RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf economische politierechter parketnummer: 06/925375-07 uitspraak vonnis: 10 november 2008 tegenspraak, na aanhouding verschenen/onip VONNIS in de zaak tegen: de besloten vennootschap [naam verdachte] BV, gevestigd te [adres en plaats], vertegenwoordigd door de schriftelijk gemachtigde: [gemachtigde], geboren te [plaats] op [1964]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 oktober 2008. De tenlastelegging Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 26 november 2007 is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd, dat: verdachte op of omstreeks 25 november 2006, in de gemeente Harderwijk, terwijl aan [naam] Holding BV/verdachte door burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk bij besluit van 13 mei 2003 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer was verleend tot het in die gemeente in of op [het perceel] oprichten en in werking hebben van een inrichting als bedoeld in categorie 18.1 en/of 19.1 van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met één of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers: - bedroeg – zakelijk weergegeven – het geluidsniveau omstreeks 23:55 uur 101.7 dB(A) en omstreeks 23:58 uur 100.5 dB(A) en overschreed daarmee aldus de in voorschrift 2.14 of voorschrift 2.15 van genoemde vergunning toegestane waarde van 91 dB(A) en/of - werden er – toen werd afgeweken van de vastgelegde geluidsniveaus in de voorschriften 2.14 en 2.15 van genoemde vergunning – in strijd met voorschrift 2.17 van genoemde vergunning geen doelmatige geluidsisolerende voorzieningen getroffen; artikel 18.18 van de Wet milieubeheer Taal- en/of schrijffouten Voor zover er in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of andere kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. De (bewijs) motivering A. Vaststaande feiten (voetnoot 1) Voor de door de verdachte in het [perceel] te [plaats] gedreven inrichting, waarin het horeca-, sport- en recreatiebedrijf [naam] is gevestigd, is een vergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de geluidsvoorschriften 2.1 tot en met 2.3 bij die milieuvergunning vernietigd. Het gemeentebestuur heeft in de plaats daarvan geen nieuwe, onherroepelijk geworden, voorschriften vastgesteld. De geluidsvoorschriften 2.4 tot en met 2.17 zijn van kracht geworden. Voorschrift 2.11 bepaalt dat muziekapparatuur van een verzegelde geluidsbegrenzer moet zijn voorzien. Die geluidbegrenzer moet, op grond van voorschrift 2.14, zodanig zijn aangebracht en afgesteld, dat het geluidsniveau in het nagalmveld van de feestzalen de grenswaarde van 91 dB(A) niet overschrijdt. Als gebruik wordt gemaakt van een tijdgeschakelde geluidbegrenzer, geldt op grond van voorschrift 2.15 voor de geluidswaarde tussen 23:00 en 07:00 uur dezelfde norm. Het meten en berekenen van geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten dient plaats te vinden conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999). Op 25 november 2006 zijn in een zaal van [horeca-, sport- en recreatiebedrijf] geluidsmetingen verricht, terwijl livemuziek ten gehore werd gebracht. Om 23:55 uur is een geluidsniveau van 101.7 dB(A) en om 23:58 uur een geluidsniveau van 100.5 dB(A) gemeten. De controlerend ambtenaar heeft aangegeven dat de metingen zijn uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, IL-HR-13-01 (VROM, 1981). B. Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de milieuvergunning slechts gedeeltelijk is vernietigd en dat de voorschriften 2.4 tot en met 2.17 op 25 november 2006 van kracht waren. De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en vordert een geldboete van € 1.000,-. C. Standpunt van de verdachte (zoals weergegeven in de pleitnota van de raadsman) De raadsman heeft aangevoerd dat na vernietiging van de voorschriften 2.1 tot en met 2.3, er geen (definitieve) besluitvorming meer is gerealiseerd. De voorschriften 2.1 en 2.3 waren bedoeld om omwonenden tegen geluidsoverlast te beschermen. Nu de in deze voorschriften opgenomen geluidsnormen zijn komen te vervallen, missen de met het oog op die normen gestelde voorschriften 2.4 tot en met 2.17 eveneens betekenis. De metingen zijn onzorgvuldig uitgevoerd. De raadsman voert daartoe aan, kort samengevat, dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.