Kort Geding-nummer: 41207 KG ZA 01-247 en 41028 KG ZA 01-248 Vonnis van 10 augustus 2001 PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN Vonnis in kort geding in de zaak 01-247 van 224 PERSONEN, allen wonende te Harderwijk, RECHTSPERSOON X, gevestigd te Harderwijk, 90 PERSONEN, allen wonende te Hierden, gemeente Harderwijk, eisers bij dagvaardingen van 16 en 19 juli 2001, procureur: mr. A.D. Kok, tegen DE GEMEENTE HARDERWIJK, zetelende te Harderwijk, gedaagde, procureur: mr. S.W. Knoop, en in de zaak 01-248 van 97 PERSONEN, allen wonende te Harderwijk, RECHTSPERSOON Y, statutair gevestigd te Harderwijk, 121 PERSONEN, eigenaren/bewoners van een recreatiewoning in de gemeente Harderwijk, eisers bij dagvaardingen van 16 en 19 juli 2001, procureur: mr. M. Kuiper, tegen DE GEMEENTE HARDERWIJK, zetelende te Harderwijk, gedaagde, procureur: mr. S.W. Knoop. Partijen worden in het hierna volgende mede de bewoners respectievelijk de Gemeente genoemd. 1. HET PROCESVERLOOP Eisers hebben onder overlegging van producties geconcludeerd voor eis, die ter zitting is vermeerderd. De Gemeente heeft zich niet verzet tegen de eisvermeerdering en heeft onder overlegging van producties geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde. De procureurs van eisers hebben over en weer naar elkaars stellingen verwezen en die tot de hunne gemaakt, waarop de president de zaken heeft gevoegd, waartegen de Gemeente geen bezwaar heeft gemaakt. Partijen hebben hun standpunten ter zitting van 20 juli 2001 mondeling toegelicht. Partijen hebben vervolgens vonnis gevraagd. 2. VASTSTAANDE FEITEN Binnen het kader van dit kort geding zijn onder meer de navolgende feiten als vaststaand tussen partijen komen te gelden. Deze feiten zijn vastgesteld op grond van stellingen van partijen of ook op grond dat ze blijken uit de tussen partijen onomstreden gebleven inhoud van overgelegde schriftelijke stukken. Uit stellingen van partijen moeten feiten als vaststaand worden afgeleid als ze door de ene partij zijn gesteld en vervolgens door de andere partij zijn erkend of door die partij niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken. Overigens draagt de vaststelling van feiten in een kort geding noodgedwongen een voorlopig karakter, omdat de gelegenheid om getuigen te ondervragen en deskundigenbericht in te winnen dan pleegt te ontbreken. Aldus zijn de volgende feiten als vaststaand tussen partijen komen te gelden: 2.1 Eisers, als genoemd in de zaak 01-247, zijn eigenaar van een woning (recreatiebungalow) op het in Harderwijk gelegen park A. Tot het park behoren 190 woningen. Sommige eisers gebruiken de woning uitsluitend ten behoeve van recreatie, andere bewonen deze woning permanent, weer andere gebruiken de woning wisselend, als pied-à-terre wanneer zij niet in het buitenland verblijven; 2.2 Eiseres Y, is de rechtspersoon waarin alle eigenaren van bungalows op voornoemd park zijn verenigd. De rechtspersoon handelt namens de leden van de rechtspersoon voor zover deze niet zelfstandig als eiser zijn vermeld; 2.3 Eisers, als genoemd in de zaak 01-248, zijn eigenaar van een woning (recreatie-bungalow) op het in Harderwijk gelegen park B of park C. Eiseres Y, is de rechtspersoon die de belangen van haar leden behartigt, voor zover de leden hier niet afzonderlijk zijn genoemd; 2.4 Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente heeft bij brief van 8 september 1997 aan notarissen, banken, makelaars, hypotheekadviseurs en recreatieparken in Harderwijk kenbaar gemaakt dat permanente bewoning van recreatiewoningen in recreatieparken in de gemeente Harderwijk niet is toegestaan. Vervolgens heeft de Gemeente in september 1999 een Plan van aanpak Permanente bewoning van recreatiewoonverblijven in Harderwijk vastgesteld om permanente bewoning van recreatiewoningen te beëindigen; 2.5 Ter uitvoering van het nieuwe beleid heeft de Gemeente aan het bedrijf Q te Z gevraagd, een offerte uit te brengen voor een onderzoek naar de stand van zaken met betrekking tot permanente bewoning van recreatiewoningen; 2.6 Q heeft op 1 juni 1999 een offerte "Aanpak permanente bewoning op recreatieparken in de gemeente Harderwijk" aan de Gemeente uitgebracht. Daarin omschrijft zij het probleem ook als PBW. De offerte gaat uit van de volgende aanpak: "1. Intake gesprekken met eigenaar en/of beheerder of met de vereniging van eigenaren of bewoners om de bestaande situatie per park in kaart te brengen. In deze intake-gesprekken wordt tevens het voorgenomen beleid van de gemeente nog eens toegelicht en er worden afspraken gemaakt wanneer en op welke wijze op het betreffende park door ons bedrijf gewerkt gaat worden. Hierbij wordt o.a. rekening gehouden met een eigen aankondiging naar bewoners en eigenaren op het betreffende park. 2. Inventarisatie van alle verblijfsobjecten per lokatie: invullen vragenlijst t.a.v. gebruik van het object (indien mensen aanwezig zijn) foto van het object met eigen nummering en vermelding parknummer, noteren en onderzoeken van alle zaken om een sluitende bewijsvoering van PBW mogelijk te maken (kentekens, telefoonaansluitingen enz.) afstemming en aanvullen van de inventarisatiegegevens met gemeentelijke informatie als GBA gegevens, belasting gegevens, kadastrale gegevens en eventueel andere beschikbare informatie. 3. Statusbepaling per object in overleg met de gemeente. Dit in verband met het vaststellen van de te controleren objecten. 4. Maandelijkse controle van de "verdachte objecten PBW" en het verwerken van de verkregen informatie per object." Met de GBA is de Gemeentelijke Basis Administratie bedoeld; 2.7 Bij brief van 9 november 1999 heeft de gemeente Harderwijk Q opdracht verleend tot inventarisatie van de recreatiewoonverblijven in Harderwijk, alles overeenkomstig de offerte van Q van 1 juni 1999. "Doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen in het aantal verdachte gevallen van permanente bewoning van recreatiewoonverblijven op de in de offerte nader omschreven locaties.", aldus de gemeente Harderwijk die ervan uitging dat Q een besloten vennootschap was. Verder heeft de burgemeester van de gemeente Harderwijk in een verklaring van 2 november 1999 het volgende gesteld: "(...) De personen die in dienst van Q b.v. deze controles uitvoeren, zijn als zodanig door ons voorzien van een legitimatie. (...) Bovenbedoelde personen zijn door mij tevens aangewezen als personen, die op grond van het bepaalde in artikel 69, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in deze gemeente van zonsopgang tot zonsondergang toegang hebben tot alle terreinen, voor zover dat redelijkerwijs voor de uitvoering van deze wet nodig is. (...)" De Burgemeester. 2.8 De besloten vennootschap Q bleek achteraf niet te bestaan, maar een vennootschap in oprichting te zijn die wordt gedreven door de heer G, voormalig gemeenteambtenaar; 2.9 Q heeft gedurende 22 maanden stelselmatig observaties uitgevoerd van de directe leefomgeving van eisers. Er zijn door medewerkers van Q foto's gemaakt nabij de gecontroleerde objecten en kentekens genoteerd van bewoners en bezoekers; 2.10 Q heeft in opdracht van de Gemeente een persoonsregistratie aangelegd op basis waarvan zij de Gemeente informatie verstrekte; 2.11 Bij brief van 21 juli 2000 heeft de gemeente Harderwijk eigenaren van recreatiewoningen in Harderwijk geïnformeerd over de resultaten van de inventarisatie. Niet alle recreatiewoonverblijven bleken alleen voor recreatieve doeleinden te worden gebruikt, volgens de gemeente Harderwijk. Eigenaren die hun recreatiewoning alleen voor recreatieve doeleinden bleken te gebruiken, zijn door de gemeente Harderwijk in de gelegenheid gesteld om dat aan te geven op een vragenformulier (verklaring gebruik recreatiewoonverblijf). Eigenaren die reeds vóór 10 september 1997 een recreatiewoning permanent bewoonden, zijn door de gemeente Harderwijk in de gelegenheid gesteld om een aanvraagformulier voor een gedoogstatus in te vullen. Eigenaren die niet tijdig zouden reageren en eigenaren die niet onder één van de bovengenoemde categorieën vielen, zouden volgens de gemeente Harderwijk op korte termijn worden aangeschreven om de permanente bewoning van hun recreatiewoonverblijf te staken; 2.12 Een aantal bewoners van park A (D e.a.) heeft samen met bewoners van park B en C, (E e.a.) een kort geding bij de president van de rechtbank Arnhem aangespannen tegen de handelwijze van de gemeente en Q; 2.13 De president van de rechtbank te Arnhem heeft bij vonnis van 12 juni 2001 onder meer de volgende beslissing gegeven: (...) 2. verbiedt Q om met onmiddellijke ingang inbreuk te maken of te doen maken op de rechten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van D e.a. en verbiedt Q in het bijzonder observaties in of nabij de woningen van D e.a. uit te voeren of te doen uitvoeren en gegevens van D e.a. of over hun eigendommen of die van hun bezoekers of familieleden in enige registratie vast te leggen of te doen vastleggen, 3. veroordeelt Q om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) het onder 2 genoemde verbod overtreedt, aan ieder der eisers een dwangsom te betalen van ƒ 1.000,00 per keer, echter met een maximum van in totaal ƒ 250.000,00, althans de tegenwaarde daarvan in euro's, 4. veroordeelt Q binnen een week na betekening van dit vonnis tot afgifte aan de advocaat van D e.a. van de originele controlerapporten, foto's en overige registratieformulieren alsmede van alle kopieën daarvan, 5. veroordeelt Q om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan de onder 4 genoemde veroordeling te voldoen, aan ieder der eisers een dwangsom te betalen van ƒ 1.000,00 per dag, echter met een maximum van in totaal ƒ 250.000,00, althans de tegenwaarde daarvan in euro's, 6. veroordeelt Q, voor zover originelen of kopieën van de onder 4 genoemde bescheiden aan derden werden verstrekt, deze bij derden terug te vorderen en eveneens aan de advocaat van D e.a. af te geven, (...) 10. verbiedt Q om met onmiddellijke ingang inbreuk te maken of te doen maken op de rechten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van E e.a. en verbiedt Q in het bijzonder observaties in of nabij de woningen van E e.a. uit te voeren of te doen uitvoeren en gegevens van E e.a. of over hun eigendommen of die van hun bezoekers of familieleden in enige registratie vast te leggen of te doen vastleggen, 11. veroordeelt Q om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) het onder 10 genoemde verbod overtreedt, aan ieder der eisers een dwangsom te betalen van ƒ 1.000,00 per keer, echter met een maximum van in totaal ƒ 50.000,00, althans de tegenwaarde daarvan in euro's, 12. veroordeelt Q binnen een week na betekening van dit vonnis tot afgifte aan de advocaat van E e.a. van de originele controlerapporten, foto's en overige registratieformulieren alsmede van alle kopieën daarvan, 13. veroordeelt Q om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan de onder 12 genoemde veroordeling te voldoen, aan ieder der eisers een dwangsom te betalen van ƒ 1.000,00 per dag, echter met een maximum van in totaal ƒ 50.000,00, althans de tegenwaarde daarvan in euro's, 14. veroordeelt Q, voor zover originelen of kopieën van de onder 12 genoemde bescheiden aan derden werden verstrekt, deze bij derden terug te vorderen en eveneens aan de advocaat van E e.a. af te geven, (...) Van het vonnis is hoger beroep ingesteld, maar de president had het bij voorraad uitvoerbaar verklaard. 2.14 Q heeft daarop enkele controlestaten teruggegeven doch met afgifte van alle overige gegevens aan eisers in het Arnhemse kort geding is zij in gebreke gebleven. Q vraagt de gegevens niet terug bij de Gemeente; 2.15 Op 25 juni 2001 zijn er eisers bij het gemeentehuis te Harderwijk geweest maar toen heeft de Gemeente geweigerd de verzamelde gegevens te overhandigen; 2.16 Op 26 juni 2001 heeft de Gemeente het Reglement voor het bestand eigenaren en gebruikers van recreatiewoningen vastgesteld. Dit privacy-reglement is op 27 juni 2001 ter inzage gelegd; 2.17 De aanmelding bij de Registratiekamer is op 4 juli 2001 geschied. 3. DE VORDERINGEN EN VERWEREN EN DE GRONDEN ERVOOR 3.1 Er is gevorderd dat de president voorlopige voorzieningen treft die vooruitlopen op een definitieve vaststelling van de rechtsverhouding tussen partijen. Deze verhouding komt pas voor partijen bindend vast te staan door een onderling vergelijk of -als dat mocht uitblijven- als uitkomst van een bodemprocedure waarin partijen desgewenst uitvoering mondeling en schriftelijk kunnen debatteren, inlichtingen verschaffen aan de rechter, hem of haar uitnodigen tot een plaatselijke bezichtiging, beslissingen uitlokken op processuele incidenten, getuigen doen horen en door andere bewijsmiddelen bewijs leveren, deskundigenbericht uitlokken en per saldo rechterlijke beslissingen weer aan een hogere rechter en de Hoge Raad voorleggen. In afwachting daarvan kan de president in een procedure als hier aan de orde, op basis van een voorspelling van de uitkomsten van een dergelijke bodemprocedure trachten de rechten van partijen bij voorbaat zeker te stellen of daaraan tegemoet te komen door op hun vordering voorlopige voorzieningen te treffen. Of dit opportuun geacht moet worden, hangt af van een afweging van diverse daarbij betrokken belangen, waaronder de spoed die gemoeid is met het bewaren van rechten, beëindigen van voortdurend nadeel of zelfs herstellen van al geleden schade. De bodemrechter hoeft zich te zijner tijd aan de gemaakte prognose niet te storen en evenmin aan de erop gebaseerde, in kort geding te nemen beslissing: in zoverre is het kort-geding-vonnis voorlopig. Overigens staan het voorlopig karakter van zowel de vaststelling van de feiten waarop de president in kort geding zich baseert als van zijn juridisch oordeel er niet aan in de weg, dat de naleving van de in kort geding te geven voorlopige voorzieningen door partijen van elkaar afgedwongen kan worden -zelfs niettegenstaande een eventueel lopend hoger beroep daartegen, mits de voorlopige voorziening bij voorraad uitvoerbaar is verklaard. 3.2 Tegen die achtergrond vorderen eisers (waarbij de eisen in beide zaken zijn samengevoegd) bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 1. de Gemeente te verbieden inbreuk te maken of te doen maken -direct of indirect- op de rechten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van eisers en de Gemeente in het bijzonder te verbieden observaties in of nabij de woningen van eisers uit te voeren of te doen uitvoeren en gegevens van eisers of hun eigendommen of van hun bezoekers of familieleden in enige registratie vast te leggen of te doen vastleggen in strijd met de Wet Persoonsregistraties en/of Wet bescherming persoonsgegevens vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet, respectievelijk met de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus; 2. de Gemeente te veroordelen tot afgifte aan eisers van alle originele controlerapporten, foto's en negatieven daarvan, uitdraaien van computerbestanden, staten, uittreksels uit andere bestanden zoals kentekenregistratie en GBA, alsmede van alle gegevens van eisers welke de Gemeente van Q, van F BV en G ter zake in bezit heeft gekregen, daaronder begrepen uitdraaien van computerbestanden, alsmede van alle kopieën daarvan en voor zover originelen of kopieën aan derden verstrekt mochten zijn, de Gemeente te verplichten deze bij deze derden terug te vorderen en eveneens aan eisers af te geven; 3. de Gemeente te veroordelen voor zover persoonlijke gegevens als hiervoor bedoeld in enig computerbestand van de Gemeente , dan wel in voorkomend geval als dan niet deeld in een ten behoeve van de Gemeente aangehouden bestand bij Q zijn opgenomen, kopie van dit (deze) bestand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.