← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2000:BN9196

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN Sector Bestuursrecht Reg.nr. 00/630 VEROR 57 UITSPRAAK op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen: NS Railinfrabeheer BV, te Zwolle, verzoekster, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, verweerder.

  1. Aanduiding bestreden besluit Besluit van verweerder van 19 mei 2000, waarbij aan Strukton Railinfra Projecten BV ontheffing is verleend van het in artikel 42p van de Algemene Plaatselijke Verordening 1998 van de gemeente Apeldoorn (APV) gestelde verbod inzake geluidhinder.
  2. Procesverloop Namens verzoekster is bij brief van 26 juni 2000 bezwaar gemaakt tegen één van de aan de verleende ontheffing verbonden voorschriften. Bij brief van 6 juli 2000 is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek is behandeld ter zitting van 14 juli 2000, waar namens verzoekster zijn verschenen ir. P. de Groot en J. Sandbrink, bijgestaan door mr. F.M.G.M. Leyendeckers. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.A.G. Visser en G.L. ter Brugge.
  3. Motivering Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan, of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die procedure. In artikel 42p, eerste lid, van de APV is bepaald dat het verboden is met toestellen of geluidsapparaten, dan wel op andere wijze handelingen te verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toe te laten dat deze handelingen worden verricht. Ingevolge het derde lid van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders van dit verbod ontheffing verlenen. Ingevolge het vierde lid kunnen aan de ontheffing voorschriften worden verbonden ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Blijkens het vijfde lid kunnen deze voorschriften onder meer betreffen: het maximale geluidsniveau, de situering van geluidsbronnen, de frequentie en tijden van gebruik. Bij het bestreden besluit is ontheffing verleend in verband met in opdracht van verzoekster uit te voeren onderhoudswerkzaamheden aan de Jachtlaan te Apeldoorn ter plaatse van de spoorwegovergang in het spoortraject Amersfoort-Apeldoorn, welke werkzaamheden onder meer in de nachtelijke uren op 16/17 juli, 22/23 juli , 23/24 juli en 24/25 juli a.s. zullen worden verricht. Verweerder heeft aan de ontheffing een drietal voorschriften verbonden. In geschil is het derde voorschrift, inhoudende dat aan bewoners van woningen van derden waar uit het akoestisch onderzoek, behorende bij de ontheffingsaanvraag, blijkt dat het equivalent geluidsniveau in de nachtperiode 51 dB(A) of hoger zal zijn, moet worden aangeboden om gedurende de nachten dat de werkzaamheden zullen plaatsvinden, op kosten van verzoekster – tot een maximum van f 120,- per persoon per overnachting, inclusief ontbijt – in een hotel of vergelijkbare accommodatie te verblijven. Namens verzoekster is gesteld dat dit voorschrift niet kan worden aangemerkt als een voorschrift ter voorkoming of beperking van geluidhinder, als bedoeld in artikel 42p, vierde lid, van de APV, aangezien er van geluidhinder nog steeds en in dezelfde mate sprake zal zijn als een aantal omwonenden in een hotel wordt ondergebracht. Verzoekster kan vooralsnog in deze stelling worden gevolgd, zodat ernstig moet worden betwijfeld of verweerder bevoegd is een voorschrift als het onderhavige aan een ontheffing te verbinden. Nu er gerede twijfel bestaat of het bestreden besluit, voor zover aangevochten, stand kan houden in de bodemprocedure, is er -mede gelet op de bij dat besluit betrokken belangen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening als gevraagd, namelijk schorsing van het in geding zijnde voorschrift. Opmerking hierbij verdient dat omwonenden die een mogelijke verstoring van hun nachtrust door de te verwachten geluidhinder wensen te voorkomen, kunnen kiezen voor een verblijf elders op eigen kosten. Er is aanleiding voor een veroordeling in kosten van verleende rechtsbijstand.
  4. Beslissing De president van de rechtbank, recht doende: -schorst het in geding zijnde aan de ontheffing verbonden voorschrift; -veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van f 710,-, te betalen door verweerders gemeente; -bepaalt dat veweerders gemeente het betaalde griffierecht van f 450,- aan verzoekster vergoedt. Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk, fungerend president, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.