← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4063

RECHTBANK ZUTPHEN Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: 01 / 1353 WVG 52 UITSPRAAK in het geding tussen: [heer A], wonende te [plaats], eiser, [mevrouw A], wonende te [plaats], eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet, verweerder.

  1. Aanduiding bestreden besluit Besluit van verweerder van 5 september 2001, houdende ongegrondverklaring van het bezwaar van eisers tegen de besluiten van 29 januari 2001, waarbij aan eisers - onder toepassing van een afbouwregeling - met ingang van 1 februari 2001 een vervoersvoorziening ingevolge de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) is toegekend in het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer.
  2. Procesverloop Tegen het bestreden besluit is namens eisers door mevrouw [mevrouw B] werkzaam bij de Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie (ANGO) te Amersfoort, beroep ingesteld bij brief van 16 oktober
  3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Het beroep is behandelend ter zitting van 4 april 2002, waar eisers in persoon zijn verschenen, bijgestaan door [mevrouw B] voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen [heer C] Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting met toepassing van artikel 8:64 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschorst teneinde een nader medisch onderzoek te doen instellen. Op verzoek van de rechtbank heeft K. Schäffer, orthopaedisch chirurg te Apeldoorn, als deskundige van advies gediend bij rapport van 25 juni
  4. Verweerder heeft vervolgens aan de rechtbank doen weten dat de grondslag van het bestreden besluit is komen te ontvallen en dat eiseres met ingang van 1 februari 2001 ongewijzigd in aanmerking is gebracht voor een individuele vervoersvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto. Daarop is het beroep ingetrokken en is tevens verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Bij brief van 4 september 2003 heeft verweerder op dit verzoek gereageerd. Omtrent het verzoek wordt met toepassing van artikel 8:54 van de Awb beslist.
  5. Motivering In artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is bepaald dat ingeval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dit orgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift in diens kosten kan worden veroordeeld. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval geheel aan eiseres is tegemoetgekomen. Voorts is genoegzaam gebleken dat eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs kosten heeft moeten maken. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder in deze kosten te veroordelen. Met toepassing van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht worden 2 punten toegekend, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd. Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat de gemeente Nunspeet op grond van artikel 8:41, vierde lid, van de Awb gehouden is het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
  6. Beslissing De rechtbank, recht doende: veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,= euro, terzake van verleende rechtsbijstand, te betalen door de gemeente Nunspeet. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending verzet worden gedaan bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, Postbus 205, 7200 AE Zutphen. Aldus gegeven door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2003 in tegenwoordigheid van de griffier. Afschrift verzonden op:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.