vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht Locatie Lelystad zaaknummer / rolnummer: 203750/ KL ZA 12-341 Vonnis in kort geding van 11 december 2012 in de zaak van [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A. Özmen te Emmeloord, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. Y. van der Horst te Emmeloord. Partijen zullen hierna de vrouwen de man genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling d.d. 27 november 2012 - de pleitnota van de vrouw - de eis in reconventie. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest. Het minderjarige kind van partijen is [kind], geboren op [2011] in de gemeente [geboorteplaats]. Bij beschikking van deze rechtbank van [2012] is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Partijen hebben een echtscheidingsconvenant en een ouderschapsplan opgesteld, welke deel uitmaken van voormelde beschikking. 3Het geschil in conventie 3.
- De vrouw vordert - samengevat:
- de man te verbieden gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis - anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw,
- de man te veroordelen om gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied Lange Voor, Westervoor, Noordeinde, Grachtwal, Noordzoom, Groene Zoom en Warande in Marknesse, gemeente Noordoostpolder, alsmede de Henric de Cranestraat, Sleep, Sasplein, Nieuwstad, Bouwdijk en 't Noordeinde in Kuinre, gemeente Steenwijkerland,
- een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag of delen van een dag, met een maximum van € 30.000,--, of
- de vrouw te machtigen om de man in gijzeling te laten/doen nemen, telkens voor een periode van 72 uur, althans voor een zodanige tijdsperiode dat de voorzieningenrechter passend acht;
- de man te veroordelen in de kosten van eventuele tenuitvoerlegging van de lijfsdwang en de proceskosten, alsmede de kosten verbonden aan het innen van de verbeurde dwangsommen. 3.
- De man voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4Het geschil in reconventie 4.
- De man vordert - samengevat - de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen aan een door de man voorgestelde omgangsregeling tussen hem en het minderjarige kind van partijen. Alsmede tot voorwaardelijke veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure. 4.
- De vrouw voert verweer. 4.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling in conventie 5.
- Een straatverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. 5.
- Nu de man ter zitting heeft ingestemd met het gevorderde contact- en straatverbod zal de voorzieningenrechter die vordering in na te melden zin toewijzen. 5.
- In verband met de eisen van proportionaliteit zullen de verboden voor de hierna te noemen duur worden opgelegd; 5.
- De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt. De gevorderde lijfsdwang zal de voorzieningenrechter afwijzen. Lijfsdwang is een zeer ingrijpend middel, omdat de man daarmee zijn persoonlijke vrijheid ontnomen wordt. Toepassing van dit dwangmiddel is slechts aan de orde als moet worden aangenomen dat de man niet vrijwillig aan de op te leggen verboden zal voldoen en andere dwangmiddelen niet zullen baten. 5.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 6De beoordeling in reconventie 6.
- In dit geding is in voldoende mate gebleken van het spoedeisend belang van de man bij de vordering. 6.
- De man heeft - onder meer - aangevoerd dat het in het belang van het kind is dat de contacten tussen hem en het kind zo spoedig mogelijk worden hersteld. De vrouw heeft eenzijdig de in onderling overleg afgesproken omgang op de dinsdagen opgeschort. De vrouw wenst alleen nog mee te werken aan de omgang op de zaterdag van 09.00 uur tot 18.15 uur in de oneven weken. De man vreest dat de vrouw ook de in het ouderschapsplan opgenomen regeling zal inperken. De man is van mening dat ondanks het contact- en straatverbod er omgang kan zijn met het kind. De overdracht kan via derden geschieden. De man heeft ter zitting erkend dat hij de vrouw meermalen heeft lastig gevallen, bij het incident van 10 november 2012 heeft hij onverantwoordelijk gehandeld. De man heeft inderdaad niet veel spullen voor het kind in huis, maar de vrouw geeft dat mee. Hij betwist dat hij de vrouw veel zou bellen met betrekking tot het kind. 6.
- De vrouw heeft - onder meer - aangevoerd dat omgang met de man op de dinsdagen thans niet in het belang van het kind is. Het kind raakt vermoeid van de wisselingen van halen en brengen. De doordeweekse omgang verandert het ritme van het kind in negatieve zin. De vrouw wilde de omgang op de dinsdag al eerder stoppen, maar zij durfde dit niet met de man te bespreken uit angst voor zijn agressieve reactie daarop. Verder merkt zij dat het kind zeer vermoeid terugkeert van het weekend. De man heeft onvoldoende middelen in huis om voor het kind te zorgen en belt soms in paniek als het kind bijvoorbeeld diarree heeft. De vrouw acht een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming geïndiceerd. De vrouw heeft ter zitting gesteld dat zij een bodemprocedure zal opstarten tot wijziging van een omgangsregeling. 6.
- Tot voor kort heeft de omgang plaatsgevonden in de oneven weken van zaterdag 09.00 uur tot zondag 18.15 uur, op iedere dinsdag na de middag van circa 16.00 uur tot circa 18.30 uur. In beginsel dient de bestaande omgangsregeling te worden voortgezet totdat in de bodemprocedure is voorzien. In dit geval staat vast dat er tussen partijen veel spanningen zijn geweest hetgeen mogelijk zijn weerslag heeft gehad op [kind]. Dat het partijen niet is gelukt in overleg te treden acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gezien het procesdossier. De voorzieningenrechter ziet voor de rust van [kind] en gelet op haar leeftijd aanleiding de omgangsregeling in het weekend te beperken, maar daarbij de omgang op de dinsdag te handhaven, zodat er geregeld contact blijft tussen de man en [kind]. De voorzieningenrechter hecht er aan op te merken dat het aan de man is om de komende periode te laten zien dat hij in het belang van [kind] en haar rust de privacy van de vrouw kan respecteren. 6.
- De voorzieningenrechter zal derhalve de vorderingen van de man deels toewijzen. 6.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 7De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 7.
- verbiedt de man gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied Lange Voor, Westervoor, Noordeinde, Grachtwal, Noordzoom, Groene Zoom en Warande in Marknesse, gemeente Noordoostpolder, alsmede de Henric de Cranestraat, Sleep, Sasplein, Nieuwstad, Bouwdijk en 't Noordeinde in Kuinre, gemeente Steenwijkerland, 7.
- verbiedt de man gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis - anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw, behoudens per sms in spoedeisende gevallen met betrekking tot [kind], 7.
- veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,-- voor iedere keer dat hij niet aan de in de onder 7.1 en 7.
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,-- is bereikt, 7.
- verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 7.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 7.
- veroordeelt de vrouw tot medewerking en uitvoering van de voorlopige omgangsregeling tussen de man en de minderjarige [kind] totdat in de bodemprocedure een definitieve omgangsregeling zal zijn vastgesteld, inhoudende dat [kind] ieder week op de dinsdag circa 16.00 uur tot circa 18.30 uur bij de man zal verblijven en één keer in de veertien dagen op zaterdag van 09.00 uur tot 18.15 uur in de oneven weken, waarbij het halen en brengen plaatsvindt via de woning van de ouders van de man, 7.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.
- wijst af het meer of anders gevorderde, 7.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Couperus-van Kooten en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2012, in tegenwoordigheid van R. Postma, griffier.