RECHTBANK ZUTPHEN Sector Bestuursrecht Enkelvoudige kamer Reg.nr.: 09/63 Uitspraak in het geding tussen: [eiser] te [plaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Epe verweerder. [derde partij] bv Derde-partij.
- Procesverloop Bij brief van 20 maart 2008 heeft verweerder aan de derde-partij medegedeeld dat van rechtswege bouwvergunning is verleend voor de oprichting van een brandwerende overkapping op het perceel, plaatselijk bekend [adres te plaats]. Bij besluit van 11 december 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld. Bij besluit van 29 april 2009 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken, eisers bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 20 maart 2008 herroepen. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Het beroep is behandeld ter zitting van 6 januari 2011, waar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. J.C.F. Kooijmans, advocaat te Zwolle. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Oostwoud en S. van der Maden. De derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door M.S.G.U. de Vries en mr. N.S. Commijs, advocaat te Zwolle.
- Overwegingen Ter beoordeling staat of eiser een rechtens te beschermen belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het onderhavige beroep. Met de herroeping van het besluit van 20 maart 2008 is verweerder immers geheel tegemoetgekomen aan het beroep van eiser. Niet is gebleken dat eiser thans nog procesbelang heeft. Dat eiser wenst om – op principiële gronden – een rechterlijk oordeel te verkrijgen over de juistheid van het standpunt van verweerder dat het bouwplan op onderdelen niet in strijd is met het bestemmingsplan en over de vraag of verweerder de belangen van eiser voldoende in ogenschouw heeft genomen, levert geen rechtens te beschermen belang op. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State, waaronder de uitspraak van 12 augustus 2009 (zaak nr. 200808148/1, www.raadvanstate.nl). Het beroep is niet-ontvankelijk. Nu niet kan worden gezegd dat eiser het beroep ten onrechte heeft ingesteld, is er aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van eiser. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden ter zake van rechtsbijstand 2 punten toegekend, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd. Ook is er aanleiding om verweerder te gelasten het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
- Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 145,00 aan eiser vergoedt; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 644,00, te betalen aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2011.