RECHTBANK ZUTPHEN Sector Bestuursrecht Enkelvoudige kamer Reg.nrs.: 05/1972 en 06/1401 Uitspraak in het geding tussen: [eiser] eiser, te Vierhouten, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet, verweerder. 1. Bestreden besluit Besluiten van verweerder van 12 oktober 2005 en 1 mei 2006 (beide besluiten zonder kenmerk). 2. Feiten en procesverloop 2.1 Bij besluit van 27 januari 2005 heeft verweerder eiser onder oplegging van een dwangsom van € 15.000,- ineens gelast uiterlijk 1 juni 2005 een zwembad op het perceel [adres] te verwijderen en verwijderd te houden. Namens eiser heeft mr. Th.H.W. Juta, werkzaam bij DAS rechtsbijstand te Amsterdam, bij brief van 8 maart 2005 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij brief van 25 mei 2005 is verzocht om een voorlopige voorziening. Bij uitspraak van 31 mei 2005 (05/770) is het verzoek afgewezen. Het zwembad is vervolgens verwijderd. Bij het bestreden besluit van 12 oktober 2005 is het bezwaar, onder overneming van het advies van de bezwarencommissie, ongegrond verklaard. Namens eiser heeft mr. Juta, voormeld, beroep ingesteld op de in het aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden. Dit beroep is geregistreerd als 05/1972. 2.2 Bij brief van 23 juni 2005, bij verweerder binnengekomen op 29 juni 2005, heeft eiser reguliere bouwvergunning eerste fase gevraagd voor het geheel plaatsen van een zwembad met overkapping op voormeld perceel. Bij besluit van 19 september 2005 is de gevraagde bouwvergunning geweigerd. Namens eiser heeft mr. P.J. Heijnen, werkzaam bij juridisch adviesbureau Heijnen te Harderwijk, bij brief van 28 oktober 2005 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij het bestreden besluit van 1 mei 2006 is het bezwaar, onder overneming van het advies van de bezwarencommissie, ongegrond verklaard. Namens eiser heeft mr. Heijnen, voormeld, beroep ingesteld op de in het aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden. Dit beroep is geregistreerd als 06/1401. 2.3 Verweerder heeft in beide zaken de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend. 2.4 De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 29 mei 2008, waar eiser is verschenen, in beide beroepen bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Heijnen, voormeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G. de Vries, ambtenaar van de gemeente. 3. Motivering 3.1 Allereerst staat ter beoordeling of verweerder terecht de gevraagde reguliere bouwvergunning eerste fase heeft geweigerd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 3.2 Ingevolge artikel 56a, tweede lid, van de Woningwet (hierna: Wow) mag de bouwvergunning eerste fase slechts en moet deze worden geweigerd indien, voor zover relevant, een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel b,c,d of e, van toepassing is. Ingevolge artikel 44, eerste lid, van de Wow mag de reguliere bouwvergunning en moet deze worden geweigerd, indien: (…) c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld; (…). 3.3 Tussen partijen is niet in geschil, en de rechtbank stelt vast, dat het zwembad met overkapping voor een deel is gerealiseerd op grond die volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Vierhouten 1983’ de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarde’ heeft en dat de bouw van het zwembad in strijd is met het bestemmingsplan. Dat het bestemmingsplan thans reeds omstreeks 25 jaar oud is en van agrarisch gebruik op het perceel in geding sedert lange tijd geen sprake meer is, maakt, anders dan eiser suggereert, niet dat het plan geen rechtskracht meer heeft. 3.4 Ingevolge artikel 46, derde lid, van de Wow wordt een aanvraag om bouwvergunning die slechts kan worden ingewilligd na vrijstelling als bedoeld in de artikelen 15, 17 of 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening geacht mede een verzoek om zodanige vrijstelling in te houden. 3.5 Het bestemmingsplan voorziet niet in een vrijstellingsmogelijkheid. De in artikel 71 van de planvoorschriften opgenomen vrijstellingsbevoegdheid (toverfomule) ziet uitsluitend op gebruik van de gronden en opstallen, en derhalve niet op het oprichten van bouwwerken zodat met toepassing daarvan, anders dan eiser meent, legalisatie van het zwembad niet mogelijk is. Tussen partijen is niet in geschil dat een vrijstelling op de voet van de artikelen 17 en 19, tweede en derde lid, van de WRO niet mogelijk is. Ter beoordeling staat of verweerder terecht heeft geweigerd vrijstelling te verlenen op de voet van artikel 19, eerste lid, van de WRO. Verweerder acht zich niet bevoegd tot het verlenen van die vrijstelling. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt. 3.6 Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de WRO – voor zover hier van belang – kan de gemeenteraad, behoudens het gestelde in het tweede en derde lid, ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. De gemeenteraad kan de in de eerste volzin bedoelde vrijstellingsbevoegdheid delegeren aan het college. Ingevolge artikel 19, vierde lid, van de WRO wordt vrijstelling krachtens het eerste lid niet verleend voor een project dat wordt uitgevoerd in een gebied waarvoor
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.