← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO1071

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/667005-10 (ontneming) Uitspraak d.d.: 20 oktober 2010 Tegenspraak / dip Raadsman: mr. F.A. Weijzen te Utrecht VONNIS (ex artikel 36e Sr.) In de zaak betreffende: [verdachte], geboren te [plaats] (destijds Joegoslavië, thans Kosovo), op [1967], thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem, hierna te noemen: betrokkene. Procesgang Bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank van 20 oktober 2010 is de betrokkene, voorzover hier van belang, ter zake van het in zijn strafzaak bewezenverklaarde, gekwalificeerd als: 1 en 2 telkens: diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, althans alleen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

  1. poging tot diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, althans alleen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;
  2. in het bezit zijn van een vals reisdocument terwijl hij weet dat het vals of vervalst is; tot straf veroordeeld. Onderzoek van de zaak Deze beslissing is genomen naar aanleiding van de in het openbaar gehouden terechtzitting van 6 oktober 2010, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, betrokkene en zijn raadsman. Vordering van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft in de aan de veroordeelde betekende vordering strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel het te ontnemen bedrag gesteld op € 32.245,--. Naar aanleiding van een opgemaakt aanvullend proces-verbaal heeft zij de vordering ter zitting naar boven bijgesteld tot een bedrag van € 39.664,--. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de vordering. Standpunt van de verdediging Namens betrokkene is aangevoerd dat, gelet op de bepleite vrijspraak in de strafzaak, de vordering afgewezen dient te worden. Beoordeling van vordering Naar het oordeel van de rechtbank heeft betrokkene tot het hierna vermelde bedrag wederrechtelijk voordeel verkregen door middel van - of uit baten van de in zijn strafzaak bewezenverklaarde feiten. De rechtbank grondt haar overtuiging dat de betrokkene vorenbedoeld voordeel heeft verkregen op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel. Vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel1 Bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel hanteert de rechtbank de berekeningsmethode als vermeld in het aanvullend proces-verbaal2 van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank stelt de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 39.664,--. Aangezien betrokkene bij voormeld vonnis is veroordeeld tot schadevergoeding aan de benadeelde [tankstation A] / [slachtoffer A] tot een bedrag van € 1.406,60, dient deze vordering ingevolge artikel 36e, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, in mindering te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. Herberekening Wederrechtelijk verkregen voordeel € 39.664,-- [tankstation A] / [slachtoffer A] € 1.406,60 __________ Verkregen voordeel € 38.257,40 Omvang van de betalingsverplichting Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de betrokkene de verplichting opleggen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat aan de Staat te betalen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank * stelt het bedrag waarop het door de betrokkene, voornoemd, wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 38.257,40; * legt aan de betrokkene, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal € 38.257,40 (achtendertigduizend tweehonderdzevenenvijftig euro en veertig eurocent). Aldus gewezen door mrs. Van Valderen, voorzitter, Gilhuis en Aufderhaar, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2010 Mr. Aufderhaar is buiten staat mede te ondertekenen. Voetnoten: 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij proces-verbaal nummer MINI 04BMC1007, gesloten en ondertekend op 4 augustus
  3. 2 Aanvullend proces-verbaal van berekening van het wederrechterlijk verkregen voordeelgesloten en ondertekend op 6 september 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.