan onze samenwerking sta ik daar voor open. Hopende hiermee een positief vervolg aan jouw dienstverband te kunnen geven, (…)’ e. Bij e-mailbericht van 7 april 2011 heeft [eisende partij] bij [gedaagde partij] geprotesteerd tegen de functiewijziging en aanspraak gemaakt op zijn rol als coördinator werkplaats, onder meer stellend: ‘Het hebben van een verschil van inzicht over bepaalde zaken is iets heel anders als niet geschikt zijn voor de functie.’ f. In de per 3 oktober 2005 en 1 april 2006 vastgelegde arbeidsovereenkomsten tussen (de rechtsvoorgangster van) [gedaagde partij] en [eisende partij] is telkens onder meer bepaald: Artikel 1 (…) Werknemer verplicht zich in voorkomende gevallen alle door of namens werkgever in redelijkheid op te dragen werkzaamheden te verrichten en tevens verplicht hij zich werkzaamheden op een andere plaats van waar gewoonlijk de arbeid wordt verricht en/of op een andere tijd dan gewoonlijk te verrichten, tenzij dat wegens bijzondere omstandigheid niet van de werknemer kan worden verlangd. (…) Artikel 5 (althans artikel 4) Werknemer is verplicht al die werkzaamheden te verrichten die hem in redelijkheid op te dragen zijn in verband met het bedrijfsbelang. Artikel 18 (althans artikel 17) Met inachtneming van artikel 7:613 Burgerlijk Wetboek houdt de werkgever zich het recht voor, de in de onderhavige arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen. De standpunten van partijen Op wat [eisende partij] aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd en [gedaagde partij] in reactie daarop heeft aangevoerd, zal, voor zover van belang, in het navolgende worden ingegaan. De beoordeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.