RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/920020-07 Uitspraak d.d.: 20 maart 2012 Tegenspraak - onip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 06 maart 2012. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2005 tot en met 25 februari 2006 te Gouda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) ongeveer 96.477,36 euro, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, 39 althans een of meer levensverzekeringsovereenkomsten aangebracht bij de Goudse levensverzekeringen N.V.,(telkens) met de intentie om uitbetaling van de provisie-ineens door de Goudse levensverzekeringen N.V. te verkrijgen, en vervolgens die overeenkomst(
- en)heeft (laten) beëindigen en/of heeft doen beëindigen door de verzekeringnemer en/of de Goudse levensverzekeringen N.V. wegens het uitblijven van premiebetaling(en), waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V. (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van provisie-ineens; art 326 Wetboek van Strafrecht Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan, zodat verdachte van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. In dit verband wordt nog overwogen dat verdachte ten tijde van de hem verweten gedragingen niet in Nederland verbleef en ook overigens niet is gebleken van enige relevante bemoeienis met de verweten gang van zaken. Hoewel het wellicht een onverstandige beslissing is geweest om zijn bedrijf aan derden, al dan niet gekwalificeerd, over te laten op de wijze als is geschied, is de rechtbank van oordeel dat dit niet met zich brengt dat bij verdachte sprake was van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat vrijspraak dient te volgen. Beslissing De rechtbank: • verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mr. Van der Hooft en mr. Edelenbos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2012.