vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht Locatie Zwolle zaaknummer / rolnummer: 182379 / KG ZA 11-77 Vonnis in kort geding van 11 april 2011 in de door: P.J. IJZERMAN (gerechtsdeurwaarder) gevestigd en kantoorhoudende te Kampen, op grond van artikel 438 lid 4 Rv aanhangig gemaakte zaak, tussen de stichting STICHTING BEHEER HORECA WB, h.o.d.n. "GRAND CAFE SAMEN", gevestigd en kantoorhoudende te [plaats], eiseres, tevens verweerster in de hoofdzaak, advocaat mr. H.A. van Beilen te Leeuwarden, tegen MR. J.D. WITTEVEEN (in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap COSTA HORECA BEHEER B.V.), wonende te [plaats], gedaagde, tevens verweerder in de hoofdzaak, advocaat mr. J.D. Witteveen te Zwolle, en tegen [eiser in de hoofdzaak], wonende te Apeldoorn, eiser in het incident, tevens eiser in de hoofdzaak, advocaat mr. J.L. Souman te Epe. Partijen zullen hierna Stichting Beheer Horeca, Witteveen Q.Q. en [eiser in de hoofdzaak] genoemd worden. De aanbrengend gerechtsdeurwaarder P.J. IJzerman zal hierna worden aangeduid met IJzerman. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het proces-verbaal (incl. producties) conform artikel 438 lid 4 Rv - een drietal producties van de zijde van Witteveen Q.Q. - de mondelinge behandeling - de incidentele conclusie tot tussenkomst tevens vordering in de hoofdzaak (incl. producties) van de zijde van [eiser in de hoofdzaak]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Bij vonnis van 1 september 2010 is [eiser in de hoofdzaak] tezamen met Nederlands Service Center B.V., WIJ Beheer B.V. en [betrokkene] door deze rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk veroordeeld om aan de besloten vennootschap Costa Horeca Beheer B.V. (hierna: Costa) te betalen een bedrag van EUR 116.173,99 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2006 tot de dag der algehele voldoening, een bedrag van EUR 2.668,01 aan beslagkosten en een bedrag van EUR 6.080,75 aan proceskosten. 2.2. Voormelde vordering is door de Costa middels een akte van cessie op 1 juli 2009 overgedragen aan Stichting Beheer Horeca. Op 25 oktober 2010 is deze cessie bekrachtigd bij notariële akte verleden voor mr. E. Linde, notaris te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg. 2.3. [eiser in de hoofdzaak] is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van 1 september 2010, in welke procedure verstek is verleend. Op de datum van de behandeling van onderhavig kort geding was door het Gerechtshof te Leeuwarden nog geen (verstek)arrest gewezen; de uitspraak is aangehouden tot 31 mei 2011. 2.4. IJzerman is, op verzoek van de raadsman van Costa, vanaf 1 oktober 2010 overgegaan tot uitwinning van de gelegde (conservatoire) beslagen uit hoofde van het vonnis van 1 september 2010. 2.5. Vervolgens is bij exploot van 20 december 2010 door Stichting Beheer Horeca aan [eiser in de hoofdzaak] mededeling gedaan van de cessie van de vordering van Costa, zodat de bevoegdheid tot executie van Costa is overgegaan op Stichting Beheer Horeca. 2.6. Op 1 februari 2011 is Costa bij uitspraak van deze rechtbank in staat van faillissement verklaard. Tot curator is benoemd Witteveen Q.Q. 2.7. Witteveen Q.Q. heeft op 7 februari 2011 per e-mail aan IJzerman laten weten primair de overeenkomst van cessie tussen Costa en Stichting Beheer Horeca te hebben vernietigd op grond van tegenstrijdig belang en subsidiair de nietigheid van de overeenkomst te hebben ingeroepen op grond van Paulianeus handelen. Witteveen Q.Q. heeft IJzerman verzocht de reeds ontvangen gelden uit hoofde van het vonnis van 1 september 2010 onder zich te houden. 2.8. Stichting Beheer Horeca heeft vervolgens op 16 februari 2011 in een e-mail het standpunt van Witteveen Q.Q. weersproken en IJzerman verzocht de ontvangen gelden aan haar af te dragen. 2.9. Vervolgens heeft Stichting Beheer Horeca op 21 februari 2011 per fax aan IJzerman verzocht de gelden af te dragen, bij gebreke waarvan IJzerman aansprakelijk wordt gehouden voor de schade die Stichting Beheer Horeca dientengevolge lijdt. 3. Het geschil in het incident 3.1. [eiser in de hoofdzaak] vordert dat hij mag tussenkomen in het onderhavige kort geding op grond van artikel 217 Rv, met daarbij de hoofdelijke veroordeling van Stichting Beheer Horeca en Witteveen Q.Q. in de kosten van het incident. [eiser in de hoofdzaak] heeft daartoe gesteld - kort gezegd - een eigen en evident belang te hebben bij schorsing van de ten laste van hem komende executie van het vonnis van 1 september 2010 gezien het restitutierisico bij zowel Stichting Beheer Horeca als Witteveen Q.Q., mede gelet op het feit dat zich tot op heden niemand heeft gesteld in de door [eiser in de hoofdzaak] aanhangig gemaakte hoger beroepsprocedure. Indien [eiser in de hoofdzaak] niet zal worden toegestaan in onderhavige procedure tussen te komen, zal hij in een afzonderlijk aan te spannen kort geding tegen Stichting Beheer Horeca en Witteveen Q.Q. dezelfde vorderingen als thans instellen. 3.2. Stichting Beheer Horeca en Witteveen Q.Q. voeren ieder voor zich verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling in het incident 4.1. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is het belang van [eiser in de hoofdzaak] bij tussenkomst voldoende gebleken en daarom zal [eiser in de hoofdzaak] - mede gezien de processuele doelmatigheid - worden toegestaan tussen te komen in de onderhavige kort gedingprocedure. In het licht van de hier na te nemen beslissing in de hoofdzaak behoeft een en ander geen verdere toelichting. 5. Het geschil in de hoofdzaak 5.1. Ter terechtzitting hebben Stichting Beheer Horeca en Witteveen Q.Q. verklaard dat zij, reeds voor de behandeling ter zitting, een overeenkomst hebben gesloten en op schrift hebben gesteld over de wijze waarop hetgeen - uit hoofde van de executie van het vonnis van 1 september 2010 - door IJzerman is uitgewonnen aan hen afgedragen kan worden. De rechter-commissaris heeft voor deze overeenkomst de vereiste machtiging aan Witteveen Q.Q. verleend. 5.2. De rechtbank stelt vast dat hiermee de grondslag van het oorspronkelijke geschil in de hoofdzaak - naar aanleiding waarvan IJzerman de partijen Stichting Beheer Horeca en Witteveen Q.Q. in een procedure ex artikel 438 lid 4 Rv heeft betrokken - is komen te vervallen en thans geen verdere bespreking meer behoeft. 5.3. [eiser in de hoofdzaak] heeft als tussengekomen partij gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. Witteveen Q.Q. zal verbieden executoriale beslagen te (doen) leggen ten laste van [eiser in de hoofdzaak] en ook overigens de executie van het - de rechtbank leest: vonnis - van deze rechtbank d.d. 1 september 2010 (kenmerk 154985 - de rechtbank leest verder: HA - ZA 09-287) te staken en gestaakt te houden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,00 voor iedere overtreding en voor iedere dag dat de overtreding voortduurt; II. Witteveen Q.Q. zal gebieden reeds gelegde executoriale beslagen op te heffen en opgeheven te houden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,00 voor iedere dag dat aan dit gebod geen gehoor wordt gegeven; III. Witteveen Q.Q. zal verbieden jegens [eiser in de hoofdzaak] anderszins rechtsmaatregelen te treffen op basis van de tussen partijen in voornoemd vonnis geschetste rechtsverhouding, daaronder begrepen het leggen van conservatoire beslagen; IV. Witteveen Q.Q. zal gebieden om te bewerkstelligen dat al hetgeen zich voor of namens hem, Witteveen Q.Q., onder de deurwaarder P.J. IJzerman te Kampen of andere deurwaarders bevindt én door die deurwaarder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.