← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7406

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/850195-09 Vord. na voorw. veroord.: 21/003490-08 Uitspraak d.d.: 9 december 2009 Tegenspraak / dip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats,1988], wonende te [adres], raadsman: mr. De Korte, advocaat te Utrecht. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 december

  1. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 mei 2009 te Epe opzettelijk mishandelend [slachtoffer] -meermalen, althans éénmaal, tegen en/of op het lichaam heeft geslagen en/of getrapt en/of geschopt en/of (tegen de grond) heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek1 Op 27 mei 2009 was verdachte in de woning van [naam] aanwezig. Rond 23.00 uur kwam tevens [slachtoffer] de woning binnen. Direct naar binnenkomst kwam [slachtoffer] op verdachte afgelopen en werd verdachte door [slachtoffer] in het gezicht geslagen.2 3 4 Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Op grond van de getuigenverklaringen kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft geslagen toen het slachtoffer de woning wilde verlaten. Ook heeft verdachte het slachtoffer, nadat [slachtoffer] op de grond was terechtgekomen, geslagen en geschopt. Standpunt van de verdachte / de verdediging Namens verdachte is onder meer aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Gelet op de verklaring van onder meer het slachtoffer kan niet worden bewezen dat het slachtoffer als gevolg van het handelen van verdachte pijn en/of letsel heeft bekomen. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Zoals reeds hiervoor is overwogen heeft [slachtoffer] verdachte geslagen. Hierna hebben [naam] en verdachte tezamen op hardhandige wijze gepoogd [slachtoffer] de woning uit te werken. Dat [slachtoffer] hierbij pijn en/of letsel heeft opgelopen kan blijken uit zijn verklaring die hij heeft afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij door het handelen van [naam] en verdachte blauwe plekken heeft opgelopen en last had van zijn linkerarm.5 Echter kan niet worden bewezen dat dit is veroorzaakt door het handelen van verdachte. Niet is uit te sluiten dat de pijn en/of letsel is veroorzaakt door [naam], dan wel doordat [slachtoffer], tijdens de ontstane worsteling, ten val is gekomen. Nu niet kan worden bewezen dat [slachtoffer] door het handelen van verdachte letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde. Vordering tenuitvoerlegging De rechtbank zal de door de officier van justitie gevorderde (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof te Arnhem d.d. 9 maart 2009 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden afwijzen nu de rechtbank verdachte vrij zal spreken ten aanzien van het ten laste gelegde feit. Beslissing De rechtbank: * verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; * wijst af de vordering van de officier van justitie van 14 oktober 2009, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van gerechtshof te Arnhem van 9 maart 2009 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. Aldus gewezen door mr. Kleinrensink, voorzitter, mrs. Feraaune en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december
  2. 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0610/09-204639, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-West Veluwe, gesloten en ondertekend op 11 juni
  3. 2 Proces-verbaal van aangifte van [verdachte], dossierpagina's 25-
  4. 3 Proces-verbaal van aangifte van [naam], dossierpagina's 47-
  5. 4 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], dossierpagina's 41-
  6. 5 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], dossierpagina's 41-44.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.