RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/920023-07 Uitspraak d.d.: 20 maart 2012 Tegenspraak - oip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 06 maart 2012. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2005 tot en met 25 februari 2006 te Gouda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) ongeveer 96.477,36 euro, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, 39 althans een of meer levensverzekeringsovereenkomsten aangebracht bij de Goudse levensverzekeringen N.V.,(telkens) met de intentie om uitbetaling van de provisie-ineens door de Goudse levensverzekeringen N.V. te verkrijgen, en vervolgens die overeenkomst(
- en)heeft (laten) beëindigen en/of heeft doen beëindigen door de verzekeringnemer en/of de Goudse levensverzekeringen N.V. wegens het uitblijven van premiebetaling(en), waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V. (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van provisie-ineens; art 326 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij op tijdstippen in de periode van 15 maart 2005 tot en met 25 februari 2006 te Gouda, althans te Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een of meer listige kunstgrepen, de Goudse levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk levensverzekerings-overeenkomsten aangebracht bij de Goudse levensverzekeringen N.V., telkens met de intentie om uitbetaling van de provisie-ineens door de Goudse levensverzekeringen N.V. te verkrijgen, en vervolgens die overeenkomsten heeft laten beëindigen en/of heeft doen beëindigen door de verzekeringnemer en/of de Goudse levensverzekeringen N.V. wegens het uitblijven van premiebetalingen, waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V. telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van provisie-ineens; Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: Oplichting, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich bij zijn oplichtingsactiviteiten heeft bediend van de constructie dat hij onder de vlag van [financieel adviesbureau]. bemiddelde en personen levensverzekeringsovereenkomsten liet aangaan met de Goudse Levensverzekeringen N.V. De aanvragen zijn bij de Goudse Levensverzekeringen N.V. bewust ingediend om een levensverzekeringsovereenkomst tot stand te brengen en provisie daarvoor te ontvangen, zonder intentie om die overeenkomst tot einddatum in stand te houden. Het ging verdachte daarbij telkens uitsluitend om de provisie, welke bestond uit een provisie ineens, dat wil zeggen dat de gehele provisie voor de afgesloten levensverzekering wordt uitgekeerd zodra de eerste termijnbetaling is voldaan. Verdachte heeft door zijn oplichtingsactiviteiten financieel nadeel toegebracht aan de Goudse Levensverzekeringen N.V.. Verder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte blijkens zijn justitiële documentatie van 15 november 2011 niet eerder voor dit soort feiten met justitie in aanraking is geweest en ook verder geen relevante documentatie heeft. Gelet op het vorenoverwogene en op de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, waarmee naar het oordeel van de rechtbank de officier van justitie onvoldoende rekening heeft gehouden in zijn eis, acht de rechtbank een werkstraf van 160 uur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank: • verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan; • verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: Oplichting, meermalen gepleegd. • verklaart verdachte strafbaar; • veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf gedurende 160 (honderdenzestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen. Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mr. Van der Hooft en mr. Edelenbos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2012.