vonnis RECHTBANK ZUTPHEN Sector Civiel – Afdeling Handel zaaknummer / rolnummer: 104920 / HA ZA 09-970 Vonnis van 1 augustus 2012 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARWASH DE ACHTERHOEK B.V., gevestigd te Doetinchem, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AUTOSCHADE DE ACHTERHOEK B.V., gevestigd te Doetinchem, eiseressen, advocaat mr. H.J. Breeman te Rotterdam, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DOETINCHEM, zetelend te Doetinchem, gedaagde, advocaat mr. K.A.M. van Os- ten Have te Zutphen. Partijen zullen hierna Carwash, Autoschade en de Gemeente genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 januari 2012 - de akte van Carwash, Autoschade van 29 februari 2012 - de akte na tweede tussenvonnis van de Gemeente van 29 februari 2012 - de akte van antwoord tevens houdende overlegging producties van Carwash, Autoschade van 28 maart 2012 - de antwoordakte na tweede tussenvonnis van de Gemeente van 28 maart 2012 - de akte houdende overlegging productie tevens wijziging (vermindering) van eis van Carwash, Autoschade van 4 april 2012 - de tweede antwoordakte na tweede tussenvonnis alsmede antwoordakte overlegging productie en wijziging eis van de Gemeente van 25 april 2012. Ten slotte is vonnis bepaald. De verdere beoordeling Bij het onder 1.1. vermelde tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de uitkomst van hun (gezamenlijke) beraad naar aanleiding van de door de rechtbank in rechtsoverweging 2.11. geopperde suggestie om te trachten problemen rond de toerekening van schade aan het in deze zaak als onrechtmatig aangemerkte (want door de bestuursrechter vernietigde) besluit van 27 september 2007 tot onttrekking van (onder meer) het parkeerterrein aan het Erdbrinkplein (hierna: het Parkeerterrein) aan het openbaar verkeer (hierna: Onttrekkingsbesluit I), toekomstige tegenstrijdige beslissingen en het verder oplopen van kosten te vermijden en/of te voorkomen. Een en ander zou kunnen worden bereikt door aan de Deskundigencommissie Nadeelcompensatie Doetinchem (hierna: de commissie), die door de Gemeente eerder was belast met de advisering over (mogelijke) compensatie van de schade die Carwash, Autoschade hebben geleden als gevolg van het als rechtmatig aan te merken (op 14 januari 2009 in werking getreden) besluit van 6 januari 2009 (hierna: Onttrekkingsbesluit II), op te dragen ook te adviseren over de in de vorige volzin bedoelde schade. Uit de eerste vier onder 1.1. vermelde akten van partijen blijkt (samengevat) dat zij beiden al eerder de wenselijkheid hebben onderkend en tegenover elkaar hebben uitgesproken om de opdracht aan de commissie uit te breiden op de wijze zoals hiervoor beschreven. Partijen stellen verder over en weer dat het aan de ander ligt dat het niet tot die uitbreiding is gekomen. De rechtbank zal zich niet over de juistheid van deze stellingen buigen, aangezien partijen uiteraard niet verplicht zijn om de door de rechtbank in haar tussenvonnis geschetste weg in te slaan. Niettemin wil de rechtbank uitspreken dat het haar, zonder nadere toelichting die ontbreekt, bevreemdt dat de Gemeente zich op het standpunt stelt dat aan een in te dienen verzoek van Carwash aan de Gemeente om vergoeding van de schade als gevolg van Onttrekkingsbesluit I, de erkenning vooraf dient te gaan dat dit besluit als rechtmatig heeft te gelden. Anders gezegd: de Gemeente heeft ook zonder die erkenning de bevoegdheid op die aanvraag een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht te nemen. De Gemeente ziet daarbij immers over het hoofd dat een zuiver schadebesluit ook betrekking kan hebben op schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Hoe dit ook zij, de slotsom van het vorenstaande moet zijn dat in deze zaak moet worden vastgesteld of en tot welk bedrag Carwash schade heeft geleden als gevolg van Onttrekkingsbesluit I. Dat vloeit (zo herhaalt de rechtbank voor alle duidelijkheid) voort uit de omstandigheid dat Onttrekkingsbesluit II niet in de plaats is gekomen van Onttrekkingsbesluit I. Bij de onder 1.1. vermelde akte van 4 april 2012 hebben Carwash, Autoschade hun eis gewijzigd. Zij vorderen thans dat de rechtbank bij, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: 1. voor recht zal verklaren dat de Gemeente jegens Carwash onrechtmatig heeft gehandeld door het Parkeerterrein in de periode van 1 november 2007 tot en met 14 januari 2009 af te sluiten en afgesloten te houden; 2. de Gemeente zal veroordelen tot betaling aan Carwash van een bedrag van € 264.173,-- (exclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW ten minste vanaf 1 november 2007 tot aan de dag der algehele voldoening; 3. de Gemeente zal veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 4.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 vanaf 6 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening: 4. de Gemeente zal veroordelen in de kosten van het geding. Aan dat wat Carwash, Autoschade aan deze gewijzigde eis ten grondslag hebben gelegd zal hierna aandacht worden besteed. De rechtbank begrijpt dat de Gemeente blijft bij de conclusie, verwoord onder 2.4. van het eerder vermelde tussenvonnis. Opmerking verdient in dit verband dat een eis, anders dan de Gemeente kennelijk meent, niet alleen bij conclusie maar ook bij akte kan worden gewijzigd. De Gemeente heeft zich niet expliciet verzet tegen de wijziging van de eis. Zij heeft wel gesteld dat het wijzigen van de eis in dit stadium van de procedure in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De rechtbank kan haar hierin niet volgen, in aanmerking nemend dat de Gemeente zich tegen die (aldus gewijzigde) eis heeft kunnen verweren en dat ook daadwerkelijk heeft gedaan. Tegen de wijziging bestaan ook ambtshalve geen bezwaren. Daarom zal recht worden gedaan op de gewijzigde eis. De rechtbank acht termen aanwezig eerst stil te staan bij de vraag of de Gemeente verplicht is tot betaling aan Carwash van het hiervoor onder 2.2.2 vermelde bedrag althans tot betaling van enige vergoeding voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van het vernietigde en dus onrechtmatige Onttrekkingsbesluit I, op basis waarvan het Parkeerterrein waaraan Carwash grenst, in de periode van 1 november 2007 tot 14 januari 2009 feitelijk was afgesloten voor het verkeer. Wordt deze vraag bevestigend beantwoord dan heeft Carwash immers geen belang meer bij toewijzing van haar vordering verwoord onder 1. van rechtsoverweging 2.2. nu in een uit te spreken veroordeling tot betaling van schadevergoeding de onrechtmatigheid van de afsluiting en het afgesloten houden van het Parkeerterrein besloten ligt. Carwash, Autoschade doen hun vordering tot betaling van schadevergoeding thans steunen op een in het geding gebracht rapport van J. Verhagen, beëdigd rentmeester NVR en taxateur, verbonden aan Verhagen Advies te Oud-Beijerland, van 29 maart 2012 (hierna ook: Verhagen en het rapport Verhagen). Dit rapport begint, voor zover van belang, met de vaststelling dat automobilisten vanaf 1 november 2007 niet meer vanaf het Parkeerterrein toegang hadden tot het terrein van Carwash. Verhagen heeft zich vervolgens gebogen over de vraag welk deel van de schade is toe te rekenen aan Onttrekkingsbesluit I en welk deel aan Onttrekkingsbesluit II, op basis waarvan de onttrekking aan het verkeer van het Parkeerterrein ingaande 14 januari 2009 is voortgezet. Naar het oordeel van Verhagen is het, hoewel de schade als gevolg van Onttrekkingsbesluit I ook na laatstgenoemde datum heeft voortgeduurd, het meest logisch om de schade geleden vanaf 15 januari 2009 geheel toe te rekenen aan Onttrekkingsbesluit II en de schade die voor die datum is ontstaan aan Onttrekkingsbesluit I. Verhagen heeft vervolgens de(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.