RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/940420-10 Uitspraak d.d.: 28 januari 2011 tegenspraak / dip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats op 1986], thans gedetineerd in het huis van bewaring te Zutphen. raadsman: mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2011. De tenlastelegging Nadat ter terechtzitting de tenlastelegging is gewijzigd is aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in de periode van 1 september 2010 tot en met 25 oktober 2010, in de gemeente(
(3)paralyzers van categorie II onder 5°, te weten voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, overgedragen aan een persoon, en voornoemde wapens voorhanden gehad en -in de periode van 25 augustus 2010 tot en met 25 oktober 2010, te Zwolle en/of te Hasselt, een wapen, te weten een paralyzer/stroomstootwapen (Security Plus) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, heeft overgedragen aan [naam 2] en/of [naam 3], en voornoemd wapen voorhanden gehad; 3. (primair) hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2010 tot en met 25 oktober 2010, in de gemeente Apeldoorn en te Hasselt en te Zwolle en te Rotterdam en te Utrecht (telkens) een gewoonte of beroep gemaakt van het overdragen van wapens, immers heeft hij, verdachte, -op een tijdstip in de periode van 26 augustus 2010 tot en met 25 oktober 2010, te Hasselt en te Zwolle, een wapen van categorie I onder 7, te weten een (CO2)pistool (Beretta, type Elite, kal 4,5
- mm)overgedragen aan [naam 2] en/of [naam 3] en voorhanden gehad en -op 11 september 2010, te Rotterdam, een wapen van categorie I onder 7, te weten een (CO2)pistool (Beretta, type Elite, kal 4,5
- mm)overgedragen aan [naam 4] en voorhanden gehad en -op een tijdstip in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 25 oktober 2010, te Utrecht, een wapen van categorie I onder 7, te weten een (CO2)pistool (Beretta, type Elite, kal 4,5
- mm)overgedragen aan [naam 6] en voorhanden gehad en -op een tijdstip in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 25 oktober 2010, te Apeldoorn, een wapen van categorie I onder 7, te weten een (CO2)pistool (Beretta, type Elite, kal 4,5
- mm)overgedragen aan [naam 7]j en voorhanden gehad. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven: 1 primair: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie meermalen gepleegd (munitie) en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (wapens), terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt en handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (munitie) en handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (wapens), terwijl hij van verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt; 2 primair: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt en handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt; 3 primair: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens een beroep of gewoonte heeft gemaakt. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Ad informandum gevoegde zaken De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder de parketnummer 06/940420-10, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen. Oplegging van straf De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar geëist. De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat bepleit een maximale gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden op te leggen en een groter deel dan door de officier van justitie is geëist voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft een aanzienlijk aantal vuurwapens en munitie voorhanden gehad en overgedragen aan personen. Het bezit van dergelijke wapens vergroot de maatschappelijke onveiligheid. Het voorhanden hebben van vuurwapens met bijbehorende munitie kan een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengen. Ook heeft verdachte categorie II wapens, te weten stroomstootwapens/paralyzers en categorie I wapens, voorhanden gehad en overgedragen. Verdachte heeft gedurende een relatief korte periode, een aanzienlijk aantal wapens van verschillende categorieën verhandeld. Verdachte heeft ook internetsites opgericht om de wapens te verkopen. De rechtbank heeft ten voordele van verdachte rekening gehouden met het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat hij bij de politie volledige openheid van zaken heeft gegeven. De rechtbank houdt ook rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsrapport van 29 december 2010, waaruit blijkt dat de kans op recidive als matig wordt ingeschat. Wel wordt aangegeven dat verdachte een spanningzoeker is en dat het recidiverisico mede wordt beïnvloed door de keuzes die verdachte in de toekomst zal maken. Door de reclassering wordt gesteld dat er geen contra-indicatie is voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ook is verdachte in staat om na detentie een werkstraf uit te voeren, aldus de reclassering. Mede gelet op de ernst van het feit en vergelijkbare uitspraken is de rechtbank van oordeel dat een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, passend is. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met daarnaast een werkstraf voor de maximale duur van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis passend en geboden. Mede gelet op het reclasseringsrapport en hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen, ziet de rechtbank geen redenen om reclasseringstoezicht op te leggen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 25, 31, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie. Beslissing De rechtbank: * verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan; * verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; * verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: 1 primair: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie meermalen gepleegd (munitie) en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (wapens), terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt en handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd (munitie) en handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (wapens), terwijl hij van verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt; 2 primair: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt en handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt; 3 primair: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens een beroep of gewoonte heeft gemaakt. * verklaart verdachte strafbaar; * veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden; * bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; * beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; * veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende 240 (tweehonderveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen. Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Ouweneel en Aufderhaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2011. De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Voetnoten: 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL04002010097106, Regiopolitie IJsselland, team Deventer, gesloten en ondertekend op 14 december 2010. 2 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 169-178) en proces-verbaal van bevindingen (pagina 179-184). 3 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 185-192). 4 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 193-198). 5 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 410-416). 6 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 1] (pagina 403-409). 7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 46-47). 8 Een schriftelijk bescheid, zijnde een lijst met in beslag genomen goederen onder verdachte (pagina 866). 9 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 646-648), proces-verbaal van bevindingen (pagina 649-655) en proces-verbaal van bevindingen (pagina 679-682). 10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 58-65 en 656-673). 11 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 646 en 648), proces-verbaal van bevindingen (pagina 649) en proces-verbaal van bevindingen (pagina 674-678). 12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 4] (pagina 538-540). 13 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 541-542). 14 Proces-verbaal van wapenonderzoek (pagina 399-402). 15 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 6] (pagina 686-690). 16 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 715-718). 17 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 7] (pagina 725-727). 18 Proces-verbaal van veiligstellen en onderzoek gegevensdragers (pagina 732-744). 19 Proces-verbaal van bevindingen (pagina 752-755). 20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 58-65, 656-673 en 745-751). 21 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 67 en 69).