RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer 06/460321-09 Uitspraak d.d. 14 juli 2010 Tegenspraak / dip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats, 1948], wonende [adres]. Raadsman mr. Kasem, advocaat te Amsterdam. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni 2010. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 augustus 2005 tot en met 4 juli 2009 te Putten, met [slachtoffer A], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(
- en)heeft gepleegd, die bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], hebbende verdachte - meermalen, althans eenmaal met zijn vinger(
- s)de vagina van die [slachtoffer A] binnengedrongen, terwijl hij (tegelijkertijd) zichzelf heeft afgetrokken en/of - meermalen, althans eenmaal met zijn tong de vagina van die [slachtoffer A] binnengedrongen en/of hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 augustus 2005 tot en met 4 juli 2009 te Putten, met [slachtoffer A], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(
- en)heeft gepleegd, bestaande uit - het meermalen, althans eenmaal betasten van de vagina, althans de schaamstreek van die [slachtoffer A], terwijl hij (tegelijkertijd) zichzelf heeft afgetrokken en/of - het meermalen, althans eenmaal likken van de vagina, althans de schaamstreek van die [slachtoffer A]; art 244 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 4 juli 2009 te Putten, met [slachtoffer B], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(
- en)heeft gepleegd, bestaande uit - het meermalen, althans eenmaal betasten (over de kleren) van de vagina, althans de schaamstreek van die [slachtoffer A]; art 247 Wetboek van Strafrecht Overwegingen ten aanzien van het bewijs1 A. Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Nu de rechtbank het verzoek tot aanhouding van de zaak met verwijzing naar de rechter-commissaris voor het verrichten van nadere onderzoekshandelingen heeft afgewezen, vordert de officier van justitie vrijspraak van beide ten laste gelegde feiten. B. Standpunt van de verdachte / de verdediging De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde feit. Er is onvoldoende wettig bewijs, nu de verklaringen van [slachtoffer A] geen ondersteuning vinden in enig ander bewijsmiddel. Daarnaast is de verklaring van [slachtoffer A] onbetrouwbaar, omdat deze innerlijke tegenstrijdigheden bevat. Ook ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu de verklaring van [slachtoffer B] geen ondersteuning vindt in enig ander bewijsmiddel. Er is derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig. C. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank stelt vast dat zowel verdachte en zijn vrouw als de familie [achternaam slachtoffer A en B] reeds vele jaren in de weekeinden verbleven op de camping [naam camping] te Putten. [slachtoffer A] (geboren op 3 mei 2002, hierna te noemen: "[slachtoffer A]") en [slachtoffer B] (geboren op 26 augustus 2003, hierna te noemen: "[slachtoffer B]") speelden al jaren geregeld op de kavel en in de caravan van verdachte en zijn vrouw. Op 16 juli 2009 deed [vader] aangifte2 van seksueel misbruik van zijn dochter, [slachtoffer A]. [slachtoffer A] had hem op 4 juli 2009 verteld dat verdachte, zakelijk weergegeven, ontuchtige handelingen met haar had gepleegd. Op 28 juli 2009 is [slachtoffer A] door de politie gehoord3 in een kindvriendelijke studio te Nijverdal. [slachtoffer A] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat verdachte al gedurende lange tijd veelvuldig ontuchtige handelingen met haar pleegde. Op 4 augustus 2009 deed [moeder], echtgenote van [vader] en moeder van [slachtoffer A] en [slachtoffer B], aangifte4 van ontucht van [slachtoffer B] door verdachte. [slachtoffer B] had inmiddels tegen haar moeder gezegd, zakelijk weergegeven, dat verdachte ook jegens haar ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Op 18 augustus 2009 is [slachtoffer B] door de politie gehoord5 in een kindvriendelijke studio te Nijverdal. [slachtoffer B] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat verdachte recentelijk eenmalig ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd. Verdachte heeft zich bij de politieverhoren op zijn zwijgrecht beroepen. Ter zitting heeft verdachte een ontkennende verklaring met betrekking tot beide ten laste gelegde feiten afgelegd. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de twee ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Tegenover de strikte ontkenning van verdachte staat ten aanzien van feit 1 slechts de verklaring van [slachtoffer A] en ten aanzien van feit 2 slechts die van [slachtoffer B]. Deze verklaringen worden niet door bewijsmiddelen uit andere bron ondersteund. Voor beide feiten geldt derhalve dat er niet is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum en dat vrijspraak dient te volgen. Beslissing De rechtbank: * verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Van Valderen en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schippers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juli 2010. Eindnoten 1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal met het registratienummer 2009023963-7, van de Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team recherche Noordwest Veluwe, gedateerd 20 augustus 2009. 2 Aangifte [vader], dossierpagina's 24, 25 en 26. 3 Verhoor [slachtoffer A], dossierpagina's 31 tot en met 39 4 Aangifte [moeder], dossierpagina's 75 en 76 5 Verhoor [slachtoffer B], dossierpagina's 79 tot en met 82