← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2011:BP1190

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/850291-10 Uitspraak d.d.: 18 januari 2011 Tegenspraak / dnip, oip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte C], geboren te [plaats op 1990], wonende te [plaats, adres]. Raadsman: mr. L. de Leon te Utrecht. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 oktober 2010 en 4 januari 2011. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van de maand januari 2009 tot en met de maand januari 2010 te Apeldoorn, in elk geval in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland met [slachtoffer A] (geboren [1994]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(

  1. en)heeft gepleegd, die bestond(
  2. en)uit of mede bestond(
  3. en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], hebbende verdachte die [slachtoffer A] met zijn, verdachtes, penis vaginaal en/of oraal gepenetreerd; art 245 Wetboek van Strafrecht Aanleiding van het onderzoek1 1. [slachtoffer A], geboren op [1994], heeft - in het kader van een gesprek met de politie over haar prostitutiewerkzaamheden voor [medeverdachte A] - verklaard dat zij verdachte gepijpt heeft en dat verdachte met zijn penis in haar vagina is geweest.2 Standpunt van het openbaar ministerie 2. De officier van justitie heeft ter terechtzitting vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat een veroordeling, gezien verdachtes ontkenning, niet gebaseerd kan worden op slechts de verklaring van aangeefster. Standpunt van de verdachte / de verdediging 3. Door en namens verdachte is het standpunt van de officier van justitie onderschreven, nu verdachte ontkent het ten laste gelegde te hebben gepleegd. Beoordeling door de rechtbank 4. Naar het oordeel van de rechtbank dient verdachte te worden vrijgesproken, nu er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is dat hij het ten laste gelegde heeft begaan. Daartoe overweegt de rechtbank dat de verklaring van [slachtoffer A] niet (in voldoende mate) ondersteund wordt door enig ander bewijsmiddel. Vordering tot schadevergoeding 5. De benadeelde partij [slachtoffer A], wonende aan de [adres te plaats] (bankrekeningnummer: [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5.500,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde. 6. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partij derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering. Beslissing De rechtbank: * verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; * verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering. Aldus gewezen door mrs. Davids, voorzitter, Van Valderen en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 januari 2011. Voetnoten: 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0620/2009111745, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, Team Recherche gesloten en ondertekend op 1 mei 2010. 2 Proces-verbaal van bevindingen betreffende een samenvatting van het verhoor van [slachtoffer A] (p.1652) en processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer A] (p.1669-1670 en 1678).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.