RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Zwolle Zaaknr. : 607306 CV EXPL 12-2727 Datum : 25 september 2012 Vonnis in de zaak van: [EISENDE PARTIJ], wonende te [woonplaats], eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, verder te noemen [eisende partij], zonder gemachtigde procederend, tegen [GEDAAGDE PARTIJ], handelend onder de naam ‘[gedaagde partij]’, wonende te [woonplaats], gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, verder te noemen [gedaagde partij], gemachtigde mr. P.G.C. van Hemert. De procedure in conventie en in reconventie De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken: - dagvaarding van 24 april 2012 - conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie - brief van [eisende partij] van 7 juli 2012 - tussenvonnis van 17 juli 2012 - brief van [eisende partij] van 14 augustus 2012 (tevens antwoord in reconventie) - proces-verbaal van de comparitie van 29 augustus 2012 - de brief van [eisende partij] van 1 september 2012 - de brief van [gedaagde partij] van 11 september 2012. De beoordeling in conventie en in reconventie 1. De vorderingen in conventie en in reconventie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zodat de kantonrechter die vorderingen gezamenlijk zal bespreken. 2. Tussen partijen staat het volgende vast. [gedaagde partij] handelt in auto's en heeft via het internet een auto, merk Suzuki, type Baleno, kenteken [kenteken] te koop aangeboden. De vraagprijs was € 1.250,00 inclusief APK en afle-veringsinspectiebeurt. De kilometerstand bedroeg 303.688. Het bouwjaar van de auto was 1997. De auto is voorzien van een LPG-G3 gastank. [eisende partij] heeft de auto op 3 maart 2012 van [gedaagde partij] gekocht voor een prijs van € 1.000,00. De koopovereenkomst vermeldt als bijzondere afspraken: ‘nw. APK + vl.check + afl. inspectiebeurt gastanken’. Op de factuur gedateerd 3 maart 2012, die door beide partijen is ondertekend, staat onder meer: ‘De door u aangekochte auto is gekocht zoals gezien, bereden en akkoord bevonden zonder garantiebepalingen. De klant gaat hiermee akkoord en tekent hiervoor’. Op 7 maart 2012 heeft de aflevering van de auto plaatsgevonden. Tijdens de rit naar huis raakte de motor van de auto oververhit. [eisende partij] is meerdere keren gestopt, heeft de koelvloei-stof meerdere keren met water aangevuld en is uiteindelijk bij zijn woning gearriveerd. Op 13 maart 2012 heeft [eisende partij] de auto naar [gedaagde partij] teruggebracht wegens de oververhitte motor. De auto is op of omstreeks 29 maart 2012 door [gedaagde partij] gerepareerd en op 30 maart 2012 door [eisende partij] weer opgehaald. [eisende partij] heeft de reparatiekosten betaald. Vervolgens is de motor meteen weer oververhit geraakt. [eisende partij] heeft de auto daarom op 31 maart 2012 teruggebracht en de ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen. [gedaagde partij] heeft de auto wederom, dit keer op eigen kosten, gerepareerd. Die reparatie, de vervanging van onder meer de radiator, was op of omstreeks 4 april 2012 gereed. De radiator was verstopt. 3. [eisende partij] voert, kort samengevat, het volgende aan. Tijdens de rit naar huis op 7 maart 2012, nadat [eisende partij] ongeveer 40 km had afgelegd, heeft hij geconstateerd, dat de temperatuur van de motor van de auto hoog opliep. Hij is gestopt en heeft de radiator bijgevuld met water. De radiator begon ‘te koken’. Nadat [eisende partij] vervolgens ongeveer 25 km had afgelegd, deed zich hetzelfde euvel voor. [eisende partij] is ‘na enkele keren bijvullen’ van de radiator in [gemeente] bij zijn woning gearriveerd, en hij heeft toen [gedaagde partij] direct geïnformeerd. Ter zake van de daaropvolgende reparatie (koppakking vervangen en vlakken cilinderkop) heeft [eisende partij] op 30 maart 2012 een bedrag van € 516,82 aan [gedaagde partij] betaald. Vervolgens bleek het euvel, nadat [eisende partij] op 30 maart 2012 circa 40 km met de auto had gereden, nog niet te zijn verholpen. Opnieuw is de auto naar [gedaagde partij] terugge-bracht. [eisende partij] heeft toen de koopovereenkomst ongedaan gemaakt wegens het terugke-rend mankement aan de auto. De auto beantwoordde niet aan de koopovereenkomst. De auto-sleutels en de auto zijn bij [gedaagde partij] achtergelaten. [eisende partij] vordert thans terugbetaling van de koopsom en van de reparatiekosten, vermeer-derd met schadevergoeding wegens, kort samengevat, de kosten van de autoritten [gemeente]-[gemeente], huur van een aanhanger, vervangend vervoer, deels met bijrijder (€ 669,38), huur van een vervangende auto (€ 571,20), nog steeds oplopende kosten motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremie, juridisch advies, correspondentie, telefoon, porto, deurwaarder, griffierecht (€ 546,45 + PM) en, tot slot, een aan hem opgelegde geldboete wegens het onverzekerd zijn van de auto (€ 396,00). 4. [gedaagde partij] voert, kort samengevat, het volgende aan. De oorzaak van de problemen met de koeling van de motor bleek uiteindelijk een verstopte radiator te zijn. Dat mankement is lastig te ontdekken. Onder meer de radiator is, nadat [eisende partij] de auto op 30 maart 2012 had teruggebracht, op kosten van [gedaagde partij] vervangen. De auto is thans geheel in orde en staat ter beschikking van [eisende partij]. Nu [eisende partij] de auto niet opgehaald heeft, maakt [gedaagde partij] aanspraak op stallingkosten van € 5,95 per dag inclusief btw vanaf 1 mei 2012. Voorts vordert [gedaagde partij] dat [eisende partij] de auto komt ophalen, versterkt met een dwangsom. De schade aan de koppakking en het cilinderblok is ontstaan doordat [eisende partij] (te lang) met een oververhitte motor is doorgereden. Indien [eisende partij] tijdig was gestopt en niet was doorgereden, was de koppakking niet beschadigd en de cilinderkop niet vervormd. Ter zake van het herstel van deze schade hebben partijen een reparatieovereenkomst gesloten, krachtens wel-ke overeenkomst [eisende partij] de kosten van de reparatie was verschuldigd. Overigens heeft [gedaagde partij] een deel van die reparatiekosten voor eigen rekening genomen. De kosten van de tweede reparatie zijn geheel voor rekening van [gedaagde partij] gebleven. [eisende partij] heeft pas recht op ontbinding van de koopovereenkomst indien herstel niet haalbaar is. 5. De kantonrechter oordeelt als volgt. [eisende partij] heeft in de dagvaarding onder meer verwezen naar artikel 6:228 BW (dwaling), maar die verwijzing niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd die, eenmaal vast-staand, tot vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling kunnen leiden. Indien en voor zover [eisende partij] heeft bedoeld de vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling in te roepen, slaagt hij daarin niet. 6. Partijen zijn het er over eens dat de tussen hen gesloten koopovereenkomst een zogeheten con-sumentenkoop is, zodat de wetsbepalingen inzake consumentenkoop van toepassing zijn. De in dezen relevante wetsbepalingen (de artikelen 7:21 en 7:22 BW) komen, kort samengevat, op het volgende neer. Indien de afgeleverde zaak niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, dan kan de koper her-stel van de afgeleverde zaak vorderen. De daaraan verbonden kosten kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht. Het herstel van de afgeleverde zaak dient binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper plaats te vinden, waarbij moet worden gelet op de aard van de zaak en op het bijzondere gebruik van de zaak dat bij de overeenkomst is voor-zien. De koper heeft ook de bevoegdheid de koopovereenkomst te ontbinden indien de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, maar die bevoegdheid ontstaat pas als herstel onmogelijk is of van de verkoper niet gevorderd kan worden, dan wel de verkoper tekort is geschoten in zijn verplichting tot herstel. 7. De auto beantwoordde niet aan de koopovereenkomst. Ook al betrof het een oude auto met een hoge kilometerstand en was de koopsom navenant laag, [eisende partij] mocht in elk geval ver-wachten dat de auto gedurende enige tijd naar behoren zou functioneren. Al zeer kort na de aflevering, op weg naar huis, bleek de koeling niet in orde te zijn. De motor raakte immers oververhit. Dat behoefde [eisende partij] niet te verwachten, althans niet direct na de aflevering. Dit betekent dat [gedaagde partij] als verkoper op eigen kosten tot herstel van de auto was ver-plicht. Aangezien het om dwingendrechtelijke wetsbepalingen gaat, is niet relevant dat partijen zijn overeengekomen dat [eisende partij] de reparatiekosten zal betalen. De kosten verbonden aan de reparatie (koppakking en cilinderkop) komen dan ook voor rekening van [gedaagde par-tij], tenzij in rechte komt vast te staan dat de stelling van [gedaagde partij] juist is, dat de schade is veroorzaakt doordat [eisende partij] (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.