← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4091

vonnis RECHTBANK ZUTPHEN Sector Civiel – Afdeling Handel zaaknummer / rolnummer: 116984 / KG ZA 10-319 Vonnis in kort geding van 16 november 2010 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEERENDAEL VASTGOED B.V., gevestigd te Lochem, eiseres, advocaat mr. E.P.W. Korevaar te Apeldoorn, tegen

  1. [gedaagde sub. 1], wonende te [plaats], en
  2. ZIJ DIE VERBLIJVEN OP HET PERCEEL GELEGEN TE [plaats aan adres 1 en 2], gedaagden, niet verschenen. Partijen zullen hierna mede Heerendael respectievelijk gedaagden genoemd worden.
  3. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 november 2010, waarbij tegen gedaagde onder
  4. verstek is verleend en de beslissing over verlening van verstek tegen de overige gedaagden is aangehouden; - het nagekomen faxbericht d.d. 9 november 2010 van de advocaat van Heerendael, waarin hij mededeelt dat de advertentie houdende de oproeping van gedaagden onder
  5. niet in het daartoe benaderde dagblad De Stentor is geplaatst en dat derhalve geen sprake is van een geldige dagvaarding jegens gedaagden onder
  6. De beoordeling 2.
  7. Nu niet is voldaan aan de vereiste bekendmaking van een uittreksel van het exploot aan gedaagden onder
  8. in een (landelijk of regionaal) dagblad, is de dagvaarding nietig jegens gedaagden onder
  9. Derhalve zal geen verstek worden verleend tegen gedaagden onder
  10. en zal Heerendael niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen jegens gedaagden onder
  11. 2.
  12. Voorts zal de (mede) jegens gedaagde onder
  13. gevorderde schadevergoeding worden afgewezen, aangezien Heerendael niet heeft gesteld dat zij spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen tot schadevergoeding. Immers voor de vraag of toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding geïndiceerd is, moet volgens de Hoge Raad niet alleen worden onderzocht of het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden, welke meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Terughoudendheid acht de Hoge Raad geboden. Voormelde feiten en omstandigheden zijn niet gesteld door Heerendael. 2.
  14. De gevorderde ontruiming komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen. 2.
  15. De voorzieningenrechter ziet af van het inwinnen van inlichtingen bij burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem over het al dan niet bepalen van een termijn waarbinnen de ontruiming niet ten uitvoer kan worden gelegd als bedoeld in artikel 557 a Rv, op grond dat hij dit in verband met de aan het monumentale pand gepleegde vernielingen onverenigbaar acht met het belang van Heerendael. 2.
  16. Nu sprake is van een civielrechtelijke ontruiming, kan het door Heerendael gestelde met betrekking tot strafrechtelijke ontruiming buiten beschouwing blijven. 2.
  17. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.
  18. De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  19. verklaart Heerendael niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens gedaagen onder 2.; 3.
  20. veroordeelt gedaagde onder
  21. om het pand aan de [adres 1 en 2 te plaats], kadastraal bekend als [plaats kadastraal nummer A en B], binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden; 3.
  22. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  23. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 3.
  24. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G. Vrieze en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.