RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer (voor jeugdzaken) Parketnummer: 06/950563-10 Uitspraak d.d. 7 februari 2012 Tegenspraak / dip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] (Angola) op [1993], wonende te [plaats, adres]. Raadsvrouw: mr. H.J. Scholten, advocaat te Zutphen. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2012. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 juli 2010 tot en met 02 augustus 2010 in de gemeente Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogemerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 1] heeft weggenomen een televisie (merk: Panasonic) en/of een home cinema set (merk: Pioneer) en/of meerdere, althans één, laptop(
(6730b)Jolmer, adapter laptop, een Nokia mobiel 6300, een paspoort van [slachtoffer B], een Nokia N73.15 In het proces-verbaal van bevindingen is gerelateerd dat verbalisanten naar [adres]res in plaats] zijn gegaan. Verbalisanten zagen aan de achterzijde van de woning dat er een ruit was vernield en open stond. Zij zagen dat de deur ernaast was getracht te forceren door middel van het slot te verbreken. Het kozijn en de deur waren beschadigd. Op de plek waar de televisie zou moeten staan, lagen alleen nog kabeltjes. Alle slaapvertrekken en een kantoor waren overhoop gehaald. Er stonden op zolder dozen van elektronische apparatuur, waarvan de verbalisanten de serienummers hebben genoteerd.16 Blijkens het proces-verbaal van bevindingen zijn onder medeverdachte [medeverdachte C] onder meer de volgende goederen in beslag genomen: een Gazelle damesfiets, een Acer extensa laptop, HP elitebook laptop, HP 6730b laptop, muis, et-33, muis, HP, zwarte computertas HP, afstandsbediening UPC. Onder medeverdachte [naam 2] is onder meer in beslag genomen een mobiele HTC telefoon, mobiele Nokia telefoon, mobiele rode Samsung telefoon, tas van het merk Eastpak en een flat screen televisie merk Samsung Syncmaster.17 Er is onderzoek verricht naar de historische lijst van de mobiele telefoon met nummer 06-27385619 van medeverdachte [medeverdachte C]. Daaruit komt naar voren dat er op 10 juni 2010 rond 19.36 uur drie keer is gebeld vanaf dit mobiele nummer naar het vaste telefoonnummer van Bergsma[adres]res in plaats].18 Medeverdachte [naam 2] heeft op 9 oktober 2010 bij de politie verklaard dat hij bij de woninginbraa[adres]res te plaats] is geweest, maar dat hij alleen buiten heeft gestaan op de uitkijk. Twee personen hebben de inbraak gepleegd. Hij werd gebeld door iemand die vroeg of hij kwam chillen. Bij de skatebaan trof hij drie personen. Eén ervan is naar huis gegaan, zij waren toen nog met z'n drieën. De andere twee besloten te gaan inbreken en ze vroegen aan hem of hij ook mee wilde doen. Hij zei toen dat hij wel meeging maar dat hij niet mee naar binnen zou gaan. Ze zeiden toen dat hij buiten moest wachten. Hij moest op de uitkijk gaan staan. Hij moest hen roepen als hij het niet vertrouwde. Hij was mee naar achteren gelopen. Het raam aan de achterkant werd ingegooid met een baksteen volgens hem. Hij heeft toen geholpen met het verwijderen van stukken glas uit het raam zodat ze naar binnen konden. Een van de jongens had een klein, zilverkleurig zaklampje bij zich. Hij heeft lang buiten moeten wachten, ongeveer twee uur. Daarna kwamen ze met spullen naar buiten. Een van de twee heeft de spullen verstopt. Hij zag een tas met een beeldscherm en zeker twee laptops. Zij waren samen naar de Esso gelopen. Daar hadden ze wat gegeten. Een van die jongens was naar huis gegaan. Hij liep met die andere jongen naar huis en toen werden zij opgepakt. Daarvoor had die jongen met wie hij was opgepakt de goederen weer gepakt, hij weet niet waar vandaan. De fiets waarop hij was gepakt, was van die jongen.19 In een latere verklaring heeft [naam 2] verklaard dat hij met verdachte, medeverdachte [medeverdachte C] en [naam 6] naar de Esso was gegaan. Toen [medeverdachte C] met de spullen terugkwam, was [naam 2] met [medeverdachte C] meegegaan. [medeverdachte C] had toen ook een fiets bij zich.20 De jongens met wie hij ging inbreken, wisten dat de bewoners niet thuis waren, dat hadden ze hem verteld. Er waren laptops, een computer beeldscherm en mobieltjes gestolen.21 Hij had twee laptoptassen gezien. In de tas zaten ook wat kleinere spullen. Dat waren stekkers en een aantal mobieltjes.22 Op de vraag wie niet bij de inbraak betrokken was, [naam 6], [verdachte C] of [naam 7], antwoordt medeverdachte [naam 2] dat [naam 6] niet bij de inbraak was betrokken.23 Medeverdachte [naam 3], broer van verdachte, heeft op 12 juni 2010 bij de politie verklaard dat hij donderdagavond 10 juni 2010 tot 23.30 uur heeft gewerkt.24 Op 13 juni 2010 heeft hij verklaard dat hij om 00.15 uur was thuis gekomen samen met medeverdachten [naam 2] en [medeverdachte C]. Verdachte was ook thuis. [naam 2] en [medeverdachte C] wilden wat gaan doen. Hij was niet meegegaan. Hij had verdachte gewaarschuwd niet mee te gaan. Verdachte vertelde hem dat ze niks raars gingen doen. Hij zag dat [naam 2], [medeverdachte C] en verdachte weggingen. Om 5.00 uur stonden [naam 2] en [medeverdachte C] weer bij hem voor de deur; hij werd wakker van geklop op de deur. Toen hij ging kijken, zag hij [medeverdachte C] en [naam 2]. Zij vertelden hem dat ze wat hadden gezet. Toen hij vroeg wat, hoorde hij dat ze zeiden: Iets leuks. Zij zijn met zijn drieën verdachte gaan ophalen die bij zijn vriendin was. [medeverdachte C] had toen een rode damesfiets bij zich, een redelijk nieuwe fiets. Zij zijn hierna naar de Esso gegaan, daar hebben ze wat gegeten. Vervolgens waren ze naar het huis gelopen waar hij woont. [naam 2] moest een tas ophalen, een sporttas van DZC. [naam 2] en [medeverdachte C] gingen weg.25 Verdachte heeft op 14 juni 2010 bij de politie verklaard dat hij donderdag 10 juni 2010 en vrijdag 11 juni 2010 bij zijn vriendin thuis was.26 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat niets met de woninginbraak te maken heeft. Hij heeft verklaard dat hij donderdagavond tot ongeveer 21.00 uur met [naam 2] en [medeverdachte C] bij de Esso geweest. Daarna is verdachte naar zijn vriendin gegaan en heeft bij haar overnacht. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 4 primair ten laste gelegde diefstal tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Uit de weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat medeverdachte [medeverdachte C] en medeverdachte [naam 2] niet lang na de inbraak zijn aangehouden met de gestolen goederen uit de woning. Uit de verklaring van [naam 2] en de verklaring van [naam 3] kan worden afgeleid dat verdachte betrokken was bij de woninginbraak. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 2. hij op 28 september 2010 te Doetinchem een (flatscreen)televisie (Sony Bravia) en één of meer spelcomputer(
- s)en/of één of meer horloge(
- s)en/of één of meer siera(a)d(
- en)en Irischeque en een munt en bank- en/of pinpas(sen) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die tv en die computer(
- s)en die horloge(
- s)en dat/die siera(a)d(
- en)en die Irischeque en die munt en die pas(sen) wist, dat het (een) door misdrijf verkregen goederen betrof; 4. primair. hij omstreeks 11 juni 2010 te Doetinchem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan het [adres] heeft weggenomen een paspoort (van [slachtoffer B]) en laptop(
- s)en/of notebook(
- s)en laptoptassen en mobiele telefoons en een (dames)fiets (merk: Gazelle), en één of meer andere goed(eren), toebehorende aan de heer [slachtoffer C] en/of de overige gezinsleden van voornoemde heer [slachtoffer C], waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak. Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven: Feit 2: Opzetheling; Feit 4 primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De officier van justitie heeft voor het onder 2 bewezenverklaarde gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. Zij heeft daarbij aangegeven dat verdachte zich ervan bewust moet zijn dat bij een eventuele nieuwe strafzaak de tenuitvoerlegging van deze straf zal worden gevraagd. De officier van justitie heeft voor het onder 4 bewezenverklaarde gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht deze dient te worden vervangen door 50 dagen vervangende jeugddetentie. Bij de strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met het tijdsverloop in deze zaak. Zij heeft voorts rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zich thans inzet voor zijn opleiding. De raadsvrouw heeft geen verweer ten aanzien van de strafmaat gevoerd nu zij integrale vrijspraak heeft bepleit. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Verdachte ging met meerdere mededaders te werk. Verdachte en zijn mededaders handelden puur uit financieel gewin. Dergelijke feiten brengen veel overlast en financiële schade mee voor aangevers. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling. Feiten als heling dragen ertoe bij dat andere criminaliteit zoals diefstal in stand blijft en het geeft een gevoel van onveiligheid. Ook heeft verdachte door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen. De rechtbank heeft voorts ten nadele van verdachte rekening gehouden met zijn proceshouding. Verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven en hij heeft evenmin verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Bovendien heeft hij geen volledige medewerking verleend aan het onderzoek naar zijn persoon en/of zijn geestvermogens. Ten voordele houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en met het tijdsverloop. Ten slotte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte minderjarig was toen hij het onder 4 bewezen verklaarde feit heeft gepleegd. Gelet op met name de ernst van de bewezenverklaarde feiten acht de rechtbank uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan wel jeugddetentie passend. De rechtbank komt ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde tot de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde legt de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand op. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen, gelet op de hiervoor weergegeven proceshouding van verdachte en de ernst van de feiten. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 77a, 77g, 77h, 77i, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank: * verklaart partieel nietig de dagvaarding onder feit 4, voor zover het betreft het onderdeel "en/of elektronische apparatuur"; * verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; * verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan; * verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; * Feit 2: Opzetheling; Feit 4 primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. * verklaart verdachte strafbaar; * veroordeelt verdachte voor het onder 2 bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand; * beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; * veroordeelt verdachte voor het onder 4 primair bewezen verklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand; Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, tevens kinderrechter, Heenk en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 februari 2012. Voetnoten: 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2010051058, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 18 januari 2011 door [verbalisant]. 2 Proces-verbaal van aangifte door [zoon slachtoffer D], p. 515-518. 3 Proces-verbaal van aangifte door [zoon slachtoffer D], p. 516. 4 Proces-verbaal van aangifte door [zoon slachtoffer D], een bijlage met de lijst van gestolen goederen, p. 519-523. 5 Schriftelijk bescheid, een factuur van Expert van 27 november 2009, p. 526. 6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 538. 7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 539. 8 Doorzoekingslijst, p. 565. 9 Doorzoekingslijst, p. 567. 10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 563 en 564. 11 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris, p. 1. 12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C], p. 760 - 769 13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C], p. 761. 14 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C], p. 762. 15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C], een bijlage met de lijst van gestolen goederen, p. 765. 16 Proces-verbaal van bevindingen van 13 juni 2010, p. 704 en 705. 17 Proces-verbaal van bevindingen van 24 november 2010, p. 733. 18 Proces-verbaal van bevindingen van 27 augustus 2010, p. 807. 19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 2], p. 863. 20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 2], p. 882. 21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 2], p. 883. 22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 2], p. 883 en 884. 23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 2], p. 884. 24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 3], p. 836. 25 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 3], p. 844. 26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 804 en 805.