Beslissing RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Parketnummer: 06/460548-05 (vordering verlenging TBS) Raadsman: mr. J. Vlug, advocaat te Deventer. Op 4 januari 2011 is ter griffie van deze rechtbank ingediend een vordering d.d. 30 december 2010 van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van: [veroordeelde], geboren op [1975, te plaats], thans verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Oldenkotte in Rekken, met een termijn van twee jaar. De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 25 januari 2007 en ingegaan op 16 februari 2007 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 18 maart
- De vordering is op 2 februari 2011 op de openbare terechtzitting behandeld. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt. De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder: • een verlengingsadvies d.d. 28 december 2010 van dr. T. Kuipers (psychiater, plaatsvervangend hoofd van de inrichting en directeur patiëntenzorg), verbonden aan de Pompestichting te Nijmegen; • een afschrift van de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid in de periode van I september 2010 tot en met 25 januari
- Motivering De vordering is binnen de in artikel 5090 van het Wetboek van Strafvordering vermelde termijn ingediend. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij haar vordering. Door en namens betrokkene is gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. De raadsman heeft daartoe naar voren gebracht dat veroordeelde niet goed kan functioneren binnen het kader van de terbeschikkingstelling, omdat hij in die situatie teveel onder druk wordt gezet. Wanneer die druk wegvalt, schat de raadsman het risico dat veroordeelde een ernstig geweldsdelict zal begaan beduidend lager in. Subsidiair heeft de raadsman bepleit de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Uit het verlengingrapport en de ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige EJ .M. Schutgens (behandelcoördinator van de Pompestichting) komt het volgende naar voren . Bij betrokkene is sprake van ernstige problematiek in de vorm van ernstige persoonlijkheidsproblematiek, afhankelijkheid van verschillende middelen en zwakbegaafdheid. In de persoonlijkheid vallen egocentrisme, impulsiviteit, prikkelbaarheid, externalisatie en gebrek aan empathie op. Hij kan op zelfdestructieve wijze reageren op soms geringe krenkingen en frustraties. Het delict wordt hoofdzakelijk verklaard vanuit de ernstige persoonlijkheidsproblematiek waarbij egocentrisme en gebrek aan empathie maken dat betrokkene alleen oog heeft voor zijn eigen behoeften en deze direct bevredigd wil zien, ook ten koste van anderen. Zijn impulsiviteit en zwakbegaafdheid maken dat betrokkene geen remming kan aanbrengen in zijn gedrag. De ontremmende effecten van drugs verlagen de drempel om geweld in te zetten nog verder. De geboden behandeling richt zich hoofdzakelijk op de persoonlijkheidsproblematiek, waarbij tot op heden het stabiliseren van ernstig agerend, dreigend en agressief gedrag de eerste prioriteit heeft. Gezien het uitblijven van enige vooruitgang in de behandeling wordt de prognose als zeer somber ingeschat. De kans op recidive is vooralsnog als hoog in te schatten, onder andere op basis van veelvuldig ernstig geweld in de voorgeschiedenis, het middelengebruik, de ernstige persoonlijkheidsproblematiek, het gebrek aan ziekte-inzicht en de tot dusverre weinig succesvolle behandeling. Ter terechtzitting heeft de deskundige Schutgens verklaard dat betrokkene op dit moment voor een periode van zeven tot maximaal elf weken is overgeplaatst naar Oldenkotte en daarna weer teruggaat naar de Pompestichting in Nijmegen of Vught. Betrokkene dient op een 'zeer intensieve zorg afdeling' geplaatst te worden. Als op betrokkene behandeldruk wordt uitgeoefend, vertoont hij acting-out gedrag. Dat is de reden dat een aanvraag is gedaan om betrokkene op een long-stayafdeling te plaatsen, aldus Schutgens. Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. Ter terechtzitting heeft veroordeelde aangegeven dat hij reeds 53 dagen in een separeercel verblijft. Betrokkene heeft aangegeven dat hij zich door medewerkers van de Pompestichting niet goed gehoord voelt, met name op het moment dat hij te kennen geeft dat hij een probleem heeft daarover wilt praten. De rechtbank overweegt dat de behandeling van veroordeelde niet van de grond is gekomen. De reden daarvan is dat veroordeelde niet in staat blijkt om behandeldruk te verdragen, hetgeen volgens de deskundigen lijkt te worden verklaard door zijn problematiek, te weten een borderline- en anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. Wanneer veroordeelde indringend(er) wordt benaderd in verband met zijn problemen, worden zijn frustraties hoger en reageert hij zich af. Op verschillende afdelingen van verschillende klinieken heeft veroordeelde (dreigend) gedrag vertoond als gevolg waarvan hij meermalen is overgeplaatst. De kans dat veroordeelde op korte en lange termijn recidiveert in ernstig gewelddadig gedrag is blijkens de adviezen van de deskundigen hoog. Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd voor de duur van twee jaar. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding 0111 de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, zoals door de raadsman is bepleit. Beslissing De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [veroordeelde], voornoemd, voor de tijd van twee jaar; Deze beslissing is gegeven door mr. Gilhuis, voorzitter, mrs. Kleinrensink en Troost, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 februari 2011.