Rechtbank Zutphen – ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7402
RECHTBANK ZUTPHEN Sector Bestuursrecht Voorzieningenrechter Reg.nr.: 09/582 Wob Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen: [verzoeker] te Utrecht, verzoeker, en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verweerder.
Verzoeker, voormalig lid van de raad van bestuur van SPZ, heeft bij brief van 20 maart 2009 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Op 26 maart 2009 is bij de daartoe bevoegde rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingekomen. Vervolgens is het verzoek met toepassing van artikel 8:8 van de Awb verwezen naar de rechtbank Zutphen.
Bij brief van 17 mei 2009 heeft verzoeker toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb verleend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 8 juni 2009, waar verzoeker in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.J. Daalder.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen openbaarmaking van het geanonimiseerde rapport van het CSZ en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend omdat in het rapport naar zijn mening - kort gezegd - van onjuiste en inmiddels achterhaalde gegevens is uitgegaan. In het bezwaarschrift en het verzoek heeft verzoeker aangegeven welke onjuistheden het rapport zijns inziens bevat. Bij schrijven van 3 juni 2009 heeft verzoeker een aanvulling gegeven op zijn correcties. Verzoeker verzet zich tegen openbaarmaking tenzij zijn opmerkingen en correcties door verweerder in het rapport worden verwerkt.
Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de Wob wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11, waarin de absolute en de relatieve uitzonderingsgronden op het uitgangspunt van openbaarheid zijn opgenomen. In deze artikelen is geen uitzondering opgenomen ten aanzien van documenten waarvan de juistheid wordt betwist.
Het verzoek om schorsing van het besluit van verweerder van 10 maart 2009 kan derhalve niet leiden tot het door verzoeker gewenste resultaat. Bovendien is namens verweerder ter zitting aangegeven dat verweerder bereid is om de openbaarmaking van de geschoonde versie van het rapport vergezeld te doen gaan van het commentaar van verzoeker.
Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Aldus gegeven door mr. Tj. Gerbranda en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.