RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnummer: 07.663301-10 (P) Uitspraak: 14 december 2012 VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN: het openbaar ministerie tegen [verdachte] B.V., gevestigd te [plaats 1] , [adres 1] . ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2012, 2 oktober 2012, 8 oktober 2012, 29 oktober 2012, 30 oktober 2012, 9 november 2012, 13 november 2012 en 11 december 2012. De verdachte rechtspersoon is op 1 oktober 2012, 2 oktober 2012, 8 oktober 2012, 29 oktober 2012, 30 oktober 2012 en 9 november 2012 verschenen, vertegenwoordigd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , bijgestaan door mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle. Op 13 november 2012 zijn de vertegenwoordigers van verdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , niet verschenen. De verdachte is ter terechtzitting bijgestaan door mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd. Op 11 december 2012 zijn verdachte, haar vertegenwoordigers en haar raadsman, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Als officier van justitie was op 1 oktober 2012, 2 oktober 2012, 8 oktober 2012, 29 oktober 2012, 30 oktober 2012, 9 november 2012 en 11 december 2012 mr. S.T.C. van der Werf aanwezig en op 13 november 2012 mr. M.A.E. Schot. TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: 1. zij in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer en/of Epe, in ieder geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande (onder meer) uit [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - mensenhandel, door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of het misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of van een kwetsbare positie, waardoor een ander(
- en)bewogen wordt/worden zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid en/of diensten zoals bedoeld in artikel 273F Wetboek van Strafrecht en/of - valsheid in geschrifte zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of - (gewoonte)witwassen zoals bedoeld in (
- de)artikel(
- en)420bis en/of 420ter en/of 420quater Wetboek van Strafrecht één en ander gepleegd ten aanzien van meerdere, althans één, van haar werknemer(s); 2. zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, en/of Epe althans in Nederland en/of Polen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(
- en)genaamd: [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of een of meer andere personen I. (lid 1 sub 1) (telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, voornoemde perso(o)n(
- en)heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander(en); en/of II.(lid 1 sub 4) (telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, voornoemde perso(o)n(
- en)heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan zij en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)of redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat voornoemde perso(o)n(
- en)zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten; en/of III. (lid 1 sub 6) (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van voornoemde perso(o)n(
- en)bestaande hieruit dat verdachte en/of haar mededader(s), althans alleen, A. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 20 oktober 2010, [slachtoffer 1] , 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 1] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 1] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 1] niet (voldoende) machtig was en/of die [slachtoffer 1] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 1] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 1] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 1] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 1] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 1] van haar, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of haar mededader(
- s)verricht en/of 22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of 23. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben opgesloten in haar woning/kamer en/of daarbij (telkens) de sleutel van die door [slachtoffer 1] bewoonde woning/kamer van die [slachtoffer 1] heeft/hebben afgepakt en/of 24. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij of medewerkers van [verdachte] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken en/of 25. heeft/hebben gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij voorzichtig moest zijn en om haar heen moest kijken en/of dat dit allemaal niet zonder gevolgen zou zijn, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of 26. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact en/of ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwanger is geworden, welke zwangerschap tegen haar wil/zin is beëindigd met een abortus; B. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009, [slachtoffer 2] , 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 2] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 2] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 2] niet (voldoende) machtig was en/of die [slachtoffer 2] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 2] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 2] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 2] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 2] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 2] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 2] van haar, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of haar mededader(
- s)verricht en/of 22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of 23. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact; C. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 6 oktober 2010, [slachtoffer 3] 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 3] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 3] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 3] niet (voldoende) machtig was en/of die [slachtoffer 3] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 3] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 3] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 3] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 3] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 3] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 3] van haar, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als voornoemde ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of haar mededader(
- s)verricht en/of 22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of 23. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij of medewerkers van [verdachte] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken en/of 24. heeft/hebben gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij een probleem heeft als zij naar Nederland komt en/of als zij aan de politie de waarheid vertelt, hij werk voor haar heeft en alles is opgelost, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of 25. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact; D. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 30 september 2009, [slachtoffer 4] 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 4] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 4] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 4] niet (voldoende) machtig was en/of die [slachtoffer 4] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 4] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 4] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 4] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 4] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of indien zij niet luistert en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst mheeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 4] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 4] van haar, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar/hen is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of haar mededader(
- s)verricht en/of 22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan; E. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 1 juli 2010, [slachtoffer 5] 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 5] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 5] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 5] onvoldoende machtig was en/of die [slachtoffer 5] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 5] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 5] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 5] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 5] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 5] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 5] van haar, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of haar mededader(
- s)verricht en/of 22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of 23. meermalen, althans eenmaal, in de billen heeft/hebben geknepen en/of in het kruis heeft/hebben gegrepen; F. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 30 juni 2010, [slachtoffer 6] , 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl hij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 6] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 6] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 6] niet (voldoende) machtig was en/of die [slachtoffer 6] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat hij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 6] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor hem onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 6] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 6] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 6] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien hij niet aan het werk zou gaan en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 6] gelet op zijn financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door hem verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 6] van hem, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie hij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben mishandeld en/of bedreigd, nadat hij bij verdachte en/of haar mededader(
- s)had gevraagd om uitbetaling van door hem verdiend loon; G. op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010, [slachtoffer 7] 1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of haar mededader(
- s)en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of 2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl 40 euro of 50 euro per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of 3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of 4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of haar mededader(
- s)in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(
- en)en dientengevolge ten allen tijde - ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(
- n)tot deze woning(
- en)en/of 5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of haar mededader(
- s)beheerde woning en/of 6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of 7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] , in ieder geval het bedrijf waar die [slachtoffer 7] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [slachtoffer 7] op dat moment was gehuisvest en/of 8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [slachtoffer 7] niet (voldoende) machtig was en/of die [slachtoffer 7] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of 9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of 10. wekelijks een voorschot op het salaris van 50 euro heeft/hebben uitbetaald en/of 11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [slachtoffer 7] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of 12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of 13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of 14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [slachtoffer 7] heeft/hebben vervalst en/of 15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [slachtoffer 7] en/of 16. heeft/hebben gedreigd die [slachtoffer 7] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of 17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of 18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of 19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [slachtoffer 7] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of 20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [slachtoffer 7] van haar, verdachte, en/of haar mededader(
- s)afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of 21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar/hen is, als voornoemde perso(o)n(
- en)geen seksuele handelingen met verdachte en/of haar mededader(
- s)verricht(
- en)en/of 22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of 23. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact en/of 24. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij haar woonruimte en werk zou kwijtraken; 3. zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van een of meer na te noemen valse of vervalste kwitanties en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)en/of leningovereenkomst(
- en)en/of uitzendovereenkomst, te weten: A. een of meer op naam van [slachtoffer 1] gestelde kwitantie(
- s)(D-016-02, nr. 8 en/of D- 016-02, nr. 23, en/of D-016-08, nr. 18) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D- 016-03, nr. 91 en/of D-016-04, nr. 68 en/of D-016-05, nr.42 en/of D-016-06, nr. 16), en/of B. een of meer op naam van [slachtoffer 2] gestelde kwitantie (D-017-04) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D-017-03 en/of D-017-01 en/of D-017-02), en/of C. een op naam van [slachtoffer 3] gesteld loonafschrift met kwitantie (D-023-06, nr 6), en/of D. een op naam van [naam 1] gestelde kwitantie (D-020-02), en/of een leningsovereenkomst (D-020-04), en/of E. een of meer op naam van [slachtoffer 5] gestelde loonafschriften met kwitantie(
- s)(D- 004-02 nrs. 11 en/of 36 en/of 53), en/of F. een of meer op naam [slachtoffer 6] gestelde kwitantie(
- s)(D-005-01, nrs. 82 en/of 41 en/of 47 en/of 19 en/of 2 en/of 75 en/of 100) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D- 005-02 nrs. 15 en/of 82 en/of 030 en/of 100 en/of 60 en/of 23 en/of 85), en/of G. een op naam van [slachtoffer 7] gesteld loonafschrift met kwitantie (D-007-02) en/of een uitzendovereenkomst D-007-03), en/of H. een of meer op naam van [naam 2] gestelde kwitantie(
- s)(D-024-01) en/of loonafschrift met kwitantie (D-024-02), en/of I. een op naam van [slachtoffer 8] gestelde kwitantie (D-003-02), en/of J. een of meer op naam van [naam 3] gestelde kwitantie(
- s)(D-008-01 nrs. 19 en/of 91 en/of 15 en/of 3) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D-008-02 nr. 13 en/of D-008-03 nr. 53 en/of D-008-04 nr. 63 en/of D-008-05 nr. 97 en/of D-008-06 nr. 66 en/of D-008-07 nr. 36 en/of D-008-08 nr. 24), en/of K. een of meer op naam van [naam 4] gestelde kwitantie (D-012-01 nr. 20) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D-012-04 nrs. 25 en/of 17 en/of 80 en/of D-012- 05 nr.63 en/of D-012-06 nr. 61 en/of D-012-07 nr.60 en/of D-012-08 nr. 73 en/of D- 012-10 nr. 56), en/of L. een of meer op naam van [naam 5] gestelde kwitantie(
- s)(D-015-02 nrs. 28 en/of 15 en/of 32) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D-015-03 en/of D-015-05 en/of D-015-06), en/of M. een of meer op naam van [naam 6] gestelde kwitantie(
- s)(D-018-02 nrs. 45 en/of 50 en/of 30 en/of 13 en/of 62 en/of 43 en/of 22 en/of 36 en/of 55 en/of 91 en/of 92 en/of 39 en/of 35 en/of 17 en/of 32) en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D-018- 04 en/of D-018-05 en/of D-018-05 en/of D-018-06 en/of D-018-07 en/of D-018-08 en/of D-018-09 en/of D-018-10 en/of D-018-11 en/of D-018-12 en/of D-018-13 en/of D-018-14), en/of N. een op naam van [medeverdachte 3] gestelde loonafschrift met kwitantie (D-014-01) en/of leningovereenkomst (D-014-02), en/of O. een of meer op naam van [naam 7] gestelde loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)(D- 010-02 nr.65 en/of D-010-03 en/of D-010-04 en/of D-010-05 en/of D-010-06 en/of D-010-07 en/of D-010-08) en/of een leningovereenkomst (D-010-09), en/of P. een of meer op naam van [naam 8] gestelde kwitantie(
- s)(D-006-06) en/of loonafschrift met kwitantie (D-006-05), elk zijnde een geschrift om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat/die geschrift(
- en)(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat [verdachte] B.V. voornoemde kwitantie(
- s)en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)en/of leningovereenkomst(
- en)en/of uitzendovereenkomst heeft opgenomen in haar administratie en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat voornoemde kwitantie(
- s)en/of loonafschrift(
- en)met kwitantie(
- s)en/of leningovereenkomst(
- en)en/of uitzendovereenkomst fictief zijn aangezien de op deze stukken vermelde handtekening niet afkomstig is van de werknemer/natuurlijke persoon die op deze stukken is vermeld en/of de datum vermeld op de loonafschriften met kwitanties (D-017-01 en/of D-017-02)niet naar waarheid is; 4. zij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(
- s)een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(
- en)(van in totaal € 278.208), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(
- en)(van in totaal € 278.208), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(
- en)(van in totaal € 278.208), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(
- en)(van in totaal € 278.208), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(
- en)(van in totaal € 278.208), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(
- en)(van in totaal € 278.208), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(
- s)redelijkerwijs kon vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 5. zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk een of meer geldbedrag(en), te weten: - éénmaal een bedrag van 285,-- euro en vijfmaal een bedrag van 58,-- euro (in totaal een bedrag van ongeveer 575,-- euro) en/of - éénmaal een bedrag van 228,-- euro, in elk geval (telkens) enig geldbedrag, inhoudende zorgtoeslag over (een periode
- in)2009 geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geldbedrag(
- en)verdachte en/of haar mededader(
- s)anders dan door misdrijf, te weten als werkgeefster, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend. De rechtbank heeft de in de tenlastelegging staande kennelijke schrijffouten verbeterd. [verdachte] B.V. (hierna: [verdachte] ) wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in haar verdediging geschaad. VOORVRAGEN De geldigheid van de dagvaarding De verdediging heeft betoogd dat de tenlastelegging van feit 3 partieel nietig dient te worden verklaard nu de zinsnede ‘één of meer andere personen’ onvoldoende duidelijk is. Ter terechtzitting van 1 oktober 2012 heeft de verdediging dit verweer eveneens gevoerd. De rechtbank heeft destijds geoordeeld dat de zinsnede ‘één of meer andere personen’ voldoende duidelijk is omschreven vanwege de inzichtelijke wijze waarop het dossieronderdeel betreffende de verdenking van mensenhandel (ordners 10, 11 en 12) is ingericht en het feit dat de in dat verband in het opsporingsonderzoek gehoorde werknemers, wier namen in de tenlastelegging op dit punt niet afzonderlijk zijn opgenomen, eveneens zijn bevraagd op de onderdelen die als feitelijkheden in de onderdelen A t/m G zijn omschreven in de tenlastelegging. De rechtbank ziet geen reden om daarover thans anders te oordelen. Het verweer zal derhalve worden verworpen. De overige voorvragen De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken die nopen tot schorsing van de vervolging. WAARDERING VAN DE BEWIJSMIDDELEN Algemeen Verdachte wordt - kort samengevat - ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan
(1)deelneming aan een criminele organisatie,
(2)mensenhandel,
(3)het opzettelijk gebruik maken van (een) vals(e) geschrift(en),
(4)(gewoonte)witwassen en
(5)verduistering. De rechtbank bespreekt in het hiernavolgende achtereenvolgens het onder 2, 3, 4, 5 en tenslotte het onder 1 ten laste gelegde. Feit 2 mensenhandel Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1, sub 4 en sub 6 van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van de 7 in de tenlastelegging genoemde personen en ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde “één of meer andere personen”. De officier van justitie heeft ten aanzien van sub 1 aangevoerd dat er sprake is van “middelen” die een uitbuitingssituatie tot stand kunnen brengen, dat de gedragingen vervoeren, huisvesten en opnemen van toepassing zijn, en dat aan het delictsbestanddeel “oogmerk” is voldaan. De officier van justitie heeft ten aanzien van sub 4 aangevoerd dat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)door middel van “middelen” werknemers hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten. Ten aanzien van sub 6 heeft de officier van justitie opgemerkt dat verdachte groot economisch voordeel heeft genoten van de uitbuiting van de Poolse uitzendkrachten. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat geen sprake is van middelen en gedragingen met het oogmerk van uitbuiting, dat er geen sprake is van middelen die dwingen of bewegen tot het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van arbeid of diensten, en dat geen sprake is van voordeel trekken uit deze uitbuiting. Het oordeel van de rechtbank Verdachte is ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1, sub 4 en sub 6 van het Wetboek van Strafrecht met betrekking tot [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en een of meer andere personen. De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden door de wijze van tenlastelegging uitsluitend betrekking hebben op [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] zodat mensenhandel met betrekking tot de in de tenlastelegging tevens opgenomen categorie “een of meer andere personen” aan de hand van die feitelijkheden niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank constateert dat de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden zijn onder te verdelen in de volgende onderwerpen: huisvesting, vervoer, arbeidsovereenkomst, financiën en dwang, bedreiging en geweld. De rechtbank zal deze onderwerpen hieronder afzonderlijk bespreken. Voor de redengevende bewijsmiddelen ten aanzien van de betreffende personen zij telkens verwezen naar de in dezelfde deelonderwerpen onderverdeelde eindnoten, waarbij met de nummering aansluiting is gezocht bij de nummering van de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden. Huisvesting [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] hebben verklaard te zijn gehuisvest in een woning van [verdachte] , dat zij daarvoor € 40,00 of € 50,00 per week (respectievelijk € 150 of € 200 per maand) aan huur moesten betalen, hetgeen werd ingehouden op het salaris en dat zij met meer personen het huis moesten delen. Ook [slachtoffer 7] heeft verklaard met meerdere personen te zijn gehuisvest in een woning van [verdachte] en dat de huur werd ingehouden op haar salaris. Met uitzondering van [slachtoffer 6] hebben deze werknemers voorts verklaard dat de medeverdachte(
- n)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] (hierna: de medeverdachte(n)) in het bezit was/waren van hun huissleutel en dat hij/zij zich te allen tijde (ongewenst) toegang kon(den) verschaffen tot de woningen van die werknemers. [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] hebben verder verklaard dat zij vaak, zonder opgaaf van redenen en op korte termijn, moesten verhuizen. Ten slotte hebben [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] verklaard dat hun woning verwaarloosd was. Vervoer [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben allen verklaard dat zij door of vanwege verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)van en naar hun werk werden vervoerd. Arbeidsovereenkomst [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] hebben verklaard (arbeids)overeenkomsten te hebben ondertekend, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die zij niet (voldoende) machtig waren. [slachtoffer 7] heeft weliswaar ook verklaard dat haar contract in het Nederlands was opgesteld, welke taal zij niet (voldoende) machtig was, maar bij haar betreft dit een arbeidscontract bij [bedrijf 2] en niet bij [verdachte] , zodat verdachte op dit punt ten aanzien van [slachtoffer 7] zal worden vrijgesproken. Financiën [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] hebben verklaard dat zij de eerste 2 weken dat zij gewerkt hebben geen salaris hebben uitbetaald gekregen en wel voorschotten. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben allen verklaard dat zij voorschotten op het salaris uitbetaald hebben gekregen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat er boetes werden opgelegd, die op het salaris werden ingehouden. De rechtbank heeft vastgesteld dat over het inhouden van boetebedragen op het salaris geen regels in de uitzendovereenkomst zijn opgenomen. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben allen verklaard dat zij blanco kwitanties hebben ondertekend en/of dat kwitanties ten name van hen valselijk zijn opgemaakt. Voorts hebben [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] allen verklaard dat er geen loonafschriften werden verstrekt en hebben [slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] verder verklaard dat, voor zover die wel werden verstrekt, dit slechts gebeurde na uitdrukkelijk verzoek hiertoe. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] hebben verklaard dat zij geen toeslag voor nachtdienst kregen uitbetaald en [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] hebben verklaard dat zij bij ziekte geen ziektegeld kregen uitbetaald. Ten aanzien van de in de tenlastelegging onder nummer 11 omschreven feitelijkheid, te weten dat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] recht op hadden, uitbetaald heeft/hebben, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank is van oordeel, dat ten aanzien van deze concrete personen – de door medeverdachte [medeverdachte 2] , tevens (als) bestuurder van verdachte, ter zitting van 29 oktober 2012 gegeven toelichting op de wijze van administreren van verdachten in acht nemende - niet valt uit te sluiten dat deze personen (uiteindelijk) niet te weinig uitbetaald hebben gekregen net zoals anderzijds naar het oordeel van de rechtbank evenmin valt uit te sluiten dat (sommige van) deze personen onderbetaald zijn geweest nu de onder nummer 11 beschreven feitelijkheid met name ziet op contante betalingen terwijl voorts – zoals uit hetgeen elders in dit vonnis zal worden overwogen – sprake is geweest van het plegen van valsheid in geschrifte ten aanzien van diezelfde contante geldstromen. Voor een bewezenverklaring van de onder nummer 11 opgenomen feitelijkheid biedt de voorhanden zijnde informatie, zelfs indien de rechtbank zou ingaan op het door de verdediging gedane aanvullende bewijsaanbod, dan ook onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit punt vrijspreken. Gelet ook op het voorgaande acht de rechtbank het niet noodzakelijk in te gaan op het (voorwaardelijke) bewijsaanbod/verzoek van de verdediging om in de gelegenheid te worden gesteld alsnog een overzicht en administratie met betrekking tot de andere - naast [slachtoffer 1] - in de tenlastelegging genoemde personen over te leggen. Dwang, bedreiging en geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 7] hebben verklaard dat de medeverdachte(
- n)heeft/hebben gedreigd hen uit huis te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zouden gaan. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat de medeverdachte(
- n)heeft/hebben gedreigd haar het huis uit te zetten indien zij niet zou luisteren en [slachtoffer 6] heeft verklaard dat de medeverdachte(
- n)heeft/hebben gedreigd hem het huis uit te zetten indien hij niet aan het werk zou gaan. [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] hebben verklaard dat de medeverdachte(
- n)heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor hen zou zijn, als ze geen seksuele handelingen met de medeverdachte(
- n)zouden verrichten. [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 7] hebben verklaard dat zij meermalen zijn gedwongen tot seksueel contact. [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben allen verklaard te zijn mishandeld door de medeverdachte(n). Voorts heeft [slachtoffer 1] verklaard dat de medeverdachte(
- n)heeft/hebben gezegd dat - als zij naar de politie zou gaan - zij of medewerkers van [verdachte] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken, en dat zij bedreigd is nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie. [slachtoffer 3] heeft ten aanzien van het onderwerp dwang bedreiging en geweld aanvullend verklaard dat de medeverdachte(
- n)heeft/hebben gezegd - nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie - dat zij een probleem zou hebben als zij naar Nederland zou komen en als zij aan de politie de waarheid zou vertellen, er werk voor haar zou zijn en alles zou zijn opgelost, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking. [slachtoffer 5] heeft ten aanzien van het onderwerp dwang, bedreiging en geweld aanvullend verklaard dat haar geweld is aangedaan en dat zij meermalen in de billen is geknepen door de medeverdachte(n). [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij is mishandeld en bedreigd, nadat hij bij de medeverdachte(
- n)had gevraagd om uitbetaling van door hem verdiend loon. Ten slotte heeft [slachtoffer 7] ten aanzien van dit onderwerp nog verklaard dat de medeverdachte(
- n)gedreigd heeft/hebben haar het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en dat haar gezegd is dat - als zij naar de politie zou gaan - zij haar woonruimte en werk zou kwijtraken. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben bij de politie en bij de rechter-commissaris uitvoerige, gedetailleerde en op hoofdlijnen consistente verklaringen afgelegd omtrent de onderwerpen huisvesting, vervoer, arbeidsovereenkomst, financiën en dwang, bedreiging en geweld. De rechtbank heeft geen onverklaarbare tegenstrijdigheden in hun verklaringen kunnen vaststellen, op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat die verklaringen niet betrouwbaar zijn. De verklaringen zijn bovendien zo gedetailleerd en uitvoerig dat de rechtbank het niet waarschijnlijk acht dat de verklaringen tot op dat niveau op elkaar zijn afgestemd. Voorts is de rechtbank niet gebleken van contacten tussen alle bovengenoemde aangevers en getuigen waaruit blijkt dat zij de inhoud van de aangiften/verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Gezien dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, hecht de rechtbank geloof aan de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , zoals zij die op hoofdlijnen hebben afgelegd. De verklaringen zijn om die reden ook bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank betrekt bij haar oordeel voorts dat sommige in de tenlastelegging genoemde feitelijkheden niet alleen door de verklaringen van aangevers en getuigen ook worden ondersteund door andere bewijsmiddelen Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] overweegt de rechtbank nog dat het gegeven dat vrijspraak volgt ten aanzien van de feitelijkheden zoals die zijn opgenomen onder de nummers 21, 22, 23 en 26 van letter A, niet betekent dat haar verklaringen als geheel daarmee in twijfel getrokken moeten worden. De vrijspraak betekent louter dat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat de onder die nummers beschreven feitelijkheden zich ten aanzien van haar hebben voorgedaan in het kader van de aan deze verdachte ten laste gelegde mensenhandel. De rechtbank constateert dat de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] met betrekking tot de onderwerpen huisvesting, vervoer, arbeidsovereenkomst, financiën en dwang, bedreiging en geweld op essentiële punten overeenkomen. Naast de in de eindnoten per deelonderwerp per aangever/werknemer vermelde redengevende bewijsmiddelen zal de rechtbank derhalve de verklaringen van de andere aangevers/werknemers over en weer tot het bewijs bezigen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] worden ondersteund door de inhoud van onderstaande selectie van tapgesprekken tussen de medeverdachte(
- n)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] met (andere) medeverdachte(n), werknemers en derden, waaruit (onder meer) volgt dat door de medeverdachte(
- n)(ten aanzien van andere werknemers dan aangevers) gesproken is over (straf)inhoudingen op het loon; als werknemers niet akkoord gaan met een woning ze niet kunnen werken; als een werknemer niet wil werken hij zijn werk en huis verliest; het per week in plaats van per maand betalen van werknemers zodat ze het geld kunnen gebruiken en de volgende week weer moeten werken; het laten verhuizen van een werknemer en het dan kunnen “instoten” door neef; en het “moeten geven” door een werknemer in relatie tot seksuele handelingen. * Ordner 12 pagina 773 en 774 tapgesprek [medeverdachte 1] (
- sh)en [medeverdachte 2] (
- sh)d.d. 4-10-10: Gaat over woning in de [gebouw] … verblijven 9 mensen en er is geen warm water.. de mensen kunnen zich al een maand niet douchen. Laat maar een monteur komen… dan haal je dan af van hun inkomen, zegt [medeverdachte 1] . * Ordner 12 pagina 774 en 775 tapgesprek [medeverdachte 1] en [naam 9] d.d. 16-10-10: [medeverdachte 1] zegt tegen [naam 9] dat hij tegen ze moet zeggen dat er geen ander huis is. Take it or leave it. Anders kunnen ze niet werken, zegt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat in het huis zes mensen kunnen wonen. Als dat niet willen, dan maar geen werk. * Ordner 12 pagina 777 tapgesprek [medeverdachte 1] (NG) en [naam 10] d.d. 10-10-10: [medeverdachte 1] zegt als [naam 11] niet wil werken, dan verliest hij zijn werk en huis. * Ordner 12 pagina 779 en 780 tapgesprek [medeverdachte 2] (
- sh)en NN d.d. 2-10-10: zegt dat ze toch geld te goed hebben…. waarom komen ze dan niet. NN man zegt: ‘dat ze erg bang voor jullie’… ze hebben het er over om elkaar maandag op de fabriek te zien. Zo kan het niet, zegt [medeverdachte 2] … gooi ze er maar uit. NN vraagt of [medeverdachte 2] morgen rond 12 uur tijd heeft, Ja… breng ze maar rond 12 uur, zegt [medeverdachte 2] …maar zeg tegen ze als morgen problemen niet opgelost zijn… hebben ze maandag geen werk… ze moeten hun mond houden en zoniet moet ik ze eruit gooien… dat is ook wat de chef gezegd heeft… omdat ze zo ook andere werknemers beïnvloeden. * Ordner 12 pagina 786 tapgesprek [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] d.d. 10-10-10: [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij 50 euro moet inhouden op het salaris van een oudere Hongaar. Deze Hongaar heeft gezegd dat hij ziek is. Die ingehouden 50 euro zorgt er wellicht voor dat hij tot bezinning komt, zegt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt verder dat [medeverdachte 2] 100 euro moet inhouden op het salaris van [naam 12] . * Ordner 12 pagina 789/7899 tapgesprek [medeverdachte 1] (
- sh)en [medeverdachte 2] (
- sh)d.d. 25-09-10: (..) en dat met [naam 13] en de zijne moet nog…. C: Gooi die eruit… M: Ik zal wel 100 euro per persoon eraf doen en als ze het niet accepteren eruit doen… [naam 14] zegt dat. (..) C: Of je zegt: ‘jullie blijven een week thuis… dat is jullie straf en we weten niet wat er volgende week gaat gebeuren. M: Eigenlijk is dat wel goed… 100 euro in mindering.. en een week thuis laten. * Ordner 12 pagina 790 tapgesprek [medeverdachte 2] (
- sh)en [naam 14] d.d. 25-9-10: (..) Nog niks… maar ze moeten straf krijgen dat is zeker… Ja straf moeten ze krijgen… en ze krijgen per persoon 50 euro straf… en als ze hete er niet mee eens zijn… dan hoeven ze niet te komen, zegt [naam 14] . Ja… laten we niet te hoog doen als we 100 straf per persoon doen lopen ze misschien weg en maandag hebben we wel hamstekers nodig en komen dan in de problemen. (..) [medeverdachte 2] zegt dat hij 50 euro zal zeggen dan hebben ze een dag voor niks gewerkt. * Ordner 12 pagina 795 tapgesprek [medeverdachte 1] (
- sh)en [naam 14] (
- sh)d.d. 4-10-10: Verder zijn er problemen over betaling… [medeverdachte 1] had tegen de meeste mensen gezegd dat ze om de vier weken betaald zouden worden en [naam 14] is het daar niet mee eens… omdat ze vier weken geld krijgen.. zo’n 1000 euro…dan komen ze een tijdje niet werken. Laat ze maar niet komen.. dan brengen we ze 100 euro in mindering, zegt [medeverdachte 1] . Neen… he moet ze per week betalen… kunnen ze het geld, gebruiken en moeten ze de volgende week weer komen werken, zegt [naam 14] . * Ordner 12 pagina 807 tapgesprek [medeverdachte 1] (
- sh)en [medeverdachte 2] (
- sh)d.d. 9-10-10: (…) [naam 15] laten we hierheen verhuizen dan kan neef haar af en toe instoten… we moeten ook aan neef denken, zegt [medeverdachte 1] . * Ordner 12 pagina 812 en 813 tapgesprek [medeverdachte 1] (
- sh)en [naam 16] (sh): [medeverdachte 1] zegt dat meisje dan wel moet geven.. ‘jij neukt een werknemer van ons… en ik heb nog geen werknemer van jou geneukt’. [naam 16] zegt dat ze niet wil… ik heb haar alleen nog maar gezoend en verder nog niks… jij mag wel een werknemer van mij zoenen… en anders doe het maar met die blonde meid. Welke bedoel je vraagt [medeverdachte 1] . Die kleine… die [naam 17] . [medeverdachte 1] heeft al wel met die blonde geflirt… en tegen haar gezegd ‘Poolse meisjes hebben een te grote kut… ik kan mijn voet erin doen… ik moet een Roemeen of een Slovaakse hebben’. (..) Ik wil nu een Slovaakse proberen zegt [medeverdachte 1] . * Ordner 12 pagina 816 tapgesprek [medeverdachte 1] en NN-man (de rechtbank begrijpt: [naam 3] , zie verklaring [naam 3] ordner 11 pagina 590 tot en met 595): (..) NN-man 4701 zegt dat hij geen geld van [medeverdachte 1] wil en ook geen geld van [medeverdachte 2] maar dat hij alleen zijn eigen geld wil krijgen. [medeverdachte 1] schreeut dat NN-man 4701 moet wachten. (..) NN-man 4701 zegt dat hij rustig praat, dat hij wil helpen, dat hij non stop werkt. [Erg veel geschreeuw.] NN-man 4701 zegt dat hij vandaag niet gaat werken en zegt dat hij onder stress zit omdat hij non stop aan het werk is. * Ordner 12 pagina 817/818 tapgesprek [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] d.d. 10-10-10: [medeverdachte 1] is boos en zegt dat hij [naam 12] van het werk en uit zijn huis gaat sturen. Hij wist dat hij vandaag moest werken en is er niet. (..) [medeverdachte 1] zegt dat [naam 12] vandaag maar op straat moet, zodat hij tot bezinning komt. Hij moet de huissleutel afgeven. Als je hem niet uit huis zet, dan vermoord ik hem, zegt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] vraagt of er geen vervanging is. [medeverdachte 1] zegt dat van zijn loon 100 euro ingehouden moet worden. * Ordner 12 pagina 818 en 819 SMS d.d. 10-10-10 (de rechtbank begrijpt aan [naam 3] : zie verklaring [naam 3] ordner 11 pagina 590 tot en met 595): [naam 12] als je vandaag niet komt werken, heb je 100 euro minus en moet je uit de woning oprotten ik heb veel mensen voor het werk. Nadere bewijsoverwegingen mensenhandel De rechtbank zal allereerst beoordelen of sprake is van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4, van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid [verdachte] De strafbaarheid van een rechtspersoon moet worden beoordeeld aan de hand van de volgende vragen: is de rechtspersoon geadresseerde van de norm, kan de verboden gedraging die door een natuurlijk persoon is verricht aan de rechtspersoon worden toegerekend en kan het bestanddeel opzet of schuld worden bewezen. De rechtbank is van oordeel dat mensenhandel een delict is dat door een rechtspersoon gepleegd kan worden en dat [verdachte] als geadresseerde van de norm kan worden beschouwd. De rechtbank is verder van oordeel dat de in dit vonnis vermelde gedragingen die voor een bewezenverklaring van mensenhandel redengevend zijn en die zijn verricht door de medeverdachte(
- n)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , destijds de bestuurders van verdachte, redelijkerwijs ook aan verdachte kunnen worden toegerekend. Gelet op de concrete omstandigheden van het geval kan niet anders dan geconcludeerd worden dan dat de gedragingen van voormelde medeverdachte(
- n)(minst genomen mede) hebben plaatsgevonden in de uitoefening van hun taak als bestuurder van de rechtspersoon. De betreffende gedragingen hebben immers steeds plaatsgevonden met, door of tegen werknemers van verdachte, veelal in het kader van de bedrijfsuitoefening van verdachte en/of ten behoeve van verdachte. Gelet op de positie van de medeverdachten binnen het bedrijf is het opzet van de medeverdachte(
- n)ook zonder meer toe te rekenen aan [verdachte] . Gedragingen De rechtbank acht bewezen dat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)de ten laste gelegde handelingen vervoeren en huisvesten heeft/hebben gepleegd. Verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)heeft/hebben immers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] vervoerd/laten vervoeren van hun huis naar [bedrijf 1] B.V. te [plaats 2] en omgekeerd teneinde aldaar werkzaamheden te verrichten en verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)heeft/hebben voor hen de huisvesting verzorgd. Dwangmiddelen Het (dwang)middel dwang acht de rechtbank bewezen, omdat [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 7] meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact. Het (dwang)middel geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)acht de rechtbank eveneens bewezen, omdat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)werknemers mishandelde(
- n)en geweld gebruikte(n). Voorts acht de rechtbank de (dwang)middelen dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en afpersing bewezen, omdat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)dreigde(
- n)met onder meer uithuiszetting, inhouding van een deel van het salaris en ontslag. Verder acht de rechtbank het (dwang)middel fraude bewezen, omdat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)blanco kwitanties liet(
- en)ondertekenen en/of kwitanties valselijk opmaakte(n). Van de (dwang)middelen misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie is naar het oordeel van de rechtbank eveneens sprake. Voor het bewijs van ‘misbruik’ in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht is toereikend dat de dader zich bewust moet zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene waaruit het overwicht voortvloeit, dan wel verondersteld moet worden voort te vloeien, in die zin dat voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor gevallen waarin sprake is van een kwetsbare positie van het slachtoffer als bedoeld in die bepaling. De relevante feitelijke omstandigheden waar het in deze zaak om gaat zijn onder meer dat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)werkten met overeenkomsten in de Nederlandse taal, terwijl de werknemers deze taal niet (voldoende) machtig waren, dat er veel gewerkt werd met voorschotten op het salaris, dat er sprake was van inhoudingen op het salaris, onder meer bestaande uit opgelegde boetes, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels waren opgenomen, dat verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)geen loonafschriften verstrekt(en), dan wel slechts na uitdrukkelijk verzoek hiertoe, dat er geen toeslag voor nachtdienst werd uitbetaald en dat er bij ziekte geen ziektegeld werd uitbetaald. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de dwangmiddelen dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie wettig en overtuigend bewezen zijn. Uitbuitingssituatie Voor een bewezenverklaring van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de slachtoffers redelijkerwijs geen andere keus hadden dan in een positie te verkeren waarin zij uitgebuit zouden kunnen worden. De in dit verband verboden gedragingen beïnvloeden de wil waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. Verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)heeft/hebben de genoemde werknemers weliswaar niet rechtstreeks in hun fysieke vrijheid beperkt, maar verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)bracht(
- en)en hield(
- en)hen wel op andere wijze in zijn/hun macht. De rechtbank acht hierbij onder meer de volgende omstandigheden relevant. De werknemers waren niet alleen met betrekking tot hun werk van verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)afhankelijk, maar ook voor hun huisvesting en het vervoer naar hun werkplek, hetgeen verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)in staat stelde macht/invloed op deze werknemers uit te oefenen. Illustratief hiervoor acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 2] op dit punt, zoals deze onder het thema “Vervoer” is opgenomen in de hierna vermelde eindnoten. Deze machtspositie werd versterkt doordat de werknemers een overeenkomst hadden ondertekend die in de Nederlandse taal was opgesteld, een taal die ze niet (voldoende) machtig waren, als gevolg waarvan zij van hun precieze rechtspositie niet op de hoogte waren. Voorts zijn de mishandelingen, het geweld en de gedwongen seksuele contacten van belang voor de machtspositie van verdachte en/of haar medeverdachte(n). Een andere relevante omstandigheid betreft de administratieve chaos die verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)hebben gecreëerd, door te werken met voorschotten, verschillende inhoudingen op het salaris (om verschillende redenen en ten aanzien van verschillende posten), leningen, blanco en valselijk opgemaakte kwitanties en doordat er geen loonstrookjes werden verstrekt, dan wel slechts nadat hier uitdrukkelijk om verzocht was, waardoor de werknemers geen overzicht hadden in hun financiële situatie. Dit alles heeft bijgedragen aan de mate waarin de werknemers afhankelijk waren van verdachte en/of haar medeverdachte(n). Daarnaast dreigde(
- n)verdachte en/of haar medeverdachte(
- n)met onder meer uithuiszetting en ontslag indien de werknemers niet aan het werk zouden gaan of indien zij naar de politie zouden gaan voor het doen van aangifte of het afleggen van een verklaring. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of door afpersing en/of fraude en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, te dwingen en/of te bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling te hebben ondernomen waarvan zij en/of haar medeverdachte(
- n)wist(
- en)of redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat voornoemde perso(o)n(
- en)zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid. Relevant hierbij acht de rechtbank nog dat voor strafbaarheid ingevolge artikel 273f, lid 1, sub 4 van het Wetboek van Strafrecht niet is vereist dat de arbeid daadwerkelijk is verricht maar dat er sprake was van dwang of beïnvloeding waardoor het slachtoffer zich daartoe beschikbaar heeft gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de door eerder genoemde personen afgelegde en in de eindnoten opgenomen verklaringen, in hun onderlinge samenhang bezien, genoegzaam dat zij in vergaande mate afhankelijk waren van verdachte en haar medeverdachte(n). Immers voor het behoud van niet alleen hun werk – en daarmee: van hun levensonderhoud – maar ook van hun huisvesting waren zij, onder andere door het feit dat zij de Nederlandse taal niet machtig waren, aangewezen op verdachte en haar medeverdachte(n). Illustratief daarvoor acht de rechtbank de volgende verklaringen: Ordner 11 pagina 4.6.15 (verklaring [slachtoffer 5] ): “Mijn werk en woning hingen aan elkaar samen. Geen werk betekende ook dat ik geen woning had en andersom. Ik was gewoon afhankelijk van hem. Het voelde als een ketting waaraan ik vastzat aan [medeverdachte 1] en indirect aan zijn bedrijf [verdachte] . (…) Ik had in Nederland niemand waar ik op terug kon vallen.” Proces-verbaal van de rechter-commissaris van het verhoor van [slachtoffer 5] d.d. 16 november 2011 te 09.30 uur, pagina 6: “Je kon niet weg, je had geen geld, geen geld voor het overbruggen naar nieuw werk; en wilde je naar Polen terug, dan moet je toch ook geld voor de reis hebben.” Ordner 10, pagina 4.10.152 (verklaring [slachtoffer 2] ): Hij zei dat wanneer ik niet met hem neukte ik ook geen werk zou hebben. Verder zou ik dan ook geen salaris krijgen. Als hij mij niet naar het werk mocht brengen dan zou ik thuis zitten. Hij was de baas, hij had geld en kon alles doen. Hij zei tegen mij dat niemand mij zou geloven. Hij zei tegen mij dat hij iedereen kon omkopen. (..) Waarom ben je niet eerder nar de politie gegaan? (..) Ik was in een vreemd land. Ik ken de weg niet. Ik had niemand in mijn omgeving die mij een duwtje in de goede richting gaf. (..) Omdat [medeverdachte 1] mij voortdurend bedreigde en isoleerde werd dat steeds moeilijker. (..) Ordner 10 pagina 4.10.260-264 (verklaring [slachtoffer 3] ): Na drie weken ben ik vertrokken van mijn kamer. Dit was op 10 april 2010. Dit kon ik niet eerder doen omdat ik geen andere woonruimte kon vinden en anders op straat kwam te staan zodat ik ook niet meer kon werken. Ik was en voelde mij in deze drie weken geheel afhankelijk van [medeverdachte 1] . Hij was mijn werkgever en tevens mijn huurbaas. Conclusie mensenhandel Alles overziende kan ten aanzien van deze in de tenlastelegging (bij naam) genoemde personen gezegd worden dat zij, als gevolg van de zich ten aanzien van elk van hen bewezen verklaarde feitelijkheden, in ernstige mate beperkt werden in hun mogelijkheid om ten aanzien van het al dan niet verrichten van arbeid hun eigen – vrije – afweging te maken. Medeplegen Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bovengenoemde bewijsmiddelen dat tussen verdachte en haar medeverdachte(
- n)sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen is gebleken van al dan niet uitdrukkelijke afspraken tussen verdachte en zijn medeverdachte(
- n)over de verschillende noodzakelijke taken die de medeverdachten als bestuurders van [verdachte] moesten verrichten. Zo hield [medeverdachte 2] zich voornamelijk bezig hield met de administratie van [verdachte] en [medeverdachte 1] met de werkzaamheden in en om [bedrijf 1] B.V. Uit onder meer de tapgesprekken blijkt dat er (veelvuldig) sprake was van overleg tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hierover. De rechtbank neemt dan ook aan dat tussen de verdachte en haar medeverdachten sprake was van een bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering die erop gericht was een situatie te creëren waarin de betreffende werknemers niet (meer) in staat waren om hun eigen afweging te maken ten aanzien van het al dan niet verrichten van arbeid. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat sprake is van medeplegen van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4 van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 273f, lid 1, sub 1 en sub 6 van het Wetboek van Strafrecht De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van verdachte artikel 273f, lid 1, sub 1 en 6 van het Wetboek van Strafrecht niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Feit 3 het opzettelijk gebruik maken van (een) vals(
- e)geschrift(
- en)Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft gevorderd [verdachte] te veroordelen ter zake van het onder 3 ten laste gelegde gelet op de verklaringen van de werknemers genoemd in de tenlastelegging onder A tot en met P afgelegd bij de politie en rechter-commissaris en gelet op de bij die verklaringen gevoegde bijlagen, de processen-verbaal van doorzoeking van de [adres 2] te [plaats 1] en [adres 3] te [plaats 1] en de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] bij de politie dat hij handtekeningen van medewerkers heeft vervalst en medewerkers blanco kasbonnen heeft laten tekenen om de administratie van [verdachte] kloppend te maken. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat medeverdachte [medeverdachte 2] , één van de directeuren van [verdachte] , heeft bekend dat hij geschriften heeft vervalst maar dat hij dit slechts heeft gedaan om de boekhouding kloppend te maken. Tot benadeling van werknemers heeft dit niet geleid. Het oordeel van de rechtbank Ter beantwoording van de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] zich in de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging gebruik maken van valse of vervalste geschriften, overweegt de rechtbank als volgt. A. In de tenlastelegging onder A. staan de volgende op naam van [slachtoffer 1] gestelde geschriften vermeld: D-016-02, nr 8, D-016-02, nr 23, D-016-08, nr 18, D-016-03, nr 91, D-016-04, nr 68, D-016-05, nr 42 en D-016-06, nr 16. [slachtoffer 1] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Wij tonen je een 5tal kwitanties m.b.t. door jou ontvangen (of betaald geld). Deze zijn gecodeerd als D 016-02. Wat kan je daar over vertellen? Kwitantie, d.d. 01-10-2009, nr. 08, € 245,-: (..) Dit is mijn handtekening niet. (..) V: Heb je het bedrag € 245,- wat staat vermeldt op de kwitantie ontvangen? A: Nee (..) Kwitantie, d.d. 30-10-2010, nr. 23, € 330,-: (Dit is een correctie teveel betaald) V: Herken je de handtekening op de kwitantie? A: Nee V: Heb je deze handtekening gezet? A: Nee V: Heb je het bedrag € 330,- wat staat vermeldt op de kwitantie betaald? A: Nee. Ik heb nooit geld betaald aan [verdachte] . (..) Ik denk dat dit de handtekening van [medeverdachte 2] is. Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 91) over de periode 0211-2911
(2009)gecodeerd als d 016-03 (..) V: Herken je de handtekening op de kwitantie? A: Nee. Ik heb hem niet gezet. V: Heb je het bedrag € 77,92,- wat staat vermeldt op de loonafschrift en kwitantie terug betaald? A: Nee. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 68) over de periode 0709-0410
(2009)gecodeerd als D 016-04 (..) V: Herken je de handtekening op de kwitantie? A: Nee V: Heb je deze handtekening gezet? A: Nee V: Heb je het bedrag € 249,75 wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen? A: Nee nooit ontvangen. Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 42) over de periode 3011-0301 (2009/2010) gecodeerd als D 016-05 (…) V: Herken je de handtekening op de kwitantie? A: Nee. Ik heb hem niet gezet. V: Heb je het bedrag € 77,92,- wat staat vermeldt op de loonafschrift en kwitantie terug betaald? A; Nee. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 16) over de periode 0103-2803
(2010)gecodeerd als D 016-06 )(..) V: Herken je de handtekening op de kwitantie? A; Nee, absoluut niet. V: Heb je deze handtekening gezet? A: Nee V: Heb je het bedrag € 708,10 wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen? A: Nee nooit ontvangen. Ja, ik heb een lening van 2000 euro bij [verdachte] afgesloten. (…) V: Was de inhoud van de geldlening begrijpelijk voor jou? A: Nee, het was voor mij niet begrijpelijk. Ik begreep niet wat er stond. (…) Wij tonen jou een kwitantie m.b.t. door jou ontvangen (of betaald) geld, inzake: ‘wegens lening UWV geld ingehouden’. Deze kwitantie d.d. 12-04-2010, nr 18, bedrag € 224,59 is gecodeerd als D 016-
- (..) V: Herken je de handtekening op de kwitantie? A. Nee. Ik herken deze handtekening niet. V: Heb je deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heb je het bedrag € 224,59 wat staat vermeld op de kwitantie terug betaald? A: Nee. Ik heb nooit geld aan [verdachte] betaald. De rechtbank is van oordeel dat het in de tenlastelegging genoemde geschrift gecodeerd als D-016-06, nr. 16 ziet op het aan aangeefster [slachtoffer 1] voorgehouden geschrift gecodeerd als D-016-07, nr.18 nu de datum en het bedrag op beide geschriften met elkaar overeenkomen. B. In de tenlastelegging onder B. staan de volgende op naam van [slachtoffer 2] gestelde geschriften vermeld: D-017-04, D-017-03, D-017-01 en D-017-
- [slachtoffer 2] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: V: Wij tonen u een kwitantie gecodeerd D17-04 met datum 30-10-
- Wat kun je over de handtekening op deze kwitanties zeggen? A: Dat is mijn handtekening niet. Ik herken het handschrift van [medeverdachte 2] , maar dit is overduidelijk mijn handtekening niet. V: Wat kunt u over het bedrag van 350 euro vermeld op de kwitantie zeggen? A: Ik heb zo’n bedrag van 350 euro zeker nooit contant ontvangen. Als ik naar de datum kijk dan weet ik dat ik in die periode op vakantie ben geweest en nooit zoveel gewerkt kan hebben dat ik 350 euro contant zou ontvangen. (..) Zoals ik al eerder verklaard heb ik ook nooit meer dan 50 euro contant geld ontvangen.(…) V: Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 35) over de periode 3011-0512
(2009)gecodeerd als D-17-01 (..) A: Ik zie dat deze kwitantie de datum 14 januari 2010 heeft. Dit kan niet want toen was ik op vakantie in Polen. (..) V: Wat kunt u zeggen over de handtekening vermeld op deze kwitantie? A: Deze handtekening is mogelijk van mij. De datum van 14-01-2010 vermeld op deze kwitantie kan echter niet kloppen, want toen heb ik geen geld ontvangen want ik was in Polen. Het zou kunnen dat dit een van de kwitanties is die ik eerder blanco heb ondertekend. V: Heeft u het uit te betalen bedrag van 526,38 euro wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen? A: Ik heb dergelijke niet afgeronde bedragen nooit ontvangen. Ik heb alleen afgeronde bedragen ontvangen. (..) Het bedrag van 526,38 zoals specifiek op deze kwitantie staat heb ik nooit ontvangen, ook niet op de vermelde datum. De aangehechte salarisstrook bij deze kwitantie heb ik nooit ontvangen. (..) Het specifieke bedrag vermeld op de salarisstrook heb ik niet ontvangen. Ik heb tijdens mijn eindafrekening een groter afgerond bedrag ontvangen en geen bedrag op euro’s en centen nauwkeurig. V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is? A: Ik denk [medeverdachte 2] omdat ik zijn handschrift herken. V: Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr.33) over de periode 0211-29-11
(2009)gecodeerd D17-02 (..) A: De kwitantie heeft de datum van 11 december 2009, toen werkte ik al niet meer voor [verdachte] . De handtekening op de kwitantie klopt wel (..) V: Heeft u het uit te betalen bedrag van 446,02 euro wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen? A: Ik herken het bedrag niet, ik heb dit bedrag van 446,02 euro nooit zo ontvangen. (..) V: Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 62) over de periode 0709-0410
(2009)gecodeerd als D-17-
- (..) Ik zie dat op de kwitantie de datum 30-10-2009 staat. U heeft mij eerder een kwitantie laten zien van betaald voorschot eveneens op deze datum. Deze kwitantie is gecodeerd D-17-
- Hierop staat het bedrag van 350 euro vermeld. Ik heb nooit op 1 dag een dergelijke hoeveelheid geld ontvangen! Ik heb meerdere kwitanties met bedragen van 50 euro getekend, waar zijn deze kwitanties gebleven? V: Wat kunt u zeggen over de handtekening vermeld op deze kwitantie? A: Dat is niet mijn handtekening! V: Heeft u het uit te betalen bedrag van 424,50 euro wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen? A: Het bedrag van 424,50 euro heb ik niet ontvangen. Zoveel geld heb ik nooit bij elkaar gezien toen ik voor [verdachte] werkte en mijn handtekening klopt niet. Daarom weet ik dit. Bovendien heb ik nooit afgeronde bedragen ontvangen. V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is? A: Ik denk [medeverdachte 2] omdat ik zijn handschrift herken. (..) C. In de tenlastelegging onder C. staat D-023-06, nr.6 als een op naam van [slachtoffer 3] gesteld loonafschrift met kwitantie vermeld. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van deze geschriften, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op die geschriften vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op die geschriften vermelde datum die niet naar waarheid is. [slachtoffer 3] heeft namelijk ten aanzien van voormelde kwitantie onder meer verklaard dat de handtekening van haar afkomstig is, terwijl niet is gebleken van een onjuiste datum. De rechtbank zal [verdachte] op dit punt vrijspreken. D. In de tenlastelegging onder D. staan de volgende op naam van [naam 1] gestelde geschriften vermeld: D-020-02 en D-020-
- [naam 1] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Wij tonen u een 2 tal kwitanties m.b.t. door u ontvangen geld. Deze zijn gecodeerd als D 020-
- (..) V: herkent u de handtekening op de kwitantie? A: Dat is niet mijn handtekening. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag € 1.000,00 wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen? A: Nee dat klopt niet. V: weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is? A: Nee dat moeten mensen op kantoor zijn. Ik weet niet wie. Ik heb deze nooit gezien. Dat is mijn handtekening niet eens. (..) V: Gisteren verklaarde u dat u een lening heeft lopen bij [verdachte] . U verklaarde dat dit totaal 7000,= euro betrof. Wij tonen u een document met titel ‘Contant Geldlening’, gecodeerd als D-020-
- Dit betreft een geldlening verstrekt door [medeverdachte 2] aan dhr. [naam 1] , d.d. 20 mei 2009 met een bedrag van € 8.500,-. V: Herkent u deze overeenkomst inzake geldlening? A: Ik kan mij dit niet herinneren. Maar dit is ook mijn handtekening niet. Maar ik heb wel 7000 euro gekregen. Niet de 8500 euro die hierop staat. V: Is de handtekening die onder uw naam staat van u en door u gezet? A: Nee die heb ik niet gezet. (..) Ik heb wel 7000 euro geleend. Misschien heb ik ooit eerder 1000 geleend. Dat kunnen ze hebben opgeteld. Ik heb toen op kantoor die 7000 euro ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat het in de tenlastelegging genoemde geschrift gecodeerd als D-020-04 ziet op het aan aangever [naam 1] voorgehouden geschrift gecodeerd als D-020-03 nu de omschrijving van het geschrift, de datum en het geleende bedrag op beide geschriften met elkaar overeenkomen. E. In de tenlastelegging onder E. staan de volgende op naam van [slachtoffer 5] gestelde geschriften vermeld: D-004-02, nrs. 11, 36 en
- [slachtoffer 5] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: De bonnen met nummer 11,36 en 53 zijn voorzien van een handtekening. Deze handtekening is niet van mij afkomstig, terwijl de bonnen wel op mijn naam staan. De bedragen die op de bonnen staan vermeld heb ik nooit contant ontvangen. F. In de tenlastelegging onder F. staan de volgende op naam van [slachtoffer 6] gestelde geschriften vermeld: D-005-01, nrs. 82, 41, 47, 19, 2, 75 en 100, D-005-02 nrs. 15, 82, 030, 100, 60, 23 en
- [slachtoffer 6] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: V: Wij tonen u 11 kwitanties m.b.t. door u ontvangen geld betreffende de periode januari 2009 tot en met april
- Deze zijn gecodeerd als D-005-
- (..) V: Herkent u de handtekeningen op de kwitanties? A; Ja de meesten zijn van mij. (..) V: De overige kwitanties met de datums: bonnummer 82 en datum 23-1-2009, bonnummer 41 met datum 16-01-2009, bonnummer 47 met datum 08-08-2009, bonnummer 19 met datum 13-08-2009, bonnummer 2 met datum 12-11-2009, bonnummer 75 met datum 10-07-
- A: Hierop herken ik niet mijn handtekening. Dit zijn niet mijn handtekeningen! Dit kan toch niet! V: We zien hier een kwitantie met bonnummer 100 van de datum 26-11-2009 waarop staat vermeld dat jij 80,84 euro moest terugbetalen in verband met te veel in rekening gebracht AGIS premie. Herken jij deze? A: Nee. Soms gebeurde het dat ik een voorschot ontving waarvan ik ook weer 50 of 75 euro moest teruggeven. Hiervoor hoefde ik niet te tekenen. V: Weet u wie op deze kwitanties de handtekening heeft gezet? A: Ik denk van [medeverdachte 2] , maar dat weet ik niet zeker. (..) V: Wij tonen u 8 salarisstrookjes met aangehechte kwitanties over de periode januari 2009 tot en met juni 2010, gecodeerd als D-005-
- (..) A: Dit is niet mijn handtekening op salarisstrook met kwitantie 15 d.d. 05-07-
- (…) De kwitantie met bonnummer 82 d.d. 18-02-2010 dit is niet mijn handtekening. Wat daarop staat klopt niet. De salarisstrook met kwitantie d.d. 07-07-2010 (bonnummer 030) heb ik niet getekend en dit geld heb ik ook niet ontvangen. De salarisstrook met kwitantie d.d. 28-08-2009 (bonnummer 100) heb ik niet getekend en er staat op vermeld dat ik geld moet betalen. Dit heb ik nooit betaald. De salarisstrook met kwitantie d.d. 26-08-2009 (bonnummer 60) heb ik niet getekend en dit geld heb ik ook nooit ontvangen. De salarisstrook met kwitantie d.d. 28-07-2009 (bonnummer 23) dit is niet mijn handtekening en dit geld heb ik ook niet betaald. (…) De salarisstrook met kwitantie d.d. 06-02-2009 (bonnummer 85) is niet mijn handtekening en het bedrag heb ik ook nooit ontvangen. (…) G. In de tenlastelegging onder G. staan de volgende op naam van [slachtoffer 7] gestelde geschriften vermeld: D-007-02 en D-007-
- [slachtoffer 7] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Wij tonen jou nog een salarisafschrift van de periode 02 2009 t.n.v. mw [slachtoffer 7] . Ook hieraan is een aangehechte kasbon voorzien van het cijfer 02 dd 06.03.
- Op beide formulieren staat een bedrag van 740,25 euro. V: Ken jij deze getoonde formulieren? A: Nee. Ik zie dat hier een handtekening op staat. Die is zeker niet van mij. (…) Het bedrag komt mij ook niet bekend voor. (..) Wij tonen jou nu een uitzendovereenkomst t.n.v. [slachtoffer 7] . (..) A: Een soortgelijk contract heb ik ondertekend, alleen het vermelde netto uurloon was toen 6 euro. Op dit formulier staat 7 euro vermeld. V: Is de op dit formulier vermelde handtekening van jou? A; Nee, zeker niet. Dat is niet mijn handtekening. (...) H. In de tenlastelegging onder H. staan D-024-01 en D-024-02 als op naam van [naam 2] gestelde geschriften vermeld. De rechtbank zal verdachte op dit punt vrijspreken aangezien de geschriften op naam staan van [bedrijf 2] en niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte en/of medeverdachten deze geschriften valselijk heeft/hebben opgemaakt. I. In de tenlastelegging onder I. staat het volgende op naam van [slachtoffer 8] gestelde geschrift vermeld: D-003-
- [slachtoffer 8] heeft over dit geschrift bij de politie onder meer het volgende verklaard: V: Wat kan je over kwitantie met nummer 21 zeggen? A: Dit is niet mijn handtekening. Hier staat [slachtoffer 8 met spelfout] . Ik heet [slachtoffer 8] . Dit weet ik 100% zeker. J. In de tenlastelegging onder J. staan de volgende op naam van [naam 3] gestelde geschriften vermeld: D-008-01 nrs. 19, 91, 15 en 3, D-008-02 nr. 13, D-008-03 nr. 53, D-008-04 nr. 63, D-008-05 nr. 97, D-008-06 nr. 66, D-008-07 nr. 36 en D-008-08 nr.
- [naam 3] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Wij tonen u een 13 tal kwitanties m.b.t. door u ontvangen geld. Deze zijn gecodeerd als D 008-01 (..) Kwitantie d.d. 20-02-2009, nr. 19, €295,-. (..) Ik herken dit briefje. Dit is niet mijn handtekening. Dit bedrag heb ik ook nog nooit gekregen. (..) Kwitantie d.d. 21-03-2009, nr 91, € 520,-: (..) Dit is niet mijn handtekening. Voor 100% zeker is dat niet mijn handtekening. Ik heb dat bedrag nog nooit gekregen. Ik zie dat mijn voornaam erop staat. Ik teken nooit met mijn voornaam. Ik teken altijd met mijn achternaam. Kwitantie d.d. 13-11-2009, nr 15, € 290,-: (…) Dat is ook niet mijn handtekening. Dat bedrag heb ik ook nog nooit ontvangen. (..) Kwitantie d.d. 09-09-2010, nr 3, € 200,-: (..) Ik heb niet gevraagd om zoveel geld. Ik heb dat ook nog nooit ontvangen. Dit is ook niet mijn handtekening. (..) V: Heb je wel eens een blanco kwitantie ondertekend? A: Jawel dat heb ik wel eens een paar keer gedaan. Er stond niets op het briefje. [medeverdachte 2] liet me dat zien en ik moest dat papiertje dan ondertekenen. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 13) over de periode 2912-2501
(2009)gecodeerd als D 008-02. (..) V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee dit is niet mijn handtekening. (..) Ik heb dat geld nog nooit ontvangen contant. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 63) over de periode 2302-2203
(2009)gecodeerd als D 008-04, (..) Dit is niet mijn handtekening. (..) V: Heeft u het uit te betalen bedrag wat staat vermeld op de loonafschrift en kwitantie ontvangen? A: Nee. Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 97) over de periode 1307-0908
(2009)gecodeerd als D 008-
- (..) Dit is niet mijn handtekening. V: Heeft u het uit te betalen bedrag wat staat vermeld op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen? A: Nee. Ik heb alleen voorschotten gehad van €50 of €
- Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 66) over de periode 1008-0609
(2009)gecodeerd als D 008-06. (…) Dit is helemaal niet mijn handtekening. (..) Ik heb nog nooit zo’n bedrag contant gehad. Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 36) over de periode 0510-0111
(2009)gecodeerd als D 008-07 (..) Dit is mijn handtekening niet. (..) Dit bedrag heb ik nooit gekregen. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 24) over de periode 0102-2802
(2010)gecodeerd als D 008-
- (..) Dat is mijn handtekening niet. V: Heeft u deze handtekening gezet. A: Nee. (..) dat bedrag heb ik ook nog nooit contant gekregen. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van het geschrift D-008-03 nr. 53, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op dat geschrift vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op dat geschrift vermelde datum die niet naar waarheid is. [naam 3] heeft namelijk met betrekking tot dat geschrift onder meer verklaard, dat de handtekening mogelijk van hem is, terwijl niet is gebleken dat de vermelde datum niet naar waarheid is. De rechtbank zal [verdachte] op dit punt vrijspreken. K. In de tenlastelegging onder K. staan de volgende op naam van [naam 4] gestelde geschriften vermeld: D-012-01 nr. 20, D-012-04 nrs. 25, 17, 80, D-012-05 nr. 63, D-012-06 nr. 61, D-012-07 nr. 60, D-012-08 nr. 73 en D-012-10 nr.
- [naam 4] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Kwitantie, d.d. 14-12-2010 nr. 20, € 58,00.Herkent u de handtekening op de kwitantie?Ja, dit is mijn handtekening. Ik begrijp niet hoe het kan. De datum kan helemaal niet want het is niet eens 14-12-
- (…)Wij tonen een loonafschrift met 7 kwitanties over de periode 1307-0908
(2009)gecodeerd als D-012-
- (..) Kwitantie, d.d. 20-07-2009, nr. 25, € 100,
- Herkent u de handtekening op de kwitantie? Nee, deze is zeker niet van mij. Ik heb nooit bedrag van 100 euro betaald. (..) Kwitantie, d.d. 07-08-2009, nr. 17, € 378,
- (..) Nee, dit is geen handtekening van mij. (..) Het bedrag heb ik nooit ontvangen. (..) Kwitantie, d.d. 29-08-2009, nr. 80, € 23,
- (..) Nee, dit is niet mijn handtekening. (..) Ik heb deze niet gezet. (..) Ik heb nooit 23,32 euro betaald aan [verdachte] . Ik heb nooit contact betaald aan [verdachte] . Het loonafschrift heb ik nooit gezien en ontvangen. (..) Wij tonen een loonafschrift met 3 kwitanties over de periode 10008-0609
(2009)gecodeerd als D 012-
- (..) Kwitantie d.d. 26-09-2009, nr. 63, € 250,
- (..) Nee, dit is niet mijn handtekening. (..) Nee, ik heb nooit 250 euro contant gehad. (…) Wij tonen een loonafschrift met 5 kwitanties over de periode 0510-0111
(2009)gecodeerd als D 012-
- (..) Kwitantie d.d. 30-10-2009, nr. 60, € 320,
- (..) Nee, niet mijn handtekening. (…) Nee, niet contant ontvangen. Wij tonen een loonafschrift met 4 kwitanties over de periode 02-11-2911 (20090 gecodeerd als D 012-
- (..) Kwitantie d.d. 30-12-2009, nr. 73, € 355,73 (..) Dat is niet mijn handtekening. (…) Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen? Nee, nooit ontvangen. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie d.d. 12-02-2010, nr. 56, € 225,40 over de periode 0401-3101
(2009)gecodeerd als D-012-
- V: wat kunt u hierover vertellen, herkent u de handtekening op de kwitantie? Deze is zeker niet van mij. (..) Nee, dit heb ik nooit contant ontvangen. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van het geschrift D-012-06 nr. 61, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op dat geschrift vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op dat geschrift vermelde datum die niet naar waarheid is. De rechtbank acht de verklaring van [naam 4] over de herkenning van de handtekening op dat geschrift onvoldoende om te kunnen concluderen dat het zijn handtekening daadwerkelijk niet is, terwijl ook niet is gebleken dat de vermelde datum op het geschrift niet naar waarheid is. De rechtbank zal [verdachte] op dit punt vrijspreken. L. In de tenlastelegging onder L. staan de volgende op naam van [naam 5] gestelde geschriften vermeld: D-015-02 nrs. 28, 15, 32, D-015-03, D-015-05 en D-015-
- [naam 5] heeft hierover bij de politie onder meer het volgende verklaard: Wij tonen u een 5 tal kwitanties m.b.t. door u ontvangen (of betaald) geld. Deze zijn gecodeerd als D 011-
- (..) Kwitantie d.d. 01-03-2010, nr. 28, € 50,70: (..) Nee, dit is niet mijn handtekening. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie betaald? A: Dit zegt mij helemaal niets. Normaal wordt de prijs van het vlees ingehouden op het loon. Kwitantie d.d. 03-08-2010, nr. 15, € 150,-: (…) Dit is mijn handtekening niet. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen? A: Nee. Kwitantie d.d. 16-09-2010, nr. 32, € 100,-: (..) Dit is mijn handtekening niet. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen? A: Nee. (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 34) over de periode 2601-2202
(2009)gecodeerd als D 011-
- (..) Dit is mijn handtekening niet. Ik schrijf nooit zo Adem. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag € 1304,- wat staat vermeld op de loonafschrift en kwitantie ontvangen? A: Ik heb dit nooit ontvangen. Ik heb nooit zoveel geld contant ontvangen. Ik ontving altijd hele bedragen zoals €100 of €
- (..) Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 13) over de periode 2106-1807
(2010)gecodeerd als D 011-05. (..) Dit is mijn handtekening niet. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag € 905,40 wat staat vermeld op de loonafschrift ontvangen? A: Dit bedrag heb ik nooit ontvangen. Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 12) over de periode 1608-1209
(2010)gecodeerd aks D 011-
- (..) Dit is mijn handtekening niet. V: Heeft u deze handtekening gezet? A: Nee. V: Heeft u het bedrag € 1913,85 wat staat vermeld op de loonafschrift en kwitantie ontvangen? A: Dit geld heb ik nooit ontvangen. Zeker niet contant. De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging genoemde geschriften gecodeerd als de serie D-015, zien op de aan aangever [naam 5] voorgehouden geschriften gecodeerd als de serie D-011, nu in het dossier staat vermeld dat de geschriften D-011 zijn (her)gecodeerd als D-
- M. In de tenlastelegging onder M. staan de volgende op naam van [naam 6] gestelde geschriften vermeld: D-018-02 nrs. 45, 50, 30, 13, 62, 43, 22, 36, 55, 91, 92, 39, 35, 17 en 32, D-018-04, D-018-05, D-018-06, D-018-07, D-018-08, D-018-09, D-018-10, D-018-11, D-018-12, D-018-13 en D-018-
- [naam 6] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Wij tonen u 16 kwitanties m.b.t. door u ontvangen (of betaald) geld. Deze zijn gecodeerd als D 018-
- Kwitantie Is dit uw handtekening? Heeft u dit bedrag ontvangen? (..) 14-03-2009, nr. 45, € 50,- Nee Nee 10-04-2009, nr. 50, € 200,- Nee Nee 27-05-2009, nr. 30, € 380,- Nee Nee 05-06-2009, nr. 13, € 170,- Nee Nee 12-06-2009, nr. 62, € 175,- Nee Nee 13-08-2009, nr. 43, € 160,- Nee Nee 20-08-2009, nr. 22, € 210,- Nee Nee 26-09-2009, nr. 36, € 497,69 Nee Nee 10-10-2009, nr. 55, € 55,01 Nee Nee 04-11-2009, nr. 91, € 430,- Nee Nee 04-11-2009, nr. 92, -€ 112,01 Nee Nee 09-12-2009, nr. 39, € 50,- Nee Nee 18-03-2010, nr. 35, € 200,- Nee Nee 07-07-2010, br. 17, € 100,- Nee Nee 01-09-2010, nr. 32, € 100,- Nee Nee (..) Wanneer ik geld kreeg moest ik altijd een handtekening zetten. De bedragen op de kwitanties kloppen niet, want ik kreeg ronde bedragen. Daar waar ronde bedragen staan, klopt mijn handtekening niet. Ik heb nooit blanco kwitanties ondertekend. D nummer Omschrijving Is dit uw handtekening? Heeft u dit bedrag ontvangen (of betaald)? D-018-04 06-02-2009, nr. 05, € 727,49 Nee Nee D-018-05 03-04-2009, nr. 13, € 180,41 Nee Nee D-018-06 28-05-2009, nr. 25, € 331,37 Nee Nee D-018-07 29-06-2009, nr. 82, € 739,84 Nee Nee D-018-08 29-08-2009, nr. 66, -€ 0,50 Nee Nee D-018-09 04-11-2009, nr. 90, -€ 17,99 Nee Nee D-018-10 26-11-2009, nr. 94, -€ 347,69 Nee Nee D-018-11 07-05-2010, nr. 20, -€ 26,08 Nee Nee D-018-12 06-06-2010, nr. 19, - € 113,99 Nee Nee D-018-13 07-07-2010, nr. 21, € 252,66 Nee Nee D-018-14 07-07-2010, nr. 22, € 74,66 Nee Nee (..) D-018-08 lijkt op de handtekening van [medeverdachte 2] . Ik moet er om lachen dat ik Euro 0,50 zou hebben betaald. Ik zie dat er bedragen staan waarvoor ik betaald zou moeten hebben aan [verdachte] , maar ik heb nooit geld aan [verdachte] betaald. N. In de tenlastelegging onder N. staan de volgende op naam van [medeverdachte 3] gestelde geschriften vermeld: D-014-01 en D-014-
- [medeverdachte 3] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Verbalisanten tonen verdachte een loonafschrift (1405-1705) 2009 met een kwitantie nr.
- gecodeerd als D-014-
- (..) Ik zie dat de handtekening op de kwitantie niet van mij is, terwijl het wel een kwitantie is die op mijn naam staat. Ik weet dat het bedrag van € 33,55 wat er staat vermeld, wel heb ontvangen. (..) Verbalisanten tonen verdachte een document met daarop vermeld Geldlening. Dit is gecodeerd als D-014-
- (…) Ik herken dit document niet. (..) Ik wist niet dat ik nu nog een geldlening heb aan [verdachte] . De handtekening die onder het document staat bij mijn naam is niet van mij en ook niet door mij gezet. Ik heb dit document nooit gezien. O. In de tenlastelegging onder O. staan de volgende op naam van [naam 7] gestelde geschriften vermeld: D-010-02, nr. 65, D-010-03, D-010-04, D-010-05, D-010-06, D-010-07, D-010-08 en D-010-
- [naam 7] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard: Mijn loon ontving ik via de bank. Ik heb weleens om een voorschot gevraagd en die ontving ik dan contant. Dit was nooit meer dan € 50,- of € 100,-. Hiervoor moest ik een kaartje (kwitantie) tekenen. Deze ‘kaartjes’ die moest ik tekenen van [medeverdachte 2] waren altijd blanco. Hier stond dan geen bedrag op. [medeverdachte 2] vertelde mij dat hij later wel het bedrag zou invullen. Ik heb het bedrag dat ik heb ontvangen zelf ingevuld op het kaartje. [medeverdachte 2] verscheurde dan het kaartje en ik moest dan wederom van [medeverdachte 2] een blanco kaartje ondertekenen. (..) Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 65) d.d. 06-02-2009 over de periode 2912-2501
(2008)door ons gecodeerd D-10-02. (..) Het is mijn handtekening niet. Ik heb nooit op het adres gewoond die staat vermeld op het loonafschrift. (..) V: Herkent u de handtekening op de kwitantie? A: Dit is mijn handtekening niet. (..) V: Heeft u de handtekening op de kwitantie gezet? A: Nee. Ik heb dit bedrag ook nooit ontvangen. V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is? A: Waarschijnlijk [medeverdachte 2] of [medeverdachte 4] . Ik heb weleens gezien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] van die kaartjes aan het invullen waren. Dit waren dan niet mijn kaartjes. (..) Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 10) d.d. 06-03-2009 over periode 2601-2202
(2009)door ons gecodeerd D-10-03. (..) Het adres klopt niet. (..) Dit is mijn handtekening niet. V: Heeft u de handtekening op de kwitantie gezet? A: Nee. Ook dit bedrag heb ik nooit ontvangen. V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is? A: Ik denk [medeverdachte 2] of [medeverdachte 4] . Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 65) d.d. 18-09-2009 over de periode 1008-0609
(2009)door ons gecodeerd D 010-04.(..) Ik heb nooit reiskosten ontvangen. (..) Ik moet lachen om die handtekening, deze is niet van mij. V: Heeft u de handtekening op de kwitantie gezet? A: Nee. Ik heb nooit geld terugbetaald. Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 79) d.d. 29-08-2009 over periode 1307-0908
(2009)door ons gecodeerd D-010-05. (..) Ik heb nooit geld terugbetaald aan [verdachte] . (..) Deze handtekening is niet van mij. V: Heeft u deze kwitantie ondertekend en het bedrag van € 212,50 terugbetaald? A: Nee, dat heb ik niet. Wij tonen u een kwitantie (nr. 56) d.d. 31-12-2009, door ons gecodeerd D-010-06, van een contante voorschotbetaling aan u met betrekking tot uw salaris over de periode 13-2009. Op de achterzijde is in het rood gestempeld ‘Betaald’ te lezen. Op de voorzijde kan worden gelezen, dat u € 200 hebt ontvangen.(..) De handtekening lijkt op die van mij, maar het is niet mijn handtekening. (..) Ja, het bedrag heb ik wel ontvangen. V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is? A: Dit geld heb ik van [medeverdachte 1] ontvangen. Ik ontving het geld meestal van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] maakte de kaartjes. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van de geschriften D-010-07, D-010-08 en D-010-09, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op die geschriften vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op die geschriften vermelde datum die niet naar waarheid is. D-010-07 en D-010-08 betreffen salarisspecificaties die niet zijn ondertekend en waarvan niet is gebleken dat de daarop vermelde datum niet naar waarheid is. D-010-09 betreft een leenovereenkomst waarvan Heckzo heeft verklaard deze te hebben ondertekend. Niet is gebleken dat de vermelde datum op het geschrift niet naar waarheid is. De rechtbank zal [verdachte] op deze punten vrijspreken. P. In de tenlastelegging onder P. staan de volgende op naam van [naam 8] gestelde geschriften vermeld: D-006-06 en D-006-05. [naam 8] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard: U laat mij een aantal kwitanties zien. De kwitantie met nummer D-006-06 is zeker niet mijn handtekening. Het voorschot wat daarop staat vermeld van 430 euro heb ik nooit gekregen. (..) De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van het geschrift D-006-05, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op dat geschrift vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op dat geschrift vermelde datum die niet naar waarheid is. De rechtbank acht de verklaring van [naam 8] over de handtekening op dat geschrift onvoldoende om te kunnen concluderen het zijn handtekening daadwerkelijk niet is, terwijl ook niet is gebleken dat de vermelde datum op het geschrift niet naar waarheid is. De rechtbank zal [verdachte] op dit punt vrijspreken. De rechtbank concludeert op grond van voorgaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien dat de in de tenlastelegging genoemde geschriften, met uitzondering van de geschriften die zijn genoemd onder letter C, H, J, K, O en P en waarvan zoals hiervoor weergegeven vrijspraak volgt, valselijk zijn opgemaakt. Nadere bewijsoverwegingen over het opzettelijk gebruik maken van (een) vals(
- e)geschrift(
- en)Aan [verdachte] is ten laste gelegd (louter) het opzettelijk gebruik maken van eerder vermelde valse geschriften door deze op te nemen in haar kasadministratie. [medeverdachte 2] , één van de bestuurders van [verdachte] , heeft bij de politie - samengevat - verklaard, dat hij verantwoordelijk was voor de boekhouding van [verdachte] en dat hij een aantal kwitanties en een aantal overeenkomsten heeft voorzien van een valse handtekening. Het opmaken van die valse kwitanties en overeenkomsten is opzettelijk gedaan en ten behoeve/uit hoofde van [verdachte] en de valse documenten zijn opgenomen in de administratie van [verdachte] . Naar het oordeel van de rechtbank zijn ook de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , werknemers/kantoormedewerkers van [verdachte] , betrokken geweest bij de gepleegde valsheid in geschrift. De rechtbank overweegt in dat verband het volgende. [medeverdachte 2] heeft – samengevat – verklaard dat hij [medeverdachte 3] ook wel opdracht gaf om werknemers uit te betalen en bonnetjes op te maken, dat hij het handschrift van [medeverdachte 3] op de kasbon van 15-01-2010 (D-008-01) herkent, dat hij aan de hand van de overzichten gecodeerd D27-01 bonnen heeft klaargemaakt en uit de administratie bonnen heeft weggehaald en toegevoegd om de administratie kloppend te maken en dat (onder meer ook) [medeverdachte 3] aan die overzichten heeft gewerkt.Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft verklaard dat ook hij en [medeverdachte 3] voorschotbonnen heeft opgemaakt.(..) In het overzicht gecodeerd D27-01 zijn voorschotbetalingen per kas (kolom 2), voorschotbetalingen per bank (kolom 3), salarisbetalingen per bank (kolom 4) en salarisbetalingen per kas (kolom 5) aan werknemers vermeld, waarbij vervolgens in de laatste kolom opmerkingen zijn geplaatst. De rechtbank heeft geconstateerd dat er in die laatste kolom (in rood) opmerkingen zijn geplaatst als “1043,25 loon via kas vverwijderen nieuwe bon manken € 603”, “250€ bon toevoegen”, “30€voorschot bon toevoegen”, “131,26 te veel ontvangen loon bon toevoegen”, “€260 voorschot bon toevoegen”, ” €alaris bon aanpassen 304 salalris 554 verwijderen”, “200 voorschot bon toevoegen”, (..) “€50 bon weghalen kas”, (..) “260 voorschot bon weghalen uit kas” (..) , “€ 130 bon uit kas weghalen” etc. De rechtbank heeft verder geconstateerd dat er sprake is van meerdere van dergelijke overzichten waarop voorschot- en salarisbetalingen aan werknemers per kas en bank zijn vermeld, zoals onder meer het overzicht D-009-01 t/m D-009-012, waarover [betrokkene 2] , kantoormedewerker van [verdachte] , heeft verklaard. Bij de politie verklaarde [betrokkene 2] onder meer - samengevat - dat hij voormelde overzichten maakte en dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] daar ook aan mee werkten, dat soms de voorschotten niet klopten en dat het aan de leidinggevenden, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] of [medeverdachte 4] was daar iets mee te doen. Voorts heeft hij verklaard dat hij wel eens heeft gezien dat zijn leidinggevenden een kasbon ondertekenden. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] deden dat allemaal. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, dat ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] een wezenlijke rol hebben vervuld in de uitvoering van het valselijk opmaken van de kasbonnen en het gebruik maken van de valse kasbonnen in de administratie van [verdachte] . Zij hadden feitelijk beschouwd een leidinggevende functie ten aanzien van de administratieve werkzaamheden op het kantoor van [verdachte] en werkten nauw samen met medeverdachte [medeverdachte 2] . Deze samenwerking bestond erin dat zij overzichten maakten of lieten maken, waarin onder meer inzichtelijk werd gemaakt wanneer er iets niet klopte, zoals bijvoorbeeld bij eerder vermeld overzicht gecodeerd D27-01. Weliswaar betreft het overzicht gecodeerd D27-01 betalingen aan werknemers over een periode van vóór de tijd dat [medeverdachte 3] werkzaam was als administratief medewerker bij [verdachte] . Echter, de rechtbank begrijpt uit de verklaringen van onder meer [medeverdachte 2] en [betrokkene 2] dat [medeverdachte 3] ook betrokken is geweest bij het opstellen danwel verwerken van dergelijke overzichten met betrekking tot latere perioden. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] stelden deze gegevens ter beschikking aan medeverdachte [medeverdachte 2] die naar aanleiding daarvan, aldus de verklaring van [medeverdachte 2] , valse kasbonnen en loonafschriften opmaakte. Voorts blijkt uit de verklaring van [betrokkene 2] , dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ook zelf contante kasbetalingen deden en kasbonnen hebben ondertekend in plaats van een werknemer. De rechtbank acht verder redengevend dat (in totaal) sprake is (geweest) van een groot aantal valselijk opgemaakte kasbonnen, die [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] - gelet ook op hun functie en rol binnen [verdachte] - (deels) in de administratie van [verdachte] moeten hebben verwerkt en dat sprake is van een praktijk die gedurende een langere periode heeft bestaan. De Hoge Raad heeft bij arrest van 29 mei 1984 (NJ 1985, 6) aanvaard dat een bedrijfsadministratie in haar geheel wordt aangemerkt als een samenstel van geschriften bestemd om tot het bewijs van het daarin vermelde te dienen. Het opnemen van valse stukken kan naar het oordeel van de rechtbank - gelet op de omvang daarvan - in dit geval ook (mede) onder het valselijk opmaken van een geschrift, als bedoeld in het eerste lid van artikel 225 Wetboek van Strafrecht worden aangemerkt. Strafbaarheid [verdachte] Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van het medeplegen van valsheid in geschrift door [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de uitoefening van hun werkzaamheden voor [verdachte] . Ook kan gelet op voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend worden bewezen dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van (een) vals(
- e)geschrift(en). Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gedragingen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in dit verband ook worden toegerekend aan [verdachte] . De gedragingen zijn verricht in de activiteitensfeer van [verdachte] en het opzet van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] is naar het oordeel van de rechtbank, gelet ook op hun leidinggevende positie binnen [verdachte] – en in het geval van [medeverdachte 2] zijn rol als directeur –, de hoeveelheid valselijk opgemaakte geschriften en het gebruik daarvan in de boekhouding van [verdachte] , toe te rekenen aan [verdachte] . Echter, uit hetgeen onder strafbaarheid van het feit zal worden overwogen zal blijken dat het enkele gebruik maken van valse geschriften, zoals in het onderhavige geval ten laste is gelegd, niet strafbaar is. De onder 3 omschreven gedraging kan niettemin wettig en overtuigend worden bewezen. Feit 4 gewoontewitwassen Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 4 primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd datde administratie van [verdachte] achteraf kloppend is gemaakt door middel van het opmaken van valse kasbonnen. In het proces-verbaal bevindingen berekening wederrechtelijk verkregen voordeel is van het vermoeden uitgegaan dat diverse mutaties in de kasadministratie zijn opgenomen met als doel de contante geldopnamen door de bestuurders van [verdachte] te camoufleren. Er is in 2009 en 2010 in totaal sprake geweest van contante uitgaven van [verdachte] van een bedrag van € 787.718,00. Dit is een ongekend hoog bedrag en een onverklaarbaar hoog bedrag. Van de totale contante opnamen van [verdachte] in 2009 en 2010 van € 787.718 zijn de contante uitgaven over die periode afgetrokken. Het loon van personen die op de loonlijst staan van [verdachte] is daar bij opgeteld, omdat de medewerkers deelnemers zijn van een criminele organisatie, namelijk [verdachte] . Uiteindelijk blijkt d