vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht Locatie Lelystad zaaknummer / rolnummer: 204169/ KL ZA 12-354 Vonnis in kort geding van 17 december 2012 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. I.M.G. Maste te Almere, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. P. de Haan te Almere. Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: -de dagvaarding; -de mondelinge behandeling; -de pleitnota van de vrouw. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad. Deze relatie is in 2009 geëindigd. 2.
- De minderjarige kinderen van de man en de vrouw zijn: - [kind 1], geboren op [1998] te [geboorteplaats], - [kind 2], geboren op [2005] te [geboorteplaats]. 2.
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 1]. De vrouw is alleen belast met het gezag over [kind 2]. De man heeft een verzoekschrift ingediend ter verkrijgen van gezamenlijk gezag over [kind 2]. 2.
- Sinds het uiteengaan van partijen is er contact geweest tussen de man en de minderjarigen. 2.
- Sinds de zomervakantie 2012 ziet de man de minderjarigen eenmaal per veertien dagen een weekend van zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur. 3Het geschil 3.
- De man vordert - samengevat - te bepalen dat de man omgang heeft met zijn kinderen: - ieder weekend van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de man de kinderen haalt bij de vrouwen de vrouw de kinderen na afloop bij de man haalt; - de helft van alle schoolvakanties: in de even jaren de eerste helft, in de oneven jaren de tweede helft; - als de vrouw op een weekenddag jarig is, zijn de kinderen bij haar en als de man op een weekenddag jarig is, zijn de kinderen bij hem; - het weekend van Moederdag zijn de kinderen bij moeder en het weekend van Vaderdag zijn de kinderen bij vader; - - - in geval de kinderen niet ieder weekend contact met de man hebben, te bepalen dat de man contact met de kinderen heeft als volgt: via telefoon, Skype en of Viber op maandag, woensdag en vrijdag om 20.00 uur. Een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,= voor iedere dag dat de vrouw niet meewerkt, tot een maximum van € 10.000,=. 3.
- De vrouw voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De man voert ter onderbouwing van zijn vordering aan dat partijen drie jaar geleden zijn overeengekomen dat de kinderen ieder weekend en de helft van alle vakanties bij de man zijn. Met deze regeling is in praktijk flexibel omgegaan. Enkele maanden voor de zomervakantie 2012 zei de vrouw steeds vaker af. Na de zomervakantie weigerde de vrouw mee te werken aan de omgangsregeling. Na mediation is de omgangsregeling hervat, waarna de vrouw wederom afzegde. De vrouw heeft via haar advocaat laten weten alleen in te stemmen met een omgangsregeling van één weekend per veertien dagen van zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur, zonder omgang in de vakanties. De man wil nakoming van de eerder gemaakte afspraak van elk weekend van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur. 4.
- De vrouw betwist dat er sprake is van een spoedeisend belang. De vrouw betwist dat er sprake is van een overeenkomst. Het contact tussen de man en de kinderen vond wisselend plaats. De kinderen bezoeken thans hun vader regelmatig zodat er ook geen contact is dat hersteld moet worden. De vrouw is van mening dat de man een reguliere verzoekschriftprocedure had moeten volgen voor de vaststelling van een omgangsregeling. Voor zover de man wel ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering heeft de vrouw gesteld dat de man zich niet aan de regels en fatsoensnormen houdt. Het agressieve en gewelddadige gedrag van de man maakt de kinderen erg onrustig, onzeker en verdrietig. Hij heeft onlangs in het bijzijn van de kinderen geweld gebruikt jegens de vrouwen haar echtgenoot. Verder is er aan de zijde van de man sprake van een verleden (en de vrouw vermoed ook een heden) van overmatig drank en drugsgebruik. De man spreekt voortdurend kwaad over de vrouw. Thans verblijven de kinderen een weekend in de veertien dagen van zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man. Wat de vrouw betreft wordt die regeling vooralsnog gehandhaafd, zonder verplichting dat de vrouw haar medewerking moet verlenen. De vrouw wil de mogelijkheid hebben, indien blijkt dat de man stoned en dronken is bij aanvang van de omgangsregeling, deze omgangsregeling op dat moment geen doorgang vindt. Spoedeisend belang 4.
- De man heeft gesteld dat er een overeenkomst is die door de vrouw niet wordt nagekomen. Die overeenkomst betreft de omgang met zijn kinderen. De rechtbank is van oordeel dat de man een voldoende spoedeisend belang heeft gesteld om zijn vorderingen te ontvangen. De vraag of de man voldoende spoedeisend belang heeft bij toewijzing van zijn vorderingen, zal hieronder worden beoordeeld. Inhoudelijk 4.
- De voorzieningenrechter begrijpt de vordering van de man in die zin dat hij primair nakoming van de afspraak tussen partijen wenst, en subsidiair een vaststelling van een omgangsregeling wil zoals in de dagvaarding omschreven. 4.
- Indien partijen een overeenkomst hebben ten aanzien van het contact tussen de man en de kinderen dient die overeenkomst in beginsel zonder mankeren te worden nageleefd, tenzij dit in strijd is met de belangen van de kinderen. De voorzieningenechter dient eerst te beoordelen of er sprake is van een overeenkomst tussen partijen. Een mondelinge afspraak wordt door de vrouw betwist en er zijn geen stukken waaruit de gestelde afspraak blijkt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er te weinig aanknopingspunten zijn om uit de praktijk van de afgelopen jaren een stilzwijgende afspraak tussen partijen afte leiden. De man stelt immers in de dagvaarding dat de afspraak inhield dat de kinderen ieder weekend van vrijdag tot zondag. Ter zitting stelt hij zich echter op het standpunt dat in praktijk de kinderen drie van de vier weekenden bij hem waren, hetgeen afwijkt van zijn vordering. Daarbij komt dat de vrouw stelt dat zich helemaal geen regelmaat voordeed en de kinderen soms achtereenvolgende weekenden naar de man gingen en soms weekenden achter elkaar niet. Gelet op de verschillende lezingen van partijen over de bestaande praktijk, acht de voorzieningenrechter een bestaande afspraak over een regelmatig omgangsregeling van ieder weekend bij de man onvoldoende aangetoond. Voor zover de man met zijn vordering nakoming van die afspraak wenste, kan dit niet worden toegewezen. 4.
- Met betrekking tot de gevorderde vaststelling van een omgangsregeling overweegt de voorzieningenrechter dat in kort geding geen regeling kan worden vastgesteld doch enkel een voorlopige voorziening kan worden getroffen, in afwachting van een definitieve regeling door middel van een bodemprocedure of overeenstemming van partijen. Nu de man de kinderen thans op regelmatige basis eenmaal per veertien dagen van zaterdag 11.00 tot zondag 19.00 uur ziet, en tevens gedurende een deel van de feestdagen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de man de noodzaak tot het treffen van een ordemaatregel onvoldoende heeft aangetoond. 4.
- Bovendien komt de vordering van de man komt neer op uitbreiding van de huidige regeling. Die beoordeling leent zich niet voor een beslissing in kort geding. Temeer niet nu de vrouw ernstige zorgen heeft neergelegd die tot verder onderzoek nopen. De vraag of het in het belang van de kinderen is dat zij vaker naar de man gaan dient dan ook in een bodemprocedure te worden beantwoord. In die procedure kan worden onderzocht óf, en op welke wijze de omgangsregeling moet worden uitgebreid. In die procedure kan ook de Raad voor de Kinderbescherming de rechtbank van advies dienen. Gelet hierop zal de vordering worden afgewezen. 4.
- Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. F.G. van Arem en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2012.