← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827

Sector Bestuursrecht Meervoudige kamer Reg.nrs.: 08/2197 en 08/2206 WET Uitspraak in de gedingen tussen: Stichting voor Christelijk Onderwijs te Harderwijk, eiseres, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk verweerder.

  1. Procesverloop Bij besluit van 18 december 2007 heeft verweerder de door eiseres aangevraagde onderwijshuisvesting op het Programma 2008 geplaatst. Bij besluit van 22 april 2008 heeft verweerder aan eiseres goedkeuring verleend voor het ingediende bouwplan voor een nieuw op te richten 18-klassig schoolgebouw voor Het Startblok in Drielanden-West. Hierbij is tevens door verweerder medegedeeld dat de kosten voor een deel van de ICT-infrastructuur, waaronder de bekabeling en de patchkast, niet ten laste komen van de gemeente Harderwijk. Bij besluit van 30 mei 2008, verzonden 3 juni 2008, heeft verweerder - uitgaande van de goedgekeurde bouwplannen - de stichtingskosten vastgesteld op € 4.056.157,-- (incl. BTW). Hierbij heeft verweerder meegedeeld dat op de door eiseres aangeleverde stichtingskosten een bedrag van € 30.000,-- voor de kosten van databekabeling e.d. in mindering is gebracht. Eiseres heeft tegen beide besluiten bezwaar gemaakt. Bij besluit van 19 november 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard. Namens eiseres heeft [naam A] van [naam bedrijf] voor scholen, gevestigd te Leeuwarden, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 26 november 2009, waar namens eiseres [naam A] en [naam B] zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Wortelboer en A.D. Deelen, bijgestaan door mr. R.D. Lubach, advocaat te Amsterdam.
  2. Overwegingen 2.1 De rechtbank stelt vast, gelet op het verhandelde ter zitting, dat uitsluitend nog tussen partijen in geschil is of verweerder terecht heeft besloten een bedrag van € 30.000,-- ten behoeve van de ICT-infrastructuur (bestaande uit een patchkast en databekabeling) in mindering te brengen op de door eiseres aangeleverde stichtingskosten. 2.2 In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de onderhavige ICT-infrastructuur niet bekostigd moet worden via het bouwkrediet op basis van de feitelijke kosten, maar via de bekostiging van de zogeheten eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair, op basis van een genormeerde vergoeding. Nadat deze genormeerde vergoeding heeft plaatsgevonden, dient de ICT-infrastructuur via de materiële instandhoudingsvergoeding van het Rijk te worden bekostigd. 2.3 Eiseres heeft aangevoerd dat de kosten voor de ICT-infrastructuur moeten worden aangemerkt als bouwkosten van het nieuw te bouwen schoolgebouw. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiseres naar de specificatie van nieuwbouwkosten zoals geformuleerd in het VNG Praktijkboek. Hierin wordt datanetwerk specifiek genoemd. Tevens heeft eiseres verwezen naar een in 1985 opgemaakte specificatie van alle tot een nieuwbouw behorende voorzieningen. Ten slotte maakt eiseres een vergelijking met elektriciteitsbedrading en telefoonbekabeling, welke respectievelijk vanuit de meterkast en de telefooncentrale door de kabelgoten naar de stopcontacten lopen. De ICT-bekabeling loopt vanuit een patchkast naar de stopcontacten. 2.4 De rechtbank is van oordeel dat de ICT-infrastructuur een wezenlijk onderdeel vormt van een schoolgebouw en de aanleg hiervan noodzakelijk is om een nieuw schoolgebouw functioneel te kunnen gebruiken. De hiermee gepaard gaande kosten dienen dan ook als nieuwbouwkosten van het schoolgebouw te worden aangemerkt. De rechtbank acht de onderhavige ICT-infrastructuur, gelet op de aard en de aanleg hiervan, vergelijkbaar met een (eveneens voor een schoolgebouw noodzakelijke) telefoon- en elektriciteitsaansluiting. Dergelijke voorzieningen vielen blijkens de door de Rijksoverheid geformuleerde stichtingskosten, als zijnde 'elektrische installatie en installatiekosten (tele)-communicatieinstallaties PTT/intercom/leidingen radio/tv', reeds in 1985 onder de bouwkosten van een op te richten schoolgebouw. Voorts kan de rechtbank uit de door verweerder in beroep overgelegde stukken niet afleiden dat de aanleg van de ICT-infrastructuur niet onder de bouwkosten zou vallen. Deze stukken zien naar het oordeel van de rechtbank op het dagelijkse gebruik van ICT in het onderwijs (nadat de ICT-infrastructuur reeds is gerealiseerd) en meer in het bijzonder op de opbouw van de bekostiging van de materiële instandhouding. Nu de ICT-bekabeling in dezelfde kabelgoten wordt aangelegd als de elekticiteits- en telefoonbedrading, vermag de rechtbank ten slotte niet in zien waarom verweerder uit pragmatische redenen wel extra stopcontacten, kabelgoten en grotere groepenkasten via het bouwkrediet pleegt te vergoeden, maar niet de ICT-bekabeling en de patchkast. Bovenstaande brengt met zich dat de kosten ten behoeve van de ICT-infrastructuur moeten worden aangemerkt als nieuwbouwkosten die ten laste komen van het bouwkrediet. Verweerder heeft derhalve ten onrechte een bedrag van € 30.000,-- in mindering gebracht op de door eiseres aangeleverde stichtingskosten. Hierdoor berust het bestreden besluit op een ondeugdelijke motivering en het komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank zal verweerder opdragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarbij zal verweerder tevens een beslissing dienen te nemen op het verzoek om vergoeding van de in de bezwaarfase gemaakte kosten van rechtsbijstand. 2.5 De rechtbank ziet in de vernietiging van het bestreden besluit aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zoals dat luidde tot 1 oktober 2009, kent de rechtbank ter zake van verleende rechtsbijstand 2 punten toe, waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd.
  3. Beslissing De rechtbank: - verklaart de beroepen gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen; - bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 288,-- aan eiseres voldoet; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,--, ter zake van verleende rechtsbijstand. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.S. de Vries, voorzitter, en mrs. Tj. Gerbranda en E.J.J.M. Weyers, leden. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 december 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.