RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnummer: 07.660190-11 (P) Uitspraak: 21 november 2011 VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN: het openbaar ministerie tegen [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], verblijvende op de Oude Vlie 110, 8303 XB Emmeloord.
(3)een behandelverplichting. De officier van justitie heeft bij haar eis ten aanzien van feit 1 rekening gehouden met de rol die het slachtoffer heeft gespeeld, maar heeft voorts aangevoerd dat dit de reactie van verdachte niet minder ernstig maakt. Voorts is verdachte in 2008 eerder veroordeeld voor een geweldsdelict. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte de kans die hij heeft gekregen van de rechtbank tijdens zijn schorsing, met beide handen heeft aangegrepen. Hij heeft zijn leven een positieve draai gegeven. Verdachte kan zich vinden in het advies van de Reclassering. De raadsvrouw heeft verzocht een eventueel op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer te laten duren dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijke verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met het volgende. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige geweldsdelicten. De rechtbank zal echter een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, aangezien de officier van justitie het onder 1 primair tenlastegelegde bewezen heeft geacht (te weten een poging tot doodslag), terwijl de rechtbank het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde bewezen acht, zoals hiervoor omschreven. De rechtbank zal geen hoger onvoorwaardelijk strafdeel opleggen dan verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft ondergaan. De rechtbank heeft daarbij gelet op het Reclasseringsadvies d.d. 8 september 2011, uitgebracht door P.E. Booij, reclasseringswerker van Tactus Reclassering Flevoland, alsmede op hetgeen de raadsvrouw met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte naar voren heeft gebracht, zoals vervat in haar pleitnotitie. Hieruit blijkt dat verdachte hard bezig is om aan zichzelf te werken, hetgeen de rechtbank, onder meer gezien zijn nog jonge leeftijd, van belang acht. De rechtbank zal een fors voorwaardelijk strafdeel opleggen, ter voorkoming van recidive, alsmede de na te noemen bijzondere voorwaarden. Op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht brengt de rechtbank bij het opleggen van na te melden straf in rekening de straf die de verdachte bij de politierechter van deze rechtbank d.d. 5 september 2011 ter zake ‘mishandeling’ en ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen’ is opgelegd. Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 3 oktober 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake geweldsdelicten is veroordeeld, alsmede de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.
- TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 57, 63, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
- BESLISSING Het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en verdachte wordt daarvan vrijgesproken. Het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar. Het onder 1 meer subsidiair en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen. De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht. Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 76 dagen, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, hem te geven door of namens Tactus Reclassering Flevoland, ook indien dit inhoudt: - een meldingsgebod, waarbij verdachte binnen een week na de uitspraak contact opneemt met Tactus Reclassering Flevoland en zich gedurende bepaalde perioden blijft melden zo frequent als dat gedurende die perioden nodig wordt geacht; - het deelnemen aan de volgende gedragsinterventies: • een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa); • een arbeidsvaardigheden training (ARVA); - het volgen van een behandeling bij de forensische polikliniek JusTact, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht. Aldus gewezen door mr. A. van der Kris, voorzitter, mr. L.P. de Haas en mr. P.A.L. Ducheine, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Laanstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november
- Mr. Ducheine, voornoemd, was buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.