← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4416

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/800294-07 Uitspraak d.d.: 25 november 2009 tegenspraak / dnip / oip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte C], geboren te [plaats op 1988], wonende te [adres, plaats]. Raadsvrouw: mr. A.M. Jongerman, advocaat te Epe. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 november

  1. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 02 december 2006, te Zutphen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Oude Wand, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer A], welk geweld bestond uit het achtervolgen, althans achterna lopen, van die [slachtoffer A] en/of het roepen om die [slachtoffer A] te gaan pakken en/of het lopen/rennen naar, althans in de richting van die [slachtoffer A] en/of uit het omsingelen van die [slachtoffer A] en/of slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen van/tegen die [slachtoffer A] en/of het steken en/of stoten en/of snijden met een (vlinder)mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de nabijheid van het oog van die [slachtoffer A] en/of in het gezicht en/of in/op het hoofd en/of in de (onder)arm; art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1 A. Standpunt openbaar ministerie De officier van justitie heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd. B. Standpunt verdachte Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit. C. Beoordeling door de rechtbank: vrijspraak Op 2 december 2006 heeft aangever [slachtoffer A] in [café] in Zutphen een gesprek met medeverdachte [medeverdachte B].2 Na sluitingstijd van [café] loopt een groep jongens met [medeverdachte B] naar de shoarmazaak [shoarmazaak] aan de [adres]. De groep bestaat uit: verdachte en medeverdachten [medeverdachte B], [naam], [medeverdachte A], [medeverdachte E] en [medeverdachte D].3 Aangever [slachtoffer A] loopt -achter de groep van [medeverdachte B]- samen met o.a. [getuige A], [getuige B] en [slachtoffer B] ook richting [shoarmazaak]. Bij [shoarmazaak] krijgt [slachtoffer A] woorden met iemand uit de groep [medeverdachte B] en deze persoon geeft [slachtoffer A] een vuistslag. Iemand uit de groep van [medeverdachte B] steekt [slachtoffer A] met een mes althans een scherp voorwerp. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij moest plassen en dat hij om die reden richting rivier De Berkel is gelopen. Dit heeft hij ter terechtzitting bevestigd
  2. Nadat hij terugkwam bij shoarmazaak [shoarmazaak] zag hij "dat er vuisten door de lucht gingen".5 Medeverdachte [medeverdachte D] heeft ook verklaard dat hij samen met verdachte op afstand bleef op het moment dat de anderen van de groep op [slachtoffer A] en anderen afliepen.6 Overige medeverdachten hebben ook niet verklaard of en welke handelingen verdachte verricht zou hebben ten tijde van het incident. Gelet op het bovenstaande, acht de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte derhalve vrijspreken. Vordering benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.419,14, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde. De officier van justitie heeft niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij gevorderd. De raadsvrouw heeft afwijzing van de vordering bepleit, nu zij vrijspraak van het ten laste gelegde heeft bepleit. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partij derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering. Beslissing De rechtbank: * verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; * verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering. Aldus gewezen door mrs. Krijger, voorzitter, Troost en Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 november
  3. Voetnoten: 1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0631/06-209366, gesloten en getekend op 22 januari 2007 door [naam] (brigadier van politie Team Zutphen). 2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 179). 3 Zie o.a. proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 137). 4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 175) en verklaring van verdachte ter terechtzitting. 5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 175). 6 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D] (pagina 107).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.