RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector Bestuursrecht Registratienummer: Awb 12/1840 uitspraak van de voorzieningenrechter in het geding tussen […], wonende te Oldebroek, verzoeker, gemachtigde: mr. F.R.H. Kuiper, advocaat te Hattem, en het college van burgemeester en wethouders van Dronten, verweerder, gemachtigde: mr. M. Bekooy, advocaat te Zwolle. Procesverloop Bij besluit van 11 juli 2012 heeft verweerder aan verzoeker de last opgelegd om twee mestsilo’s, die zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd op het perceel Hondweg 20 te Dronten, uiterlijk op 1 oktober 2012 verwijderd dienen te zijn uit de bouwvrije tienmeterzone en verwijderd dienen te blijven, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 25.000,-- per mestsilo per week dat wordt geconstateerd dat de mestsilo’s in de bouwvrije tienmeterzone aanwezig zijn, tot een maximum van € 150.000,-- per illegaal geplaatste mestsilo. Bij brief van 21 augustus 2012 heeft verzoeker daartegen bezwaar gemaakt. Op 31 augustus 2012 heeft verzoeker verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestreden besluit wordt geschorst. Het verzoek is ter zitting van 8 oktober 2012 behandeld. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst. De behandeling van het verzoek is voortgezet ter zitting van 14 december 2012. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Kuiper. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Sleurink, bijgestaan door mr. Bekooy en mr. H.E.M. van den Berg, advocaten te Zwolle. Overwegingen Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure. Verzoeker is eigenaar van een landbouwbedrijf met 700 hectare (ha) grond in bewerking. De hoofdvestiging van eisers landbouwbedrijf bevindt zich aan de Hondweg 20 te Dronten. Naar aanleiding van verzoekers wens om de bij de agrarische bedrijfsvoering behorende werkzaamheden zoveel mogelijk te concentreren op deze hoofdvestiging is in 2009 door de gemeente Dronten planologische medewerking verleend aan uitbreiding van het bouwperceel op deze locatie. Bij besluit van 19 januari 2011 heeft verweerder bouwvergunning verleend voor de bouw van twee mestsilo’s op dit perceel. Eerder was bouwvergunning verleend voor de bouw van een aardappelbewaarplaats. Verzoeker is daadwerkelijk begonnen met de bouw van de beide mestsilo’s. Uit een meting die op 23 maart 2011 is uitgevoerd door landmeters van verweerders gemeente is gebleken dat de beide mestsilo’s ongeveer viereneenhalve meter verder naar achteren waren gebouwd dan op de bouwtekening, behorend bij de verleende bouwvergunning, was aangegeven. Naar aanleiding van deze meting heeft verweerder verzoeker gelast om de bouw van de beide mestsilo’s, die nog niet voltooid was, te staken. Verzoeker heeft tegen de opgelegde bouwstop bezwaar gemaakt. Het tegen de ongegrondverklaring van dit bezwaar ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank van 19 januari 2012 (Awb 11/2068) ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 oktober 2012 (nr. 201202194/1/A1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het door verzoeker ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van 19 januari 2012 bevestigd. Twee omwonenden van het perceel Hondweg 20 te Dronten hebben verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen de beide mestsilo’s. Eén van deze omwonenden heeft het verzoek om handhaving ingetrokken, nadat hij zijn perceel aan verzoeker had verkocht. Verweerder heeft verzoeker gelast om de beide mestsilo’s te verwijderen en verwijderd te houden, omdat deze in strijd met het bestemmingsplan zijn opgericht. Legalisatie van de beide silo’s is niet mogelijk. Het niet handhavend optreden tegen deze overtreding kan leiden tot precedentwerking. Andere agrariërs in de gemeente Dronten volgen deze procedure nauwlettend. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat verweerder, bij afweging van de betrokken belangen, had moeten afzien van handhavend optreden. Verzoeker is afgegaan op mededelingen van een ambtenaar van de gemeente Dronten. Verplaatsing van de mestsilo’s naar een locatie waar deze op grond van het bestemmingsplan wel mogen worden opgericht brengt grote risico’s mee en is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt geen reële optie. Op het geheel van het bouwblok is slechts sprake van een geringe overschrijding, die met het blote oog vanaf de weg niet waarneembaar is. De verwijdering van de beide mestsilo’s leidt voor verzoeker tot een schadepost van enkele honderdduizenden euro’s. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Ingevolge het bepaalde in artikel 5:32, eerste lid, van de Awb kan het tot handhaving bevoegde bestuursorgaan besluiten om een last onder dwangsom op te leggen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen niet verzet. Ingevolge het bepaalde in artikel 5:31d van de Awb is de last onder dwangsom een herstelsanctie. Een dergelijke sanctie is, ingevolge het bepaalde in artikel 5:2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb, een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. De voorzieningenrechter zal eerst moeten vaststellen of sprake is van een overtreding, waartegen handhavend kan worden opgetreden. Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) bepaalt, voor zover hier van belang, dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk; c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet. Artikel 2.1, derde lid, van de Wabo bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat met betrekking tot daarbij aangewezen activiteiten als bedoeld in het eerste lid in daarbij aangegeven categorieën gevallen, het in dat lid gestelde verbod niet geldt. Artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) bepaalt dat in afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet geen omgevingsvergunning vereister is voor de categorieën gevallen in artikel 3 in samenhang met artikel 5 van bijlage II bij het Bor. Uit het bepaalde in artikel 3, aanhef en onder 6, aanhef en onder a, van bijlage II bij het Bor is een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de wet niet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering, voor zover dit betreft een voeder- of mestsilo. Het bepaalde in artikel 5 van bijlage II bij het Bor doet hieraan niet af. Een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo is thans dan ook niet vereist. Dat geen omgevingsvergunning vereist is voor het bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, laat onverlet dat een omgevingsvergunning vereist is indien sprake is van een andere activiteit als vermeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo, waaronder een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Van het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, is niet slechts sprake indien gehandeld wordt in strijd met de gebruiksvoorschriften van een bestemmingsplan, maar ook indien gehandeld wordt in strijd met de bouwregels van een dergelijk plan. Op het perceel Hondweg 20 te Dronten is het bestemmingsplan “Buitengebied Dronten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.