RECHTBANK ZUTPHEN Sector straf parketnummer: 06/850651-10 De politierechter in deze rechtbank heeft te beslissen op een op 19 september 2012 op de griffie ingekomen bezwaarschrift ex artikel 22g, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van de veroordeelde: [veroordeelde], geboren te [plaats op 1980], wonende te [plaats, adres]. De politierechter heeft de processtukken bezien. Het bezwaarschrift is behandeld ter terechtzitting van 11 oktober 2012 en van 15 november 2012. Van deze behandeling zijn processen verbaal opgemaakt. Motivering Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving van het bevel van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van 18 dagen vervangende hechtenis (hierna: het bestreden bevel) betreffende een vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 6 juli 2011, waarbij aan de veroordeelde een werkstraf van 140 uren subsidiair 70 dagen hechtenis is opgelegd met aftrek van 2 uren per dag die in voorarrest is doorgebracht (netto 114 uur). De veroordeelde heeft 79 uren gewerkt van de te verrichten 114 uren werkstraf. Door en namens veroordeelde is ter terechtzitting aangegeven dat er geen sprake is van onwil, maar van onmacht, mede vanwege een aantal stressfactoren. Veroordeelde is met succes een half jaar bij Groot Batelaar in behandeling geweest en hij is gestopt met het gebruik van verdovende middelen. Door zijn medicatie heeft hij last van nogal wat bijwerkingen, waardoor veroordeelde zich soms goed ziek voelt. Tegen de achtergrond van die factoren, inclusief zijn recente verhuizing, moet worden begrepen dat veroordeelde zich een enkele keer niet helemaal heeft gehouden aan de regels van de reclassering. Overigens neemt dit niet weg dat hij 79 uren van de werkstraf heeft verricht. Veroordeelde wil graag een kans krijgen om de werkstraf alsnog af te ronden. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij zijn vordering. Het behoort naar het oordeel van de politierechter, behoudens bijzondere omstandigheden, tot de eigen verantwoordelijkheid van de tot taakstraf veroordeelde om ervoor te zorgen dat de taakstraf tijdig kan worden verricht. Uit de stukken komt naar voren dat veroordeelde zich verscheidene malen ziek heeft gemeld maar daarbij niet geheel de daarvoor voor hem geldende regels in acht heeft genomen. Bovendien was bij een huiscontrole niet aanwezig. Veroordeelde heeft ter zitting echter aangegeven welke problemen de oorzaak hiervan zijn, dat hij net zijn leven op orde heeft, met zijn vriendin is gaan samenwonen en dat hij er zelf ook vertrouwen in heeft dat het hem nu wel zal lukken om de werkstraf te voltooien. Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen is de politierechter van oordeel dat veroordeelde (toch) nog één kans moet krijgen om zijn werkstraf te voltooien. Dit betekent dat het bezwaar gegrond zal worden verklaard en dat het bestreden bevel van de officier van justitie zal worden vernietigd. Beslissing De politierechter: - verklaart het bezwaarschrift gegrond; - vernietigt het bestreden bevel. Deze beslissing is gegeven door mr. Troost, politierechter, in tegenwoordigheid van Van Aalst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 november 2012.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.