← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4388

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/460301-09 Uitspraak d.d. 9 augustus 2011 tegenspraak / dnip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1949], wonende te [adres]. Raadsman: P.R. Hogerbrugge advocaat te Ermelo. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juli 2011. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in omstreeks de periode van 27 november 1995 tot en met 30 september 2002 te Epe en/of te Wissel en/of te Dijkhuizen en/of te Zuuk, althans in de gemeente Epe, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1982]), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(

  1. en)heeft gepleegd, die (telkens) bestond(
  2. en)uit of mede bestond(
  3. en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte - meermalen, althans eenmaal zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd, althans zich door die [slachtoffer] laten pijpen art 243 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 november 1995 tot en met 26 november 1998 te Epe en/of Wissel en/of Dijkhuizen en/of Zuuk, althans in de gemeente Epe, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1982]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(
  4. en)heeft gepleegd, die (telkens) bestond(
  5. en)uit of mede bestond(
  6. en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die die [slachtoffer], hebbende verdachte - meermalen, althans eenmaal zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd, althans zich door die [slachtoffer] laten pijpen; art 245 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 november 1995 tot en met 30 september 2002 te Epe en/of Wissel en/of Dijkhuizen en/of Zuuk, althans in de gemeente Epe, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1982]), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(
  7. en)heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit - het meermalen, althans eenmaal in zijn, verdachte, mond nemen va de penis van die [slachtoffer], althans het pijpen van die [slachtoffer]; en/of hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 november 1995 tot en met 26 november 1998 te Epe en/of Wissel en/of Dijkhuizen en/of Zuuk, althans in de gemeente Epe, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1982]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(
  8. en)heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit - het meermalen, althans eenmaal in zijn, verdachte, mond nemen va de penis van die [slachtoffer], althans het pijpen van die [slachtoffer]; art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij op één of meer tijdstip(pen) in omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 29 april 2009 te Epe en/of te Wissel en/of te Dijkhuizen en/of te Zuuk, althans in de gemeente Epe, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1982]), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(
  9. en)heeft gepleegd, die (telkens) bestond(
  10. en)uit of mede bestond(
  11. en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte - meermalen, althans eenmaal zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd, althans zich door die [slachtoffer] laten pijpen en/of - meermalen, althans eenmaal zijn, verdachtes, vinger(
  12. s)in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of gedraaid en/of en/of hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober tot en met 29 april 2009 te Epe en/of Wissel en/of Dijkhuizen en/of Zuuk, althans in de gemeente Epe, (telkens) met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, één of meer ontuchtige handeling(
  13. en)heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit - het meermalen, althans eenmaal in zijn, verdachtes, mond nemen van de penis van die [slachtoffer], althans het pijpen van die [slachtoffer] en/of - het meermalen, althans eenmaal laten inbrengen van de vinger(
  14. s)van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, anus en/of - het meermalen, althans eenmaal laten inbrengen van de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, anus; art 243 Wetboek van Strafrecht Overwegingen ten aanzien van het bewijs1 Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek Op 26 mei 2009 werd aangifte gedaan door [slachtoffer] van seksueel misbruik. Naar aanleiding van het daarna gestarte onderzoek is verdachte aangehouden, verhoord en vervolgens heengezonden. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem tenlastegelegd is. De officier van justitie heeft hiertoe naar voren gebracht dat voor hetgeen tenlastegelegd is een tweetal belangrijke elementen niet bewezen verklaard kan worden. Allereerst is de officier van justitie van mening dat verdachte gelet op diens verstandelijke beperkingen niet kon weten dat aangever niet in staat was zijn wil te bepalen ten tijde van het plaatsvinden van de seksuele handelingen. Hij heeft zich hierbij gebaseerd op het rapport van het psychologisch onderzoek dat over verdachte is uitgebracht en heeft daaromtrent navraag gedaan bij het landelijk Expertise Centrum Bijzondere Zedenzaken. De officier van justitie is voorts van mening dat niet bewezen verklaard kan worden dat de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden toen aangever nog geen 16 jaar oud was. Er is immers geen steunbewijs voor de verklaring van aangever hierover in het dossier aanwezig, aldus de officier van justitie. Standpunt van de verdachte / de verdediging De raadsman heeft ter terechtzitting integrale vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe naar voren gebracht dat er geen sprake is van een verwijtbare wederrechtelijke gedraging aan de zijde van verdachte nu hij niet wist dat aangever niet in staat was zijn wil te bepalen. Voorts kan inderdaad niet worden vastgesteld of er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden voordat aangever 16 jaar was. Beoordeling door de rechtbank Aan verdachte is - samengevat - tenlastegelegd het seksueel binnendringen van een persoon terwijl hij wist dat die persoon een zodanig gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens had dat deze niet in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen, het seksueel binnendringen van een persoon beneden de zestien jaar, het plegen van ontucht met een persoon terwijl hij wist dat die persoon een zodanig gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens had dat die niet in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen en het plegen van ontucht met een persoon beneden de zestien jaar. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de ten laste gelegde wetenschap bij verdachte, noch voor de omstandigheid dat het seksuele binnendringen heeft plaatsgevonden voordat aangever de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Uit het pro justitia rapport betreffende een psychologisch onderzoek over verdachte gedateerd 15 december 2010 blijkt immers dat verdachte een IQ heeft van 54 en dat dergelijke beperkte verstandelijke vermogens met zich meebrengen dat verdachte het niveau van anderen niet goed kan inschatten. Deze wetenschap in onderlinge samenhang bezien met de omstandigheid dat niet uit het dossier is gebleken dat aangever signalen aan verdachte heeft gegeven waaruit verdachte kon afleiden dat hij het niet wilde, brengt mee dat er niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van wetenschap bij verdachte. Voorts kan naar het oordeel van de rechtbank uit het dossier niet blijken dat het seksuele binnendringen heeft plaatsgevonden voordat aangever de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Voornoemde omstandigheden in onderlinge samenhang bezien brengen de rechtbank tot het oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem tenlastegelegd is. Vordering benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer], [adres] (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 11.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces met betrekking tot het tenlastegelegde. Met dien verstande dat het gevorderde bedrag als een voorschot dient te worden beschouwd. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu het ten laste gelegde niet tot een bewezenverklaring kan leiden. Beslissing De rechtbank: * verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. * verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], [adres] niet-ontvankelijk in zijn vordering. Aldus gewezen door mrs. Van Valderen, voorzitter, Verheul en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Banga, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2011. 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0612/ 09-205002, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-West Veluwe, gesloten en ondertekend op 6 augustus 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.