RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Lelystad zaaknummer : 597551 CV 12-3365 datum : 30 mei 2012 geopposeerde heeft een toevoeging aangevraagd waarop nog niet is beslist Vonnis in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], eisende partij in het verzet, gemachtigde: mr. B.W.M. Zegers, advocaat te Volendam, tegen de besloten vennootschap LELYSTAD HAVEN B.V., gevestigd te Lelystad, gedaagde partij in het verzet, hierna te noemen: Lelystad Haven, gemachtigde: HNL Incassodiensten te Lelystad. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - de oorspronkelijke dagvaarding - het verstekvonnis - de dagvaarding in het verzet - het antwoord van de gedaagde partij in het verzet - de nadere toelichting van de eisende partij in het verzet. De vaststaande feiten 1. De kantonrechter gaat als (genoegzaam) vaststaand uit van het volgende: [eiser] heeft bij schriftelijke overeenkomst gedateerd 12 september 2000 van Lelystad Haven een jaarligplaats gehuurd voor zijn kotter [naam]. De huurovereenkomst is in eerste instantie aangegaan tot 1 april van het volgende jaar, met stilzwijgende verlenging tot wederopzegging. Op de overeenkomst zijn de “HISWA Algemene Voorwaarden” en het havenreglement van Lelystad Haven van toepassing verklaard; In artikel 7 lid 3 van de HISWA voorwaarden is bepaald: Indien gevaar voor schade dreigt of de veiligheid in gevaar zou kunnen worden gebracht is de verhuurder gerechtigd om op kosten van de huurder de noodzakelijk voorzieningen te treffen. In spoedgevallen mag de verhuurder dit doen zonder waarschuwing; in alle andere gevallen indien de huurder niet binnen een redelijke termijn aan zijn waarschuwing gehoor heeft gegeven; de kotter is in de nacht van 14 op 15 juli 2011 gezonken in de haven tijdens storm; de boot is (op of omstreeks 26 juli 2011) door Lelystad Haven geborgen en vervolgens, (op of omstreeks 15 augustus 2011) gesloopt. Het geschil 2. Lelystad Haven heeft bij dagvaarding van 30 augustus 2011 [eiser] gedagvaard voor de kantonrechter te Lelystad en veroordeling gevorderd van [eiser] tot betaling van een bedrag van € 19.835,57 aan achterstallige contributie en/of verschuldigde liggelden, alsmede gemaakte kosten met betrekking tot berging en verwijderen van het vaartuig, te vermeerderen met rente en kosten. De hoofdsom van de vordering bedraagt € 18.855,10. Bij verstekvonnis uitgesproken op 28 september 2011 is de vordering integraal toegewezen (zaaknr. 572669 CV EXPL 11-13603). 3. [eiser] heeft op 22 februari 2012 de verzetdagvaarding uitgebracht en gevorderd hem te ontheffen van de veroordeling, met veroordeling van Lelystad Haven in de proceskosten. Hij heeft daartoe, samengevat, het volgende aangevoerd. Voor de huurvordering geldt dat Lelystad Haven zijn ligplaats ([boxnummer]) voor de resterende periode heeft verhuurd aan een derde en dat hij daarvoor niet hoeft te betalen. Verder heeft hij voor de achterstallige huur een regeling getroffen met Lelystad Haven en hoeft hij nog maar een bedrag van 300,-- te betalen. Voor de berging en de sloop van de kotter geldt dat hij daar nimmer opdracht toe heeft gegeven. Hij heeft daar ook niet mee in gestemd en is daar nooit over benaderd door Lelystad Haven; zij heeft eigenmachtig zonder rechtsgrond gehandeld. Verder zijn de voor de berging en sloop in rekening gebrachte kosten van € 9.472,50 ook onevenredig hoog. 4. Op hetgeen partijen verder hebben aangevoerd zal hieronder voor zoveel nodig nader worden ingegaan. De beoordeling 5. [eiser] heeft onweersproken aangevoerd dat hij op 8 februari 2012 bekend is geworden met het onderhavige verstekvonnis. De kantonrechter houdt het er aldus voor dat het verzet tijdig is ingesteld. 6. Uit de stellingen van partijen destilleert de kantonrechter dat in dit geding de volgende vragen centraal staan: welk bedrag is [eiser] nog aan liggeld verschuldigd; heeft Lelystad Haven op goede grond het schip geborgen en gesloopt en –zo ja- op welk bedrag dienen de kosten daarvan vastgesteld te worden. 7. Alvorens op die vragen nader in te gaan heeft de kantonrechter behoefte aan nadere inlichtingen van Lelystad Haven. 7.1. Met betrekking tot het liggeld behoeft de kantonrechter nog een specificatie van de vordering waaruit kan blijken welk bedrag aan liggeld wordt gevorderd en over welke periode. Daarbij wordt Lelystad Haven in de gelegenheid gesteld om te reageren op de door [eiser] in zijn verzetdagvaarding en in zijn repliek in oppositie ontwikkelde stellingen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.